Monthly Archives: oktober 2009

Zelfgekozen isolement

Zelfgekozen isolement

Bij uitgeverij Atlas verscheen onlangs na Liefdeskolder (2008) een tweede roman van de Duitse schrijver Wilhelm Genazino (1943), fraai uitgegeven in klein formaat. Genazino heeft al vele romans op zijn naam staan en schrijft daarnaast ook hoorspelen en toneelteksten. Zijn personages zijn vaak mannen van middelbare leeftijd met een onduidelijk beroep, die een weinig doelgericht leven leiden en daarin moeizame betrekkingen onderhouden met de mensen om hem heen, vrouwen in het bijzonder.

Lees meer

Hans Warren – Geheim Dagboek 1998-2000

Hans Warren - Geheim Dagboek 1998-2000

Halfverrotte drollen

Het laatste Geheim Dagboek van Hans Warren is uit. Chronologisch volgt er nog een deel op, maar dat is al eerder uitgegeven, zodat de jaren 1998 tot en met 2000 de laatste jaren zijn die we tot ons kunnen nemen. Als je de balans opmaakt van de hele reeks dan kun je toch met een gerust hart stellen dat de eerste tientallen jaren het interessants waren: de worsteling met zijn homoseksualiteit, het ontluikende dichterschap.

Lees meer

Wintertuinfestival

Wintertuinfestival

Het festival voor woord, beeld en bühne belooft: vijf dagen lang nieuwe literatuur, nieuwe muziek, verse producties, diepe gesprekken en dik feest met ruim 25 programma’s, colleges, voorstellingen en masterclasses. Met: Kader Abdolah, Hugo Brandt Corstius, Remco Campert, Ilja Leonard Pfeijffer, Maxim Hartman, Joke van Leeuwen, Paulien Cornelisse, Nico Dijkshoorn, Mark Boog, Menno Wigman, Giovanca, Roos Rebergen & Lucky Fonz III, Meindert Talma, Vincent Icke, F. Starik, Jan Kuitenbrouwer en vele anderen. Het thema van het Wintertuinfestival 2009 is ‘Vrij zwemmen’, over de vrijheid van het spel en de regels van de kunst.

Lees meer

Binnenkort verschijnt: 'Het klokkengelijkzetinstituut' – Ahmet Hamdi Tanpinar

Binnenkort verschijnt: 'Het klokkengelijkzetinstituut' - Ahmet Hamdi Tanpinar

‘Waarom zou je schrijven als je niet alles ronduit wilt vertellen…? vraagt de hoofdpersoon van de klassiek geworden roman Het klokkengelijkzetinstituut zich af. Dit ironische en bijtende relaas van een man die voor een immense (maar totaal overbodige) instelling werkt, wordt over het algemeen beschouwd als een van de belangrijkste Turkse romans uit de twintigste eeuw.
Hayri Irdal is als kind al gefascineerd door klokken. Hij is geboren vlak voor de eeuwwisseling in Istanbul en leidt een onopvallend leven in een kleinburgerlijk milieu.

Lees meer

Vandaag gaat van start: Nederland Leest

Vandaag gaat van start: Nederland Leest

Tijdens de landelijke campagne Nederland Leest wordt iedereen uitgenodigd met elkaar in discussie te gaan over één bepaald boek.

In 2008 las heel Nederland de roman Twee vrouwen van Harry Mulisch, in 2007 De gelukkige klas van Theo Thijssen. In 2006, het eerste jaar, stond Dubbelspel van Frank Martinus Arion centraal. Oeroeg, het roman-debuut van Hella S. Haasse uit 1948, vormt het middelpunt van Nederland Leest 2009.

Lees meer

Terre et cendres van Atiq Rahimi

Terre et cendres van Atiq Rahimi

Woensdag 28 oktober 2009 ? 20.00 uur in Maison Descartes.

Tijdens deze avond is de eerste film van Atiq Rahimi te zien: Terre et cendres (2004 ? Prijs du Regard vers l´avenir van het Festival de Cannes) vertonen: Rahimi heeft zelf de verfilming van zijn boek gerealiseerd.

Atiq Rahimi werd in 1962 geboren in Kaboel (Afghanistan) en woont en werkt tegenwoordig in Parijs. Hij studeerde aan de Frans-Afghaanse middelbare school Estiqlal de Kaboul en vervolgens aan de universiteit (sectie literatuur).

Lees meer

Portretten van gewone joodse lieden, uit het leven gegrepen Deze Jiddische verhalen komen voornamelijk uit de bundels ‘Treinverhalen’, waarin reizigers in de derde klasse hun levenservaringen uitwisselen en uit ‘Monologen’, waarin ? zoals duidelijk mag zijn ? één persoon het woord voert. De verhalen spelen zich af aan het begin van de vorige eeuw in het toenmalige Rusland, waar pogroms tegen de joden geen uitzondering waren. De schrijver wil het leven treffen en zoals hij zelf ironisch opmerkt: geen zoete romantiek schrijven zoals onze helden in Jiddische prachtromans doen. ‘Mijn muze is arm maar wel vrolijk,’ luidt zijn motto. In de verhalen figureren veel handelaren. In het openingsverhaal wacht een verstrooide en berooide makelaar op zijn trein en zet zich op een bank naast een hoogwaardigheidsbekleder met een bijpassend hoofddeksel. De makelaar valt in slaap en schrikt wakker als de trein op punt van vertrekken staat. Hij is zijn hoed kwijt en zet per abuis het bijzondere hoofddeksel op, waarna hij tot zijn verbazing door de conducteur en zijn medereizigers met veel egards wordt bejegend. Sommige verhalen ontroeren, zoals dat over joden die in het verre Rusland begaan zijn met de Franse Dreyfus; een ander verhaal is actueel, zoals dat over een dokter die niet naar een patiënt luistert en meteen een medicijn wil voorschrijven. De taal is verrijkt met joodse termen en uitdrukkingen zoals: ‘En van joods medelijden krijg je stroeve tanden, nebbisj.’ De sfeer wordt versterkt door de vertrouwelijke toon: ‘En in het winkeltje van mijn vrouw (mijn vrouw heeft namelijk een winkeltje)…’ of door zijdelingse opmerkingen zoals in: ‘Hij heeft zijn handen in zijn zakken en hij kijkt een beetje scheel. God in de hemel, denk ik, bezit dat een miljoen? Maar ja, probeer maar eens met God te redetwisten.’ Maar ook door regelmatige toevoegingen als ‘hij zei gezegend’ of ‘moge het boze oog niet over hem komen’. In veel verhalen komen steeds dezelfde stoplappen voor. ‘Ik ben echt zo klaar,’ zegt de eerdere genoemde patiënt steeds tegen de dokter en in een ander verhaal zegt een vrouw steeds: ‘U weet wat ze van vrouwen zeggen: ze kletsen je de oren van je kop.’ Of een man, die elke gedachtegang afsluit met: ‘Maar hoe kom ik daar nou op?’ Eerst is het allemaal heel vermakelijk, zoals het verhaal over een schrijver die gek wordt van het gezeur van een jongeman die het niet kan uitstaan dat zijn vrouw altijd heel vrolijk wordt van het bezoek van een jonge dokter. De jongeman blijft de schrijver maar aan zijn kop zeuren of hij nou wel of niet moet scheiden en als de schrijver ten slotte in woede ontsteekt en hem toeschreeuwt dat hij inderdaad maar moet gaan scheiden merkt hij dat hij nog meer van slag is dan de jongeman en dat de rollen min of meer zijn omgedraaid. Hier is het gebrek aan plot niet erg, maar gaandeweg gaat dat toch tegenstaan. Het wordt allemaal een beetje hetzelfde, met steeds weer kolderieke uitweidingen; te veel verhalen kennen geen einde zoals het relaas over een joodse man die in de trein onder het anti-semitische Bessarabische Nieuwsblad ligt te slapen en bij ontwaken twee dubbelgangers ontwaart, waarop ze samen een liedje inzetten. De lezer van tegenwoordig is te verwend om genoegen te nemen met zo’n kneuterige sfeer, maar de volkse portretten, die oude volksziel, vind je in dit boek als een antiekstuk nog terug. Mooi is het titelverhaal, dat meteen ook het langste is, over een vader die heel blij is met zijn zoon die op het gymnasium studeert en later dokter zal gaan worden, maar dat een heel andere wending neemt. Onvergetelijk is ook het verhaal over een vrouw die voedsel verkoopt in de trein en zich boos maakt over haar concurrent die ten slotte haar echtgenoot blijkt te zijn. Als ik er zo op terug kijk zie ik hoe sterk het beeldend vermogen is van de schrijver, die het pseudoniem Vrede zij u heeft aangenomen.

Portretten van gewone joodse lieden, uit het leven gegrepen Deze Jiddische verhalen komen voornamelijk uit de bundels ‘Treinverhalen’, waarin reizigers in de derde klasse hun levenservaringen uitwisselen en uit ‘Monologen’, waarin ? zoals duidelijk mag zijn ? één persoon het woord voert. De verhalen spelen zich af aan het begin van de vorige eeuw in het toenmalige Rusland, waar pogroms tegen de joden geen uitzondering waren. De schrijver wil het leven treffen en zoals hij zelf ironisch opmerkt: geen zoete romantiek schrijven zoals onze helden in Jiddische prachtromans doen. ‘Mijn muze is arm maar wel vrolijk,’ luidt zijn motto. In de verhalen figureren veel handelaren. In het openingsverhaal wacht een verstrooide en berooide makelaar op zijn trein en zet zich op een bank naast een hoogwaardigheidsbekleder met een bijpassend hoofddeksel. De makelaar valt in slaap en schrikt wakker als de trein op punt van vertrekken staat. Hij is zijn hoed kwijt en zet per abuis het bijzondere hoofddeksel op, waarna hij tot zijn verbazing door de conducteur en zijn medereizigers met veel egards wordt bejegend. Sommige verhalen ontroeren, zoals dat over joden die in het verre Rusland begaan zijn met de Franse Dreyfus; een ander verhaal is actueel, zoals dat over een dokter die niet naar een patiënt luistert en meteen een medicijn wil voorschrijven. De taal is verrijkt met joodse termen en uitdrukkingen zoals: ‘En van joods medelijden krijg je stroeve tanden, nebbisj.’ De sfeer wordt versterkt door de vertrouwelijke toon: ‘En in het winkeltje van mijn vrouw (mijn vrouw heeft namelijk een winkeltje)…’ of door zijdelingse opmerkingen zoals in: ‘Hij heeft zijn handen in zijn zakken en hij kijkt een beetje scheel. God in de hemel, denk ik, bezit dat een miljoen? Maar ja, probeer maar eens met God te redetwisten.’ Maar ook door regelmatige toevoegingen als ‘hij zei gezegend’ of ‘moge het boze oog niet over hem komen’. In veel verhalen komen steeds dezelfde stoplappen voor. ‘Ik ben echt zo klaar,’ zegt de eerdere genoemde patiënt steeds tegen de dokter en in een ander verhaal zegt een vrouw steeds: ‘U weet wat ze van vrouwen zeggen: ze kletsen je de oren van je kop.’ Of een man, die elke gedachtegang afsluit met: ‘Maar hoe kom ik daar nou op?’ Eerst is het allemaal heel vermakelijk, zoals het verhaal over een schrijver die gek wordt van het gezeur van een jongeman die het niet kan uitstaan dat zijn vrouw altijd heel vrolijk wordt van het bezoek van een jonge dokter. De jongeman blijft de schrijver maar aan zijn kop zeuren of hij nou wel of niet moet scheiden en als de schrijver ten slotte in woede ontsteekt en hem toeschreeuwt dat hij inderdaad maar moet gaan scheiden merkt hij dat hij nog meer van slag is dan de jongeman en dat de rollen min of meer zijn omgedraaid. Hier is het gebrek aan plot niet erg, maar gaandeweg gaat dat toch tegenstaan. Het wordt allemaal een beetje hetzelfde, met steeds weer kolderieke uitweidingen; te veel verhalen kennen geen einde zoals het relaas over een joodse man die in de trein onder het anti-semitische Bessarabische Nieuwsblad ligt te slapen en bij ontwaken twee dubbelgangers ontwaart, waarop ze samen een liedje inzetten. De lezer van tegenwoordig is te verwend om genoegen te nemen met zo’n kneuterige sfeer, maar de volkse portretten, die oude volksziel, vind je in dit boek als een antiekstuk nog terug. Mooi is het titelverhaal, dat meteen ook het langste is, over een vader die heel blij is met zijn zoon die op het gymnasium studeert en later dokter zal gaan worden, maar dat een heel andere wending neemt. Onvergetelijk is ook het verhaal over een vrouw die voedsel verkoopt in de trein en zich boos maakt over haar concurrent die ten slotte haar echtgenoot blijkt te zijn. Als ik er zo op terug kijk zie ik hoe sterk het beeldend vermogen is van de schrijver, die het pseudoniem Vrede zij u heeft aangenomen.

Portretten van gewone joodse lieden, uit het leven gegrepen

Deze Jiddische verhalen komen voornamelijk uit de bundels ‘Treinverhalen’, waarin reizigers in de derde klasse hun levenservaringen uitwisselen en uit ‘Monologen’, waarin ? zoals duidelijk mag zijn ? één persoon het woord voert. De verhalen spelen zich af aan het begin van de vorige eeuw in het toenmalige Rusland, waar pogroms tegen de joden geen uitzondering waren.
De schrijver wil het leven treffen en zoals hij zelf ironisch opmerkt: geen zoete romantiek schrijven zoals onze helden in Jiddische prachtromans doen.

Lees meer

Toneel: 'Ultimo'

Toneel: 'Ultimo'

Orkater / Het Nationale Toneel
Architect van een droom

Ultimo is een dromer met een curieuze obsessie: de aanleg van het volmaakte autorace-circuit. De berooide Russische prinses Eliziveta was eens Ultimo’s grote, onbeantwoorde liefde. Na ruim twintig jaar beseft ze dat ze Ultimo destijds als geliefde is misgelopen en begint een speurtocht naar zijn circuit. Wanneer Eliziveta dit daadwerkelijk heeft gevonden, maakt ze een rit in haar Jaguar over Ultimo’s levensproject en verliest ze zich nog één keer in zijn leven.

Lees meer

Ontmoeting met Abdellatif Laâbi

Ontmoeting met Abdellatif Laâbi

Dinsdag 27 oktober 2009 ? 20.00 uur: In gesprek met Fouad Laroui

Abdellatif Laâbi werd in 1942 te Fès in Marokko geboren in een familie van ambachtslieden. Zijn eerste schok was de ontdekking van het werk van Dostojevski. Hij studeerde aan de universiteit van Rabat, aan de sectie Franse letteren. In 1963 neemt hij deel aan de oprichting van het Marokkaans universiteitstheater. Hij geeft in die tijd Franse les op een middelbare school in Rabat.

Lees meer

Straatrumoer

Straatrumoer

Recensie door Karel Wasch

Ton Anbeek heeft na 17 jaar weer een roman geschreven. Een ander leven, zijn boeiende vorige roman verscheen in 1992 en deze recensent was daar zeer over te spreken. Goed geschreven en met een levendige thematiek. Vooral de mooie beschrijvingen van Anbeek vielen op. Nu komt Anbeek met Vast een boek over een Tbs-kliniek.

Lees meer

Presentatie van Al Galidi's 'Digitale Hemelvaart'

Presentatie van Al Galidi's 'Digitale Hemelvaart'

Donderdag 29 oktober in Perdu, Amsterdam. Aanvang: 20.00 uur, zaal open: 19.30 uur. Entree: gratis.

met: Rodaan Al Galidi, Tsead Bruinja, Mowaffk Al-Sawad, Joost Baars, Thomas Möhlmann, Hans Wap, e.a.

In Digitale hemelvaart voel je de lage landen onder de voeten van Rodaan Al Galidi. Hij is in deze bundel overal: in De Slegte, in de bibliotheek, in de hemel, in de droom. Hij ontvangt de Waal als bezoeker tijdens zijn verplichte opname en thuis een verloskundige omdat hij denkt dat hij zwanger is.

Lees meer

Autobio: J.M. Coetzee – Zomertijd en Günter Grass – De box

Autobio: J.M. Coetzee - Zomertijd en Günter Grass - De box

Fictieve levens

Is een modern schrijver tegenwoordig nog wel in staat om een autobiografie te schrijven? Of moet je, als auteur in een postmodern tijdperk, je zorgen maken over waarheid en fantasie, de onkenbare werkelijkheid en meer van die dingen. In ieder geval hebben de Nobelprijswinnaars J.M. Coetzee en Günter Grass beiden voor een fictionele autobiografie gekozen.
Bij Coetzee ligt dat een beetje voor de hand omdat hij ook al in Jongensjaren en Portret van een jongeman met een zekere distantie naar zichzelf keek.

Lees meer