Lucebert werd op 15 september 1924 te Amsterdam geboren onder de naam Lubertus Jacobus Swaanswijk. Met de Vijftigers, waarvan hij de ongekroonde keizer was, stormde hij begin jaren vijftig met zijn experimentele poëzie de gezapige literaire wereld binnen. Aanvankelijk stuitten zijn gedichten en optredens ? bij een voordracht in 1951 goot hij, onder de titel ‘Herfst’, een glas water uit over zijn hoofd ? op veel weerstand, maar al in 1954 werd hem de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam toegekend. Toen Lucebert echter verkleed als Keizer naar de uitreiking kwam, werd hem de toegang ontzegd.

De vader van Lucebert was huischilder, en had een eigen zaak. Zijn moeder liep weg toen hij twee jaar oud was. Toen Lucebert na de ULO begon te werken in de zaak van zijn vader werd zijn tekentalent ontdekt. Hij kreeg een beurs en ging in 1938 voor een half jaar naar het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs. Daarna ging hij weer aan het werk, maar besloot al snel te gaan zwerven. Voor Lucebert, die leefde zonder vast inkomen, kwam in 1947 het aanbod van het Franciscanesseklooster in Heemskerk als een welkome opdracht; hij vervaardigde een enorme wandschildering in ruil voor kost en inwoning. Helaas waren de zusters niet erg tevreden met het resultaat en ze lieten het geheel overschilderen met witte verf.

Lucebert exposeerde voor het eerst in 1948. In dat jaar startte tevens zijn professionele carrière als dichter: hij schreef het gedicht ‘Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia’ voor het tweede nummer van het literaire tijdschrift Reflex.

In het programmatische en beroemd geworden gedicht ‘Verdediging van de 50-ers’ legde Lucebert in 1949 de kleinburgerlijkheid van Nederland en de, op dat moment, vrij gezapige en kneuterige Nederlandse poëzie onder vuur: 

de hollandse cultuur is hol van helen, het leven in commissie niet alleen in zede, ook genade de eigen zaken eigen zielen zijn bordelen,
(…)
gij letterdames en letterheren, gij die in herenhuizen diep zit uit te pluizen daden, ik zeg Daden van genot en van ontberen, wanneer gij blake rimbaud of baudelaire leest; hoort, door onze verzen jaagt hun heilige geest: de blote kont der kunst te kussen onder uw sonetten en balladen.

‘Verdediging van de 50-ers’, in: Verzamelde gedichten, Lucebert

De waardering voor het werk van het enfant terrible van de Nederlandse literatuur nam al snel toe. In 1962 ontving hij alsnog de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam, in 1965 gevolgd door de Constantijn Huygensprijs. In 1967 werd zijn gehele oeuvre bekroond met P.C. Hooftprijs. In 1983 ontving Lucebert de prestigieuze prijs der Nederlandse Letteren en in 1990 – vier jaar voor zijn dood – de Jacobus van Looy-prijs.

De poëzie van Lucebert kenmerkt zich door een associatieve, experimentele stijl. Zijn gedichten worden dan ook vaak als moeilijk en ontoegankelijk ervaren. Maar wie zich overgeeft aan de klanken en het gedicht ‘ondergaat’ vindt veel prachtigs:

als je weet waar ik ben zoek me dan/ bij de winden van morgen bij de grijsaards de/ kinderen/ geen blinddoek zal het je verhinderen/ bij afwezigheid mijn ziel te plunderen (…)

‘als je weet waar ik ben zoek me dan’, in: Verzamelde gedichten, Lucebert

Vanaf 1965 woonde Lucebert afwisselend in Bergen (NH) en Javea (Spanje). In 1994 overleed hij in Alkmaar. (AMvdP) 

 

Recent

1 augustus 2018

Blokken op Blokken

Literair Nederland - 10 jaar geleden

03 oktober 2008

Niet overtuigend maar wel sterk in het laatste deel
Recensie door Menno Hartman

Coen Peppelenbos debuteerde onlangs met de roman Victorie, een roman in drie delen. In het eerste deel wordt Merijn – broer van de hoofdpersoon – gevolgd nadat bekend is geworden dat de hoofdpersoon, Victor, dood is.

Het tweede deel van de roman gaat over Sarah. We volgen er de gedachten van een leraar Engels, die in zijn huis dit meisje vasthoudt, het vriendinnetje van Merijn en waarin duidelijk wordt dat deze Ten Haaf, Merijn gedood heeft door een grote steen naar hem te gooien, nadat hij hem met een camera had gezien.

Lees meer