Monthly Archives: februari 2005

Karl Marx predikte dat de mens niet afhankelijk was van God en het door Hem beloofde hiernamaals, om van zijn aardse ellende verlost te worden. In het arbeidersparadijs van Marx zou iedereen die hard werkte, nog in dit leven gelukkig worden. Want de arbeid was ieders onvervreemdbaar eigendom, en het product van zijn arbeid dus ook. De mens had de sleutel tot het paradijs zelf in de hand. Maar de literair criticus Walter Benjamin, overigens een overtuigd marxist, geloofde in het ene noch het andere paradijs. Hij had daar een heel andere opvatting over. Volgens hem wacht het paradijs ons niet hier op aarde, of pas na onze dood, maar gaat het aan ons leven vooraf. Adam en Eva leefden immers aanvankelijk in het paradijs en zijn eruit verdreven nadat ze hadden gegeten van de vrucht van goed en kwaad.Dat is het menselijk drama: we zijn uit het paradijs gejaagd en kunnen er nooit meer terugkomen omdat we kwaad op kwaad, oorlog op oorlog stapelen. We verwoesten onze eigen levens en dat van anderen en verspelen door de wrakstukken die zich opstapelen steeds meer onze kansen om ooit nog in het paradijs terug te keren. Er is eigenlijk allang geen weg meer terug. Er waait een harde storm uit het paradijs, waar wij niet tegenop kunnen tornen.Nooteboom heeft als motto van Paradijs verloren een fragment uit de Notes on history van Walter Benjamin gekozen waarin dit drama het duidelijkst naar voren komt. En waar het zich nota bene voltrekt aan de engel die de mens naar de uitgang van het paradijs heeft geleid. Dit fragment vormt de leidraad voor zijn nieuwe roman. Al in de grote roman Allerzielen hield Nooteboom zich bezig met Benjamins wrakstukken van de geschiedenis, en liet hij de hoofdfiguur steeds op restanten van en herinneringen aan verschillende historische cultuurlagen stuiten. In Paradijs verloren doet hij dat nog eens over; nu niet in de diepte, maar in de breedte. Wat voor de geschiedenis van de westerse cultuur geldt, geldt natuurlijk ook voor alle andere culturen op deze aardbol. Of het nu de indianen of de aboriginals zijn, Nederlandse literatuurcritici met een hekel aan Hollandse bestsellers, of Braziliaanse studentjes met Duitse namen die zijn afgestudeerd op engelen bij Botticelli, men is ontstaan uit zijn verleden en zit daar met duizend draden aan vast. Nootebooms personages zijn vervuld van heimwee, heimwee naar hun verloren paradijs. Wat dat ook mag zijn geweest. Sommigen gaan ernaar op zoek, anderen vangen er zomaar een glimp van op, worden onverhoeds ergens door aangeraakt. Een schilderij, een ontmoeting, een gebeurtenis. Zo is Paradijs verloren een boek over mensen op weg, zichzelf kwijtgeraakt in de levens die ze leiden. Op de vlucht voor iets, op zoek naar iets. Het is een raamvertelling van een oude man en een jongere vrouw op reis, onbekenden voor elkaar. Ze stappen het boek uit dat de vrouw bij zich heeft, maar niet leest. En omdat de man niet kan zien welk boek het is, schrijft hij zelf maar een verhaal. Over een meisje dat haar schaduw terugvindt bij de aboriginals, en een man die dat meisje drie jaar later terugziet in een kuuroord in Oostenrijk. Waarna de vrouw naar aanleiding van het boek dat ze bij zich heeft, en waarvan we nu de titel horen, de laatste zin bedenkt. Ondanks de veelbetekenende citaten uit Het Verloren Paradijs van Milton leest Paradijs verloren als een terloops verzonnen vervolgverhaaltje dat is opgebouwd uit wat losse fragmenten. Een niemendalletje om je in het vliegtuig van Frankfurt naar Berlijn-Tempelhof of in de trein van Berlijn naar Moskou mee te amuseren. Dat je om de paar bladzijden weg kunt leggen. Maar het gaat om de zoektocht naar de bron, dat wat ons verbindt met het bestaan, de aarde, de schoonheid, de schepping, het paradijs dat wij verloren hebben. De verhaaltjes die ogenschijnlijk willekeurig bij elkaar zijn geharkt, hebben dat met elkaar gemeen. Let op de beelden, de zinnen, de tekst. Daar zit het verbindende element. De roerloze wolken waar het vliegtuig boven hangt zijn de besneeuwde bergen waarop engelen skiën, alleen nu even niet. De sneeuw in het Oostenrijkse kuuroord heet met een metafoor van Huygens ‘wit roet, gehakte veren’. Voortdurend sneeuwt het er gehakte veren, wat betekent dat er engelen vallen. De vlinderlichte, altijd in het wit geklede masseuse van het kuuroord krijgt een ongeluk bij het bergklimmen. Weer een vallende engel. De engelen van het kunstproject in Australië krijgen vleugels omgebonden van echte vogelveren, maar bevinden zich op vieze, verlaten plekken in de stad. Ze zijn backpackers zonder werkvergunning, gevallen engelen die over de aarde zwerven en zich niet aan maatschappelijke regels  houden.De tegenstelling tussen zwaartekracht en gewichtloosheid, tijd en eeuwigheid, heden en verleden, zwarte en witte wolken, droom en werkelijkheid, zijn de verhaalelementen waar het hier over gaat. Tijd is een uitvinding van mensen, een factor die ons in onze sterfelijkheid gevangen houdt. Een factor in productieprocessen. Alleen op reis en in de slaap wordt tijd even opgeheven, wordt men tijdloos en kan men in contact komen met zijn eigen wezen en met het collectief onderbewustzijn. Lezen de twee reizigers over zichzelf, over elkaar? Over u en mij? Wie het weet mag het zeggen.

Karl Marx predikte dat de mens niet afhankelijk was van God en het door Hem beloofde hiernamaals, om van zijn aardse ellende verlost te worden. In het arbeidersparadijs van Marx zou iedereen die hard werkte, nog in dit leven gelukkig worden. Want de arbeid was ieders onvervreemdbaar eigendom, en het product van zijn arbeid dus ook. De mens had de sleutel tot het paradijs zelf in de hand. Maar de literair criticus Walter Benjamin, overigens een overtuigd marxist, geloofde in het ene noch het andere paradijs. Hij had daar een heel andere opvatting over. Volgens hem wacht het paradijs ons niet hier op aarde, of pas na onze dood, maar gaat het aan ons leven vooraf. Adam en Eva leefden immers aanvankelijk in het paradijs en zijn eruit verdreven nadat ze hadden gegeten van de vrucht van goed en kwaad.Dat is het menselijk drama: we zijn uit het paradijs gejaagd en kunnen er nooit meer terugkomen omdat we kwaad op kwaad, oorlog op oorlog stapelen. We verwoesten onze eigen levens en dat van anderen en verspelen door de wrakstukken die zich opstapelen steeds meer onze kansen om ooit nog in het paradijs terug te keren. Er is eigenlijk allang geen weg meer terug. Er waait een harde storm uit het paradijs, waar wij niet tegenop kunnen tornen.Nooteboom heeft als motto van Paradijs verloren een fragment uit de Notes on history van Walter Benjamin gekozen waarin dit drama het duidelijkst naar voren komt. En waar het zich nota bene voltrekt aan de engel die de mens naar de uitgang van het paradijs heeft geleid. Dit fragment vormt de leidraad voor zijn nieuwe roman. Al in de grote roman Allerzielen hield Nooteboom zich bezig met Benjamins wrakstukken van de geschiedenis, en liet hij de hoofdfiguur steeds op restanten van en herinneringen aan verschillende historische cultuurlagen stuiten. In Paradijs verloren doet hij dat nog eens over; nu niet in de diepte, maar in de breedte. Wat voor de geschiedenis van de westerse cultuur geldt, geldt natuurlijk ook voor alle andere culturen op deze aardbol. Of het nu de indianen of de aboriginals zijn, Nederlandse literatuurcritici met een hekel aan Hollandse bestsellers, of Braziliaanse studentjes met Duitse namen die zijn afgestudeerd op engelen bij Botticelli, men is ontstaan uit zijn verleden en zit daar met duizend draden aan vast. Nootebooms personages zijn vervuld van heimwee, heimwee naar hun verloren paradijs. Wat dat ook mag zijn geweest. Sommigen gaan ernaar op zoek, anderen vangen er zomaar een glimp van op, worden onverhoeds ergens door aangeraakt. Een schilderij, een ontmoeting, een gebeurtenis. Zo is Paradijs verloren een boek over mensen op weg, zichzelf kwijtgeraakt in de levens die ze leiden. Op de vlucht voor iets, op zoek naar iets. Het is een raamvertelling van een oude man en een jongere vrouw op reis, onbekenden voor elkaar. Ze stappen het boek uit dat de vrouw bij zich heeft, maar niet leest. En omdat de man niet kan zien welk boek het is, schrijft hij zelf maar een verhaal. Over een meisje dat haar schaduw terugvindt bij de aboriginals, en een man die dat meisje drie jaar later terugziet in een kuuroord in Oostenrijk. Waarna de vrouw naar aanleiding van het boek dat ze bij zich heeft, en waarvan we nu de titel horen, de laatste zin bedenkt. Ondanks de veelbetekenende citaten uit Het Verloren Paradijs van Milton leest Paradijs verloren als een terloops verzonnen vervolgverhaaltje dat is opgebouwd uit wat losse fragmenten. Een niemendalletje om je in het vliegtuig van Frankfurt naar Berlijn-Tempelhof of in de trein van Berlijn naar Moskou mee te amuseren. Dat je om de paar bladzijden weg kunt leggen. Maar het gaat om de zoektocht naar de bron, dat wat ons verbindt met het bestaan, de aarde, de schoonheid, de schepping, het paradijs dat wij verloren hebben. De verhaaltjes die ogenschijnlijk willekeurig bij elkaar zijn geharkt, hebben dat met elkaar gemeen. Let op de beelden, de zinnen, de tekst. Daar zit het verbindende element. De roerloze wolken waar het vliegtuig boven hangt zijn de besneeuwde bergen waarop engelen skiën, alleen nu even niet. De sneeuw in het Oostenrijkse kuuroord heet met een metafoor van Huygens 'wit roet, gehakte veren'. Voortdurend sneeuwt het er gehakte veren, wat betekent dat er engelen vallen. De vlinderlichte, altijd in het wit geklede masseuse van het kuuroord krijgt een ongeluk bij het bergklimmen. Weer een vallende engel. De engelen van het kunstproject in Australië krijgen vleugels omgebonden van echte vogelveren, maar bevinden zich op vieze, verlaten plekken in de stad. Ze zijn backpackers zonder werkvergunning, gevallen engelen die over de aarde zwerven en zich niet aan maatschappelijke regels  houden.De tegenstelling tussen zwaartekracht en gewichtloosheid, tijd en eeuwigheid, heden en verleden, zwarte en witte wolken, droom en werkelijkheid, zijn de verhaalelementen waar het hier over gaat. Tijd is een uitvinding van mensen, een factor die ons in onze sterfelijkheid gevangen houdt. Een factor in productieprocessen. Alleen op reis en in de slaap wordt tijd even opgeheven, wordt men tijdloos en kan men in contact komen met zijn eigen wezen en met het collectief onderbewustzijn. Lezen de twee reizigers over zichzelf, over elkaar? Over u en mij? Wie het weet mag het zeggen.

Karl Marx predikte dat de mens niet afhankelijk was van God en het door Hem beloofde hiernamaals, om van zijn aardse ellende verlost te worden. In het arbeidersparadijs van Marx zou iedereen die hard werkte, nog in dit leven gelukkig worden. Want de arbeid was ieders onvervreemdbaar eigendom, en het product van zijn arbeid dus ook. De mens had de sleutel tot het paradijs zelf in de hand.
Maar de literair criticus Walter Benjamin, overigens een overtuigd marxist, geloofde in het ene noch het andere paradijs.

Lees meer

Madame Bovary

Madame Bovary

Gustave Flaubert – Emma Bovary

Als boerendochter Emma Rouault trouwt met de nogal sullige plattelandsarts Charles Bovary denkt ze dat haar nu eindelijk het leven vol passie en avontuur wacht waar ze altijd zo vurig naar heeft verlangd. Alleen valt dat nogal tegen zodra dat nieuwe leven is begonnen. Al na een paar weken is haar verlangen naar verlossing uit haar verstikkende en bekrompen leventje weer even groot als toen ze nog een meisje was en goedkope liefdesromannetjes las.

Lees meer

K. Michel

K. Michel

'Taalfilosofisch maar niet gortdroog; muzikaal, geestig, lyrisch, parlandistisch,' zei Joost Zwagerman ooit over K. Michel, onze Auteur van de Week. K. Michel is het pseudoniem voor de op 13 augustus 1958 te Tilburg geboren Michael Maria ('Michel') Kuijpers. Hij studeerde aan het Sint Odulphuslyceum en daarna vanaf 1978 filosofie in Groningen en Amsterdam. Na zijn studie gaf hij samen met Arjen Duinker de literaire circulaire 'AapNootMies' uit. K. Michel debuteerde in 1989 met de gedichtenbundel Ja!

Lees meer

Beroering in Surinaams letterland

Beroering in Surinaams letterland

Met het verschijnen van de Engelstalige roman Elisabeth Samson, Forbidden Bride, Joshua Tree Publishing, Illinois, 2004, van de hand van de Amerikaanse debuterend auteur Carolyn Proctor, is grote opschudding ontstaan in Suriname. De bekende schrijfster Cynthia McLeod belegde prompt een persconferentie waar duidelijk werd dat vele passages min of meer letterlijk vertaald uit haar wetenschappelijk werk Elisabeth Samson, een vrije zwarte vrouw in het achttiende eeuwse Suriname, Universiteit van Utrecht, Utrecht, 1994. Bovendien zijn er volgens de schrijfster sterke aanwijzingen dat er ook gretig gebruik is gemaakt van McLeods roman over Elisabeth Samson: De vrije negerin Elisabeth, Gevangene van kleur, Conserve, Schoorl, 2000. De kwestie ligt in Suriname erg gevoelig en de discussies kunnen soms fel zijn, zelfs emotioneel. >>>

Lees meer

Longlist Gouden Doerian 2005

Longlist Gouden Doerian 2005

De Gouden Doerian is de prijs voor de slechtste Nederlandse roman van het afgelopen jaar.
De jury van de Gouden Doerian 2005, bestaande uit Jaap van Straalen, Maarten Moll, Jeroen Vullings, Michael Zeeman en Adriaan Jaeggi (secr.), nomineert de volgende boeken voor de Gouden Doerian 2005 (in alfabetische volgorde):

Clark Accord : Tussen Apoera en Oreala (Vassallucci)
Yasmine Allas : De blauwe kamer (De Bezige Bij)
Robert Anker : Hajar en Daan (Querido)
Kees van Beijnum : Het verboden pad (De Bezige Bij)
Walter van den Berg : De hondenkoning (De Bezige Bij)
Ad ten Bosch : Huidhonger (Meulenhoff)
Désanne van Brederode : Het opstaan (Querido)
Herman Brusselmans : Ik ben rijk en beroemd en ik heb nekpijn (Prometheus)
Jessica Durlacher : Emoticon (De Bezige Bij) >>>

Lees meer

Een nieuwe regentijd, een nieuwe beat, Surinaamse Literatuur op Literair Nederland

Een nieuwe regentijd, een nieuwe beat, Surinaamse Literatuur op Literair Nederland

Een nieuw lente, een nieuw geluid. Met deze bekende versregel uit de Nederlandse literatuur wil de Ëœredactie Suriname de grotere inbreng inluiden die het Surinaamse zusje van schone letteren van de Lage Landen op deze website vanaf nu gaan verzorgen. Meteen worden er heel wat verschillen duidelijk: een nieuwe lente? Een nieuwe regentijd, een nieuwe beat zal je bedoelen! En wellicht zijn er mensen die de Surinaamse pennevruchten eerder als een nakomertje van Mama Belanda zien, of juist vice versa, vanwege onze veel oudere oorspronkelijke orale literatuur Mama Sranan als oermoeder van Zeeuws meisje beschouwen.

Hoe het ook zij, vanaf nu zal de Surinaamse literatuur meer van zich laten horen op Literair Nederland. Kijk op het ../../web/forum/Topic.aspx?FID=117 - forum naar de eerste bijdrage van de nieuwe Literair Nederland redacteur ../../web/redactie/bios.aspx - Marieke Visser, opererend vanuit Paramaribo.

Lees meer

Tommy Wieringa onderneemt actie voor verkrijgbaarheid van zijn nieuwe roman

Tommy Wieringa onderneemt actie voor verkrijgbaarheid van zijn nieuwe roman

Arnon Grunberg, Ronald Giphart en Arthur Japin hoeven het uiteraard niet te doen, maar er zijn auteurs die de verleiding niet kunnen weerstaan na het verschijnen van een nieuw boek een tochtje langs boekhandels te maken voor wat stiekeme promotie: met de cover naar voren zetten, stapeltje van maken met een exemplaar erbovenop, naar een tafel smokkelen of met de meest nonchalante stem aan de kassa vragen waar het te vinden is zodat de boekverkoper in ieder geval bewust is van het bestaan ervan.

Voorwaarde is wel dat het boek überhaupt in de winkel te vinden is en dat is tegenwoordig lang niet zeker meer. Boekverkopers moeten kiezen of kiezen in groepsverband wat ze uit het rijke (sommigen noemen het eerder overdadige) aanbod in de winkel halen en die torenhoge of door de hele winkel verspreide stapels met de nieuwe Nicci French en al die Dan Browns nemen nu eenmaal een hoop plaats in. Terwijl nog maar een paar jaar geleden van een niet gehypte roman een paar duizend exemplaren werden afgezet, zijn het er nu gemiddeld nog een paar honderd. Triest maar waar en ook iets dat wij ons als boekenkopers mogen aantrekken. Aan de prachtigste boeken lopen we achteloos voorbij, laat staan dat we er ernaar vragen, omdat we ons koopgedrag niet langer laten bepalen door de informatie maar door de reclame over boeken of door de via de televisie opgetutte bekendheid van auteurs. >>>

Lees meer

?Medegevangen brachten Jan Campert om

?Medegevangen brachten Jan Campert om

Medegevangen hebben dichter Jan Campert in concentratiekamp Neuengamme vermoord. Prominent verzetsman Gerrit Kleinveld heeft dat gehoord van een van Camperts barakgenoten, meldde NRC Handelsblad zaterdag 19 februari.
Verzetsheld Campert (1902-1943) zou zich volgens kampgenoten aan collaboratie schuldig hebben gemaakt. Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) en biograaf Hans Renders noemen het verhaal van Kleinveld "aannemelijk".
Tot op heden werd aangenomen dat Campert stierf aan ziekte of uitputting. Zijn reputatie als verzetsheld verwierf hij met zijn beroemde gedicht De achttien dooden over de fusillade van drie Februaristakers en vijftien leden van het Geuzenverzet in 1941. Hij was in het Noord-Duitse concentratiekamp beland omdat hij joden had geholpen. >>>

Lees meer

Meulenhoff en de Volkskrant brengen herdrukken Nederlandse klassieken

Meulenhoff en de Volkskrant brengen herdrukken Nederlandse klassieken

In het najaar bracht uitgeverij Meulenhoff in samenwerking met de Volkskrant de Nobelprijsbibliotheek uit. In een periode van tien weken verschenen tien gebonden boeken van Nobelprijswinnaars. De prijs per titel was tien euro, waarop met een bon uit de Volkskrant 2,50 euro korting kon worden verkregen. Het succesvolle initiatief krijgt nu een vergelijkbaar vervolg met De Leeslijst, een serie met tien heruitgaven van klassieken uit de Nederlandse literatuur van na de Tweede Wereldoorlog.

Naast uitgaven van Meulenhoff zelf zal de serie ook uitgaven brengen van Querido, De Bezige Bij en De Arbeiderspers (alle WPG), Atlas (Veen Bosch & Keuning) en De Geus. Het gaat om de volgende titels:>>>

Lees meer

Cubaanse schrijver Cabrera Infante overleden

Cubaanse schrijver Cabrera Infante overleden

De Cubaanse schrijver Guillermo Cabrera Infante is maandag overleden in Londen, waar hij al veertig jaar in ballingschap leefde. Cabrera Infante, een ferm tegenstander van het Cubaanse communisme, was 75 jaar. Dat heeft zijn vrouw dinsdag meegedeeld.
Als een jonge intellectueel en filmcriticus steunde Cabrera Infante de revolutie van Fidel Castro, waarbij de corrupte dictactor Fulgencio Batista in 1959 werd afgezet. Toen de nieuwe regering steeds meer het communisme omarmde en censuur haar intrede deed, verliet Cabrera Infante teleurgesteld zijn vaderland. Hij werd Cubas cultureel attaché in Brussel en ging na zijn vertrek daar (in 1965) in zelfgekozen ballingschap in Groot-Brittannië wonen. >>>

Lees meer