Joke van Leeuwen

‘Neem drie lijnen. Buig ze een beetje om. Schuif ze tegen elkaar. En hier is het landschap waarin dit verhaal begint.’ Dat verhaal is Iep (1996), Joke van Leeuwens veelbekroonde boek over een eigenzinnig vogelmeisje. Van Leeuwen (1952) werd geboren in Den Haag, verhuisde vanaf haar tweede levensjaar meerdere malen om uiteindelijk op haar veertiende in Brussel terecht te komen. Ze komt uit een gezin van acht kinderen en was al op zeer jonge leeftijd aan het schrijven en tekenen. Zo maakte ze voor het gezin Van Leeuwen wekelijks een gezinskrant met versjes en verhalen. In Brussel had ze eerst moeite met aanpassen: ‘Een lerares zei dat ik maar terug moest gaan naar mijn eigen land als ik alles net als andere Nederlanders beter meende te weten.’ Hoe langer ze echter in België was, hoe minder zin Van Leeuwen had om terug te keren. Ze ging in Antwerpen naar de Kunstacademie en later in Brussel naar het St. Lukas Instituut. Ondertussen bleef ze schrijven en tekenen. Ze besloot om kinderboeken te gaan schrijven omdat ze daarin die twee vaardigheden kon verenigen. In eerste instantie had ze moeite om een uitgever te vinden, maar nadat een door haar geschreven cabaretvoorstelling een prijs had gewonnen kwam haar eerste boek uit: De Appelmoesstraat is anders (1978). Haar kinderboeken zijn vele malen bekroond en in 2000 ontving ze de Theo Thijssenprijs voor haar gehele oeuvre. Naast kinder- en jeugdboeken schrijft Van Leeuwen ook proza, gedichten, teksten voor theater en tv en brengt ze vertelvoorstellingen. Onlangs publiceerde ze haar eerste ‘uitsluitend voor volwassenen bedoelde’ roman Vrije vormen. Iep is ondertussen in de regie van haar zus Marieke tot eind maart 2003 in theaters in heel Nederland te zien.

Ozo heppie

Ik voel me ozo heppie,
zo heppie deze dag
en als je vraagt: wat heppie
als ik eens vragen mag,
dan zeg ik: hoe wat heppie
wat heppik aan die vraag,
heppie nooit dat heppieje
dat ik hep vandaag?

uit: O zo Heppie en andere versjes (Querido, 2000)

Recent

2 december 2019

Taal moet swingen

Literair Nederland - 10 jaar geleden

06 december 2009

door Marjolein Paalvast

Er was eens een burggraaf die Medardo van Terralba heette. Hij leefde lang, lang geleden in een land ver hiervandaan. Op een dag sloot hij zich aan bij de keizerlijke troepen en trok ten strijde tegen de Turken. Medardo’s deelname aan de oorlog was echter slechts van korte duur: een Turkse kanonskogel kliefde hem in twee precies gelijke helften, die onafhankelijk van elkaar voortleefden. Nu gebeurde het, jaren later, dat de twee burggraven verliefd werden op hetzelfde meisje: Pamela, een herderinnetje.

Lees meer