Herman Hendrik ter Balkt

Herman Hendrik (roepnaam Harry) ter Balkt werd geboren op 17 september 1938 te Usselo, een Twents dorpje in de buurt van Enschede. Na de middelbare school en een lerarenopleiding gaf hij jarenlang les in Drenthe en Nijmegen. Als dichter debuteerde hij in 1969 met de bundel Boerengedichten, onder het pseudoniem Habakuk II De Balker. (Onder dit pseudoniem blijft hij tot 1979 publiceren, waarna hij als H.H. ter Balkt verder dicht. Een ander pseudoniem, Foel Aos, gebruikte hij voor zijn publicatie Zwijg uit 1973.) Zijn debuutbundel is tamelijk succesvol en zet de toon voor de vele bundels die erop volgen. In de woorden van Piet Meeuse: “Dit was een nieuw geluid: de krachtige lyriek van iemand die zich uitdrukkelijk presenteerde als een boerendichter. Zijn poëzie leek aansluiting te zoeken bij tradities die in de Nederlandse poëzie nauwelijks een rol speelden: de oude, orale poëzie van straatzangers en sprooksprekers uit vervlogen tijden”.

Terugkerende thema’s in het werk van Ter Balkt zijn: de vaderlandse geschiedenis, de waarachtige, maar bedreigde ambachtelijkheid van het agrarische leven, de tegenstelling tussen natuur en cultuur en de negatieve invloed van de moderne mens op zijn omgeving.

In 2000 verschijnt de veelomvattende bloemlezing In de waterwingebieden, waarover Arie van den Berg opmerkt: “Nu er meer dan vijftien bundels, gekortwiekt, herschikt en herschreven, in ruim zevenhonderd pagina’s zijn bijeengebracht, blijkt hoe groot het dichterschap van Ter Balkt is”. Zijn meest recente bundel is Laaglandse hymnen II (2002), opvolger van de in 1991 verschenen Laaglandse hymnen.

Onlangs werd bekend dat Ter Balkt in 2003 de P.C. Hooftprijs voor zijn poëtisch oeuvre zal ontvangen. In de vorige eeuw vielen hem al de Herman Gorterprijs, de Henriëtte Roland Holstprijs, de Jan Campertprijs en de Constantijn Huygensprijs ten deel.

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

17 november 2009

Zoektocht naar zijn verleden levert charmant boek op

Recensie door Rein Swart

De intrigerende roman ‘Austerlitz’ van W.G. Sebald uit 2003 begint met een bezoek van de ik-figuur, een alter ego van de schrijver, aan de Zoo in Antwerpen in de tweede helft van de jaren zestig. De uilen die hij daar ziet doen hem denken aan de vorsende blikken ‘zoals je die wel aantreft bij bepaalde schilders en filosofen, die door middel van de zuivere waarneming en het zuivere denken trachten door te dringen in de duisternis die ons omringt.’ Daarna ontmoet hij, heel en passant, de mysterieuze Austerlitz in de wachtkamer van het station, die zeer geïnteresseerd blijkt te zijn in de architecturale waarde van het gebouw.

Lees meer