Paul van Ostaijen

Paul van Ostaijen wordt wel de eerste moderne dichter in het Nederlands taalgebied genoemd. Naast poëzie schrijft hij ook proza en opstellen over schilderkunst, beeldende kunst en poëzie. Van Ostaijen is op 22 februari 1896 in Antwerpen geboren en sterft aan tbc op 32 jarige leeftijd in 1928.
In zijn jeugd is hij al een onaangepast ventje en levert hij al strijd over poëzie. Op de middelbare school, een jezuïtencollege, verzet hij zich tegen de opvatingen van de paters en leest verboden lectuur zoals Tolstoj en Ibsen. In 1913 verlaat hij het Atheneum en wordt klerk op het stadhuis
van Antwerpen.

Zijn debuut, Musica-Hall, verschijnt in 1916. Het is een bundel vol impressionistische, sentimentele verzen. Hij verheerlijkt er het liederlijke leven in de grote stad. Twee jaar later, in 1918, volgt de bundel Het Sienjaal. Hierin wordt de kunstenaar als een door God uitverkorene afgeschilderd. De ‘ik’ in de gedichten zoekt naar eenwording met de mensheid en richt zich op de zwakkeren en onderdrukten. Kort na het verschijnen van Het Sienjaal vlucht Van Ostaijen naar Berlijn. In Berlijn leert hij een groot aantal schrijvers en schilders kennen. Via de schilders komt hij in contact met het avantgardisme, en in het bijzonder met het dadaïsme. Van Ostaijen schrijft er twee bundels: De Feesten van Angst en Pijn en Bezette Stad. De bundels zijn nihilistisch en dadaïstisch geïnspireerd. Het gebruik van reclameslogans, flarden uit liedjes, titels van films, opschriften van uithangborden doet denken aan de dadaïstische fotomontage. Van Ostaijen laat de poëzie op alle mogelijke manieren ontploffen: van rijm en prosodie is geen sprake meer, de syntaxis wordt afgeschaft, de stem van de dichter wordt vervangen door een koor van tegen elkaar in zingende stemmen. Bezette Stad bestaat uit van Ostaijens herinneringen aan Antwerpen in de Eerste Wereldoorlog. Het binnenmarcheren van de vijandelijke legers, de lege havens, de bordelen, de bars en de bioscopen. Samen met zijn vriend Oscar Jespers werkt hij aan de ‘ritmiese’ vormgeving van de bundel om, zoals hij in een van zijn poëticale opstellen uiteenzet, ‘de lezer attent te maken op de meer dan journalistieke betekenis van het woord. Op de stam. De klinker. De medeklinker. Het interval. Het zwijgen. Het ademhalen’.

Na zijn dood verschijnen nog zijn Nagelaten Gedichten. Uit deze gedichten, maar ook uit zijn opstellen, wordt duidelijk dat het Van Ostaijen er uiteindelijk om gaat dat poëzie niets te maken heeft met de intentie van de dichter. In plaats van een mededeling over de wereld of een expressie van gevoel, is het louter een spel van woorden en klanken. Zoals hij zelf schrijft:

Poëzie = woordkunst.
Poëzie is niet:
gedachte, geest, fraaie
zinnen, is noch
doctoraal, noch dada.
Zij is eenvoudig een in
het metafysiese
geankerde spel met
woorden

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

18 juli 2008

Leven na een moord

Door Pauline van der Lans

Zoals de in het begin van de serie Desperate Housewives overleden Mary Alice Young met een alziende blik de gebeurtenissen in Wisteria Lane weergeeft, zo vertelt in Alice Sebolds roman De wijde Hemel de vermoorde tiener Susie Salmon hoe het haar achterblijvers vergaat.

Lees meer