Het uur van de waarheid

De euforie die ik voelde, toen de dames Van Binnendijk en Moor me vroegen om een stukje te schrijven voor de Literaire Pagina. Zelden heb ik me zo vereerd gevoeld. Dat debuut, een interview met Netty Simons, de schrijfster die later bekend is geworden als Annel de Noré, heeft me toen heel wat uurtjes ploeteren gekost. Nog vele portretten en verslagen volgden. En natuurlijk op een gegeven moment ook de eerste boekbesprekingen, die ik tot de dag van vandaag liever geen recensies wil noemen. Eerst een beetje aarzelend, mezelf afvragend: wie ben ik nou helemaal om allerlei kritische kanttekeningen te plaatsen? Maar al snel werd mijn toon zekerder.

Het blijft echter een dun koord waar critici op balanceren, en zeker in Suriname. Wat is een kwestie van persoonlijke smaak van de recensent, wat is slordigheid of juist vaardigheid van de schrijver, wat is technisch ‘on-kan’ en wat is een creatief hoogstandje? Waar mag de kritische lezer een westerse bril opzetten en wanneer moet hij in de felle tropenzon zijn ogen half dichtknijpen? Hoe langer ik medewerker was en hoe meer ik te weten kwam over de literatuur in Suriname, des te meer kreeg ik het gevoel op eieren te lopen. Op het dieptepunt van mijn verwarring was ik, naast mijn redacteurschap voor dWT-L en Literair Nederland, ook actief betrokken bij de organisatie van het vierde internationale literatuurfestival in Suriname: Werelden in ontmoeting. Waar lagen mijn loyaliteiten, en was het überhaupt eigenlijk niet een rare combinatie: ‘loyaliteit’ en ‘neutraliteit’?

Terwijl de kwetsbare eieren onder mijn voeten langzaam maar zeker veranderde in een explosief literair mijnenveld, schreef ik temidden van die wereld die aanvoelde als die beroemde kamer van Edgar Allan Poe, waarvan de muren letterlijk op de hoofdpersoon afkomen en hem dreigen te vermorzelen, in deze toestand van toenemende beklemmendheid, schreef ik een mail. Een collega in Nederland had me een aantal vragen over het literaire circuit in Suriname voorgelegd. Ik reageerde daarop, opeens op de pré-Surinaamse manier waarvan ik dacht dat ik die verleerd had. Heel open, een beetje kattig, erg kritisch en nogal bijdehand. Een fragment: ‘Het is ook heel pijnlijk omdat avond na avond (elke laatste woensdag van de maand) mensen met bagger daar komen staan en nooit leren dat ze door schaven en herschrijven en opnieuw beginnen van een stukje huisvlijt iets prachtigs kunnen maken.’. En: ‘(…) dichters denken dat ze goede presentaties geven wanneer ze keer op keer nog een half uur het publiek vervelen met mopjes, omdat ze van zichzelf denken dat ze zo’n goede voordracht doen’. Met als uitsmijter: ‘God en de bijbel wordt ook overal bijgesleept, en dan mag je helemaal niets zeggen’.

De nachtmerrie van iedere Internetgebruiker werd werkelijkheid: ik had de mail niet alleen naar de bevriende journalist verzonden, maar ook naar tout Paramaribo … Het moment dat ik daarachter kwam wilde ik zelf wel God en de bijbel erbij slepen: ik werd koud, ik kreeg het warm en ik kreeg een diep verlangen naar een hongerige Moeder Aarde die mij terstond liefdevol zou verzwelgen, tot in de eeuwigheid der dagen! Met gebogen hoofd bewoog ik mij beschaamd door het leven. Twee reacties maakten dat ‘mi ben kisi mi srefi’. Ismene Krishnadath, die door mij ook zeer zwart-wit beschreven was in mijn betoog, die lachte er zo smakelijk om dat ik niet anders kon dan meedoen, zij het een beetje als de spreekwoordelijke boer met kiespijn. En John Elskamp, die me uitbundig complimenteerde met deze volgens hem zo broodnodige openheid van zaken. Ik hief mijn hoofd weer op, het schaamrood verdween direct, ook tot in de eeuwigheid der dagen naar ik hoop, en ik nam mij voor om met ingang van onmiddellijk een einde te maken aan de zelfcensuur die ik steeds meer was gaan toepassen op mijn besprekingen. Eieren gebruik ik nu weer gewoon om een lekkere omelet mee te maken en mijnen die zijn er om opgeruimd te worden. Vrijen doe ik veilig, rijden ook, maar lezen, en schrijven over lezen? Zonder enige terughoudendheid! En wie ik wel denk dat ik ben dat ik dat zomaar mag doen?

Marieke Visser

Recent

17 januari 2018

Rusland, mijn Rusland

12 januari 2018

Voelen met verstand

Literair Nederland - 10 jaar geleden

21 januari 2008

Een verhalendebuut
door Bernadet

Het blijft altijd lastig een verhalenbundel te bespreken hoewel door deze verhalenbundel een rode draad loopt. Op de flaptekst staat: De personages in deze verhalen treden elke dag de wereld monter tegemoet, om dan altijd weer te ontdekken dat het leven tegenstrijdige eisen stelt. De situaties waarin ze terechtkomen zijn verwarrend – tragisch voor hen, vaak hilarisch voor de lezer.

Lees meer