21 mei 2007

Toch niet weer Grunberg?

Heeft er iemand wel eens iets gelezen van Brigitte Raskin? Vrijwillig bedoel ik. In 1989 won zij de AKO- Literatuurprijs voor Het Koekoeksjong. In de dagboeken van Hans Warren over die tijd is inmiddels duidelijk geworden dat hij dit boek erdoor gedrukt heeft bij de andere juryleden.

De andere genomineerden waren J. Bernlef – Vallende ster, Rudy Kousbroek – De onmogelijke liefde, Margriet de Moor – Op de rug gezien, Héléne Nolthenius – Een man uit het dal van Spoleto en Leo Pleysier – Wit is altijd schoon. Ik had de meeste genomineerden van de longlist gelezen en wist één ding zeker: Raskin zou het zeker niet worden.

Inmiddels zijn we achttien jaar verder. Arnon Grunberg heeft in de tussentijd tweemaal de AKO-prijs gewonnen en vorige week ook nog de Librisprijs, nadat hij eerder dit jaar Gouden Uil al had opgehaald. De reacties in de zaal waren een beetje lauw. Alweer Grunberg, alsof hij voor de zesde keer tourwinnaar was geworden.

Sommige schrijvers vallen altijd in de prijzen, anderen bijna nooit. Of de keuzes van de juryleden rechtvaardig zijn of niet doet niet ter zake. Uiteindelijk oordeelt de geschiedenis wel over de boeken. Wie leest nog De Karelische nachten en wie Het Koekoeksjong? Is de geschiedenis dan zo rechtvaardig? Ook dat valt te bezien, want Hélène Nolthenius is niet echt bedolven onder de prijzen, terwijl ze toch prachtige verhalen heeft geschreven.

Na de laatste Librisprijs hoorde ik mensen wat mopperen over het prijzencircus. Volstrekt onterecht. Deze jury heeft een aantal boeken naar voren gehaald en op hun shortlist/kortlijst gezet. daardoor staan die boeken wat langer in de belangstelling of zoals L.H. Wiener opgetogen meldde nadat hij het nieuws van zijn nominatie had gehoord: De verering van Quirina T. krijgt een tweede leven. Er komen nieuwe besprekingen in de krant. De boeken vinden nieuwe lezers. Zo heb ik in het verleden Tip Marugg ontdekt, vorig jaar Stefan Brijs herontdekt (ik had lang geleden Arend gelezen, maar daarna deze schrijver terzijde gelegd) en dit jaar verheug ik met op De Pruimelaarstraat van Louis van Dievel. Schrijvers en boeken die ik anders gemist had. Misschien hebben Gerbrand Bakker en L.H. Wiener nu ook een nieuw lezerspubliek aangeboord. Zeer terecht.

Alleen al voor die ontdekkingen zouden we moeten pleiten voor nog meer prijzen, nog meer nominaties en als Grunberg bij elke prijs een deel van het geld geeft aan een bijzonder literair project, dan mag ook hij nog wel een keer winnen.

Coen Peppelenbos

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer