24 oktober 2005

Het einde van een mode?

Kan het nu eindelijk afgelopen zijn met de vuistdikke romantrend? Als sinds Umberto Eco bewees dat ook omvangrijke romans bestsellers kunnen worden zitten we vast aan een onuitroeibare mode.

Goed nieuws voor Proust en Musil natuurlijk, wiens epi met succes werden herdrukt de afgelopen jaren, maar matig goed nieuws voor de Nederlandse letteren. Welke Nederlandse auteur die de verleidingen van het dikke boek niet kon weerstaan heeft een meesterwerk geschreven? Gewassen vlees vond ik eerlijk gezegd niet om doorheen te komen, de MOVO-tapes van hele alfabet Van der Heijden is weliswaar een met veel verbeelding geschreven boek dat bij vlagen briljant is maar dat zo oneindig uitwaaiert dat er geen roman ontstaat maar een collectie scherven, en of De joodse messias van Grunberg een hoogtepunt uit diens oeuvre zal blijken te zijn waag ik te betwijfelen.
Een pleidooi voor beknoptheid wordt meestal meteen opgevat als een pleidooi voor Nescio-achtige soberheid. Ten onrechte. Korte verhalen kunnen ook heel barok en/of aangenaam traag zijn. Vooral Van der Heijden heeft er een handje van elke kritiek op de dikte van zijn boeken op te vatten als een aanval op zijn stijl. Ook geheel ten onrechte. De stijl is niet het probleem in zijn laatste meesterproef, het is de omvang. Sterker nog, ik ben een medestander van Van der Heijden als het gaat om zijn kritiek op de Nederlandse voorliefde voor sober proza. Altijd maar weer die lofzang op Nescio en Bordewijk, altijd maar weer de kaalheid bezingen, alsof alle verhalen beter worden naarmate je minder woorden gebruikt. Nonsens. Proust is de meester van de antibeknoptheid, van de eindeloos meanderende zinnen en pagina’s lang uitgesponnen beschrijvingen. Wie nu zo’n boek zou schrijven, zou onmiddellijk weggehoond worden, maar mijn God wat kon die man schrijven, ook al moet ook ik toegeven dat ik het einde van zijn epos nooit heb gehaald. Iets teveel van het goede.
Er gloort hoop voor mensen zoals ik. Een nieuwe trend is het vooralsnog niet, maar het korte verhaal lijkt een literaire vorm die langzaam terrein aan het terugwinnen is. Niet alleen maakte Joost Zwagerman een uitputtende selectie uit Nederlandse korte verhalen, ook zijn er steeds meer schrijvers die zich of geheel op die vorm toeleggen, of geregeld een verhalenbundel uitbrengen. Nu alleen nog “de onuitroeibare neiging van boekverkopers, critici en misschien ook lezers om een zekere lauwheid aan de dag te leggen wanneer een boek (…) geen romanvorm bezit maar afgeplakt moet worden met het etiket verhalenbundel” zien te overwinnen. Volgens Joost Nijsen, uitgever bij Podium, wil de boekhandelaar er niet aan. Verhalenbundels verkopen niet. Het bewijs dat gekochte boeken niet per definitie gelezen worden. Als de moderne mens ergens blij mee zou moeten zijn, dan is het wel met proza op de korte baan. Dikke boeken blijven liggen tot vakanties aanbreken, en slijten hun dagen dan onaangeroerd op het nachtkastje van het appartement, of verkleuren ongelezen aan de rand van de strandhanddoek. Korte verhalen daarentegen kunnen voor het slapengaan geconsumeerd worden, tijdens het wachten bij een dokter of tandarts, tijdens een treinreis, et cetera. Literaire stopverf voor het drukke dagschema van de hedendaagse haastmens. Waarom dan toch die voorkeur voor dikke boeken? Het is mode. Louter mode. Een mode die nu eindelijk eens afgelopen dient te zijn.

Jeroen van Kan

p.s. Schopenhauer merkte overigens al eens op dat je de tijd om een boek te lezen er eigenlijk bij zou moeten kunnen kopen. Als dat kon zou ik op 361-jarige leeftijd pas m’n laatste adem uitblazen.

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren. In het nu leven, de weg gaan die klaarblijkelijk zo moet zijn. Bij dit boek reageren mensen hetzelfde "Dat is toch dat boek van die dominee die niet in God gelooft? Dat is toch die atheïst?." Opschudding alom.

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren.

Lees meer