22 augustus 2005

Beter een goede buur?

Lisa Kuitert schrijft in de Vrij Nederland  (‘Boekenland: Gij zult geen vrienden recenseren’) van deze week: ‘Het is met andere woorden nog niet zo eenvoudig om betrouwbare informatie over het hedendaagse boekenaanbod te verkrijgen. Méér informatie hoeft niet, wel betere.’ Zij concludeert dit naar aanleiding van een enquête, die gehouden wordt door de Nederlandse Taalunie en waarin een grootschalig onderzoek verricht wordt naar de wensen en behoeften van de Nederlandse boekenconsument. Wat willen wij als lezers weten voordat we een boek kopen of nadat we een boek gekocht hebben?

Kuitert impliceert in haar stukje, tamelijk expliciet trouwens, dat het huidige officiële recensieklimaat beheerst wordt door persoonlijke verhoudingen binnen het boekenvak (recensenten en schrijvers die elkaar het licht in de ogen niet gunnen of juist elke week gezellig de borrelglaasjes voor elkaar op tafel zetten. Maar ook recensenten en uitgevers kunnen er stevige vetes op nahouden; of geheime romances). De geleverde voorkennis via kranten en tijdschriften is dus eigenlijk niet betrouwbaar.

Daarnaast signaleert Kuitert dat de mening van de betaalde recensent en de recenserende consument nogal uiteenlopen. Deze verschillen worden duidelijker zichtbaar naarmate er meer kanalen komen waarop ‘gewone’ lezers hun mening mogen verkondigen, een mogelijkheid die deze site trouwens ook biedt. Voorheen was deze discrepantie het duidelijkst waarneembaar in de boekhandel: boeken die in de pers gekraakt werden, bleken bestsellers; ook mond-tot-mondreclame blijkt vaak meer te doen dan een recensie in de NRC. De meeste lezers hanteren immers andere criteria dan de gemiddelde literair recensent, die meestal grondig in de marinade van een letterenstudie is geweekt  en daarnaast vaak ook nog tegen diverse paaltjes en boompjes moet piesen.

De meeste lezers willen gewoon vermaakt worden. Lezen is in de eerste plaats ontspanning. Als een klant aan een boekhandelaar vraagt wat hij wil lezen, zit hij niet te wachten op een exposé over leidmotieven, allusies naar de wereldliteratuur, eclectische stijlwisselingen en postmoderne verwijzingen naar experimentele literatuur van de Vijftigers. Nee, mevrouw, meneer, dit is een prachtig meeslepend boek over de Tweede Wereldoorlog slash Hongaarse Opstand slash terminale ziekte van de broer van de schrijver slash De eerste Grote Liefde; leest lekker weg, zonder oppervlakkig te zijn (want dat bent u natuurlijk ook niet), prachtig geschreven, met veel plezier zelf gelezen etc.
Lezers worden geraakt door een gevoel dat een boek bij hen teweegbrengt, en daar reageren ze op. Minder op stijl of de schitterende weergave van de condition humaine. En ik denk dat veel lezers wel degelijk meer over hun literatuurbeleving (excusez-le-mot) willen lezen, dan dat ze per se zitten te wachten op objectievere literatuurkritiek. Daar worden vooral de mensen die zich beroepsmatig met literatuur bezighouden erg opgewonden van.

De toename van websites waarop lezers hun mening kwijt kunnen en kunnen delen is daarom een nuttige toevoeging op de al bestaande informatiekanalen. Vergeet immers niet dat het gros van wat er aan romans verschijnt en uiteindelijk ook daadwerkelijk verkoopt, niet direct onder de noemer literatuur valt. En dat veel van die meer op verstrooiing en vermaak gerichte boeken dikwijls niet besproken worden in de serieuze pers. Of nee, het is erger: dat de literatuurkritiek soms zelf het verschil tussen in middelmatigheid verzuipende flodderboekjes en waardevolle juweeltjes niet meer ziet. Zeker waar het de Nederlandse literatuur betreft verzuimt de kritiek dikwijls het kaf van het koren te scheiden.
De toename van platforms waarop lezers hun mening kwijt kunnen zijn een welkome aanvulling, juist waar het betrouwbare informatie betreft. Uiteindelijk stellen mensen immers meer vertrouwen in een tip van een goede vriend die hun smaak deelt, dan die van een criticus die vooral alle schrijvers kent.

Daphne de Heer

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Literair Nederland - 10 jaar geleden

29 oktober 2007

Roman met speelse cartoonachtige taferelen De opvatting dat de zintuiglijke waarneembare wereld de enige werkelijkheid is, is tegenwoordig niet meer vol te houden. In die andere dimensie van werkelijkheid speelt niet alleen de nieuwe natuurkunde, maar ook de religieuze ervaring een belangrijke rol. De ervaring van mensen die contact zouden hebben gehad met een werkelijkheid die uitstijgt boven de alledaagse werkelijkheid, betreft een waarneming van het transcendente, a.h.w. van het goddelijke. Door de medische technologie overleven steeds meer mensen een levensbedreigende lichamelijke crisis. Steeds meer wetenschappelijke disciplines staan open voor datgene wat deze mensen over bijzondere ervaringen te vertellen hebben die men heeft opgedaan tijdens die crisis. In de westerse wereld zijn wetenschappers de laatste jaren er toe overgegaan dit soort ervaringen toch serieus te nemen en een onderzoek in te stellen naar de strekking ervan. Dat leidt tot uitermate belangrijk onderzoek. Wanneer kan worden aangetoond dat mensen werkelijk de grenzen van ruimte, tijd en sterfelijkheid kunnen overschrijden, zijn de consequenties daarvan voor de wetenschap, de theologie en dus ook voor het leven enorm. Simon Vestdijk schreef in zijn essay Berichten uit het hiernamaals (De bezige Bij , 1982, pg.11) het volgende: Op aarde acht men het psychisch leven gebonden aan de stof. Een dergelijke stoffelijke grondslag kennen wij hier niet. Geen lichaam, geen zintuigen, geen tastbaar denkorgaan, niets. Maar hoe wil ik dat bewijzen? Hoe overtuigend moeten mijn woorden wel klinken, willen zij de kluisters verbreken van wat zelfs ik nauwelijks een vooroordeel waag te noemen? Ik weet zeker, dat ik leef, al ben ik gestorven, en ik weet zeker, dat ik geen lichaam meer heb; maar het zou wel eens kunnen zijn, dat dit dan ook het enige is dat ik weet. Ieder van ons heeft wel eens momenten gehad, dat niets hem eenvoudiger leek dan u, aanstaande lotgenoten, met voorbeeld of beeldspraak uit te leggen hoe wij ons voelen in onze nieuwe toestand, wat er met ons aan de hand is, wie en wat wij zijn en niet zijn. Menige aardbewoner, zo meenden wij, kent uit eigen ervaring wel die dromerige stemmingen, waarin het rumoeren der buitenwereld niet meer tot hem doordringt, en zijn eigen bewustzijn de gehele horizon van zijn bestaan schijnt in te nemen. Dat komt overdag voor, en even voor het inslapen ervaart gij het gewoonlijk op zijn duidelijkst. En nu kunnen wij wel zeggen, dat gij hierin een vergelijkingsmaatstaf bezit, die nadere uitleg onzerzijds overbodig maakt, helemaal eerlijk zijn wij hierin niet, want voor zover wij ons de vroegere dagdromen nog herinneren, weten wij maar al te goed, dat de vergelijking hoogst misleidend is, en dat uw minuten van wegdrijven op innerlijke golven heel iets anders zijn dan onze bestaansvorm. Als gewezen dienaren der wetenschap zouden wij er dus verstandig aan doen onze nederlaag toe te geven. De schrijver Eric de Clercq waagt in zijn roman Het grote spel waterparadijs een poging deze thematiek uit te werken en te gieten in een verhaalvorm. In zijn relaas wordt een zekere Tim ten tonele gevoerd die zich uitgerekend door een sprinkhaan, Vioolpret geheten, laat vertellen dat hij een ongeval gehad heeft en in een comateuze toestand verkeert. Deze toestand zou gelijk staan met de dood. Blz. 17 : “ Je zal ondertussen wel vermoeden dat deze wereld jouw doordeweekse leventje niet is. En dat is het ook niet. Dit is de vijfde Dimensie. De dimensie waarnaast alle levende wezens na hun dood terugkeren. “ Tim wordt in het verhaal omringd door tientallen figuren, allemaal cartoons die de meest uiteenlopende insectensoorten vertegenwoordigen. Elke figuur stelt een soort voor dat het best bij zijn status, beroep of persoonlijkheid past. De figuren die hij tijdens zijn ronddolen ontmoet, komen hem steeds bekend voor. Hij krijgt mensen gepresenteerd die afkomstig zijn uit zijn geboortedorp en die door Tim een plaats toebedeeld krijgen in de vorm van als cartoons. Het stoort hem ook niet dat de figuren creaties zijn van zijn eigen geest. Pas aan het eind van het verhaal keert de rust in Tims’ wereld weer terug. Het feest en de avontuur zijn dan ook voorbij. De figuren van zijn wereld hebben zich teruggetrokken in hun woning op vioolpret na die nog in het rond kuiert..Tim vraagt zich ten slotte af wat de toekomst voor hem in petto heeft. Zou hij uit zijn coma ontwaken en terugkeren naar de aarde, of toch maar hier blijven en binnen afzienbare tijd voor een laatste maal reïncarneren, alvorens te promoveren tot de opperste tweede graad. In de roman gebeurt er van alles, varierende van taferelen die je je in de Efteling doen wanen tot taferelen die zoals Vestdijk schrijft: het eigen bewustzijn de gehele horizon van je bestaan schijnt in te nemen en dat je minuten van wegdrijven op innerlijke golven iets anders zijn dan het gewone bestaansvorm. Het lijkt alsof De Clercq met zijn romanvorm waar hij voor gekozen heeft een poging heeft gewaagd zijn eigen literaire conventie te exploreren en exploiteren. Hij laat je de literaire werkelijkheid met andere ogen bekijken, al is het maar voor eventjes. Desalniettemin kan ik niet concluderen dat De Clercq uitstekende en uitzonderlijke literatuur gecreëerd heeft, d.w.z. literatuur met een inventief beeldend vermogen. In elk hoofdstuk creeert hij een nieuwe bedrijvigheid , volop taal en hallucinerende beelden. Het is voor mij zeker niet bon ton om meewarig te doen over de literaire nijverheid van deze auteur maar als ik zijn literaire conventie serieus neem neig ik te kanttekenen dat zijn relaas veel weg heeft van pulp of zelfs van veredeld divertissement. Voor een serieus thema als reïncarnatie had hij een heel ander soort scéne kunnen bedenken en minder op het speelse en amusante gaan zitten. Het begin van het verhaal is in ieder geval zeer goed bedacht. Het is jammer dat hij voor de tragiek van zijn dramatische expressie gekozen heeft voor taferelen en bedrijvigheden die zijn thema, dat best wel zwaar op de hand is, in het frivole meesleuren. Het is ontmoedigend te moeten constateren dat de verhaallijn die met zoveel ijver en toewijding is geconstrueerd, waar de krachtinspanning ook duidelijk in voelbaar is, enkel de verbinding vormt van een reeks woorden , hoewel deze woorden op zich steeds een beeldenstroom met zich transporteren .Het streven om in deze roman een diepzinnig Oosters gedachtegoed weer te geven , is echter even utopisch als het streven van de schrijver alle aspecten van de zichtbare en verborgen in de reïncarnatie te vangen in een roman, te verklaren door speelse cartoonachtige beelden in de roman en tot slot de personages te willen verklaren door de sociale, de familiaire, historische, culturele, psychologische, biologische, linguïstische etc. van hun geschiedenis.

Roman met speelse cartoonachtige taferelen

De opvatting dat de zintuiglijke waarneembare wereld de enige werkelijkheid is, is tegenwoordig niet meer vol te houden. In die andere dimensie van werkelijkheid speelt niet alleen de nieuwe natuurkunde, maar ook de religieuze ervaring een belangrijke rol.
De ervaring van mensen die contact zouden hebben gehad met een werkelijkheid die uitstijgt boven de alledaagse werkelijkheid, betreft een waarneming van het transcendente, a.h.w. van het goddelijke. Door de medische technologie overleven steeds meer mensen een levensbedreigende lichamelijke crisis.

Lees meer