14 maart 2005

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand?

Dit jaar gaan we in de Boekenweek een blik in de ‘Spiegel der Lage Landen’ werpen. De Vaderlandse Geschiedenis krijgt een grondige oppoetsbeurt, en speciaal voor de gelegenheid schreef een van de iconen van de Vaderlandse literatuurgeschiedenis, Jan Wolkers, het Boekenweekgeschenk Zomerhitte.

Een non-fictie boekenweek gaat het worden. Goed, de historische romans kunnen weer even in het zonnetje gezet worden en onze zwaar-geëditeerde canon die zo noest bewaakt wordt door allerhande vakgroepen neerlandistiek krijgt weer eens wat aandacht. En dat op zich kan geen kwaad. Nederland is geen land dat zich speciaal wentelt in aandacht voor eigen verleden. Wij schuiven graag mee met de grote bewegingen die andere landen in de loop der tijd gemaakt hebben. Klein, maar lenig, dat zijn we. Maar in al onze flexibiliteit gaan we ook nog wel eens achteloos met de dingen om. Met onze (oudere) literatuur bijvoorbeeld.

Binnen het onderwijs is op alle niveaus van overheidswege grof geschrapt in het literatuuronderwijs. Moesten er vroeger nog hele lijsten gelezen worden, met titels uit alle perioden vanaf de Middeleeuwen, tegenwoordig moet literatuur vooral ‘leuk’ zijn en leggen leerlingen informatieve knipselmapjes aan over meest populaire schrijvers. Per taal leest men een boek of tien, en op sommige scholen mag zelfs Carry Slee op de leeslijst van een vwo-leerling. Literatuur, hadden we het daar niet over?<

Misschien zijn Karel ende Elegast, De Roos van Dekema en Sara Burgerhart niet de leukste en meest toegankelijke boeken die je als puber kunt lezen, en ja, een Simon Vestdijk kan best even doorbijten zijn, maar terecht merkte Robert Anker ergens op dat niemand het over de amusementswaarde van een vak als wiskunde of economie heeft. Aan de hand van de klassieke canon leer je terloops ook heel veel over geschiedenis, de ontwikkeling van taal, van onze beschaving, normen en waarden, maatschappij et cetera. Algemene ontwikkeling. Maar ook gevoel voor tekst, en, vermits men daar ontvankelijk voor is: gevoel voor literaire tekst, verbeelding, een glimp van de twijfels, kwellingen en het broze geluk dat je als jong-volwassene breed staat aan te grijnzen. Liefde voor poëzie en romans komt je doorgaans niet aanwaaien, het moet je aangereikt en smaakvol opgediend worden. En dat gebeurde meestal op school. Keek je op de universiteit naar de beweegredenen van die jonge alfa’s om een taal te studeren dan zat daar vaak een geïnspireerde docent achter. Dood gaan we er niet van en die boterham komt heus ook wel op tafel, maar de onverschilligheid en onnadachtzaamheid waarmee dit soort onderwijsveranderingen worden doorgevoerd is stuitend.
Ook van uitgeverswege wordt er nonchalant met de Nederlandse klassiekers omgesprongen. Van veel bekende schrijvers is er nauwelijks nog wat te krijgen in de boekwinkel. Sommige high brow uitgeverijen blazen hun backlist nog wel eens nieuw leven in, maar in vergelijking met landen als Frankrijk, Engeland en Duitsland is het echt hemeltergend droef gesteld met de bewaking van ons literaire erfgoed. Zou het niet prachtig zijn wanneer één uitgeverij zich volledig zou toeleggen op het samenstellen en bijhouden van mooie geannoteerde uitgaven van al onze gecanoniseerde auteurs? Mooie boekjes, fraai vormgegeven voor een leuke midprice?
Een mens moet af en toe in de spiegel kijken, maar dat wil niet altijd zeggen dat het je bevalt wat je ziet.

Daphne de Heer

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer