Aan ons de strop

Die conclusie vind ik echt een beetje makkelijk! Alleen omdat ik vind dat we ons voortaan beter zouden kunnen beperken tot dode dichters bij het kiezen van een Dichter des Vaderlands zou ik iets tegen Driek van Wissen hebben. Een lokale dichtervorst die zich ver voorbij de grenzen van de beschaafde wereld onledig houdt met het bezingen van koeien en pluimvee, de koning van het rammelende rijm (nee, geen verwijzing naar de Vlaamse volksdichter W. Vandersteen), de verzenbakker uit Groningen wiens oeuvre mij als cosmopoliet uiteraard te min is. Zo zou ik ongeveer denken over onze nieuwe laureaat. Onzin! Ik ben noch tegen de provincie, noch tegen de poëzie van Driek van Wissen. Sterker nog, ik ben tegen geen enkele vorm van poëzie (ook al ben ik tevens van mening dat de duster van Nel Benschop niet aangekocht dient te worden door het Letterkundig Museum, maar dat geheel terzijde).

Laten we eerlijk zijn: van alle dichters op wie gestemd kon worden was de heer Van Wissen de meest geschikte voor de functie. De stemmers hebben dat goed gezien, want in meerderheid voor hem gekozen. Het volk heeft altijd gelijk. De heer Pfeijffer tot Dichter des Vaderlands verkiezen is zoiets als Michel Foucault, mits nog in leven, Michel Foucaults Weekend Quiz laten presenteren, marmotten incluis. Zou misschien vermakelijke televisie op kunnen leveren, maar kwaliteit en inzet van die kwaliteit zouden in dat geval danig uit balans zijn.
In het geval van Driek is dat in het geheel niet het geval. Hij is bij uitstek geschikt voor het vervaardigen van voor iedereen begrijpelijke versjes over Tsunami’s, koningskinderen en politieke moorden. Van het kaliber: ‘Hier voor ons, koud op straat, ligt geen mens die is vermoord/ het is, denkend vrij te zijn, het woord’.
De verzen die Komrij schreef over al wat ons in dit land beroerde behoren niet bepaald tot zijn sterkste. Daar kunnen we kort over zijn. Gerrit Komrij’s Weekend Quiz. Met alle respect. Maar het valt hem nauwelijks aan te rekenen, het is de functie die van een begenadigd dichter een miezerige versjesbakker maakt. Iemand Dichter des Vaderlands maken mag je eigenlijk niemand aandoen, tenzij de dichter dood is.
Nu de Grote Bloemlezer de vrijheid van het woord weer heeft heroverd kan hij misschien eindelijk weer eens iets echt moois schrijven. Bij voorkeur niet in de kolommen van de krant, maar in een middelgrote bundel in middelgrote oplage. Liefst niet al te actueel ook graag.
Maar hoewel Van Wissen de meest geschikte rijmelaar van het stel is: ik ben niet voor levende dichters. Kiezen voor een dode biedt vele voordelen: 1) je weet precies wat je krijgt want het oeuvre is al compleet; 2) echt grote kunst is altijd tijdloos en actueel tegelijk, zodat die vreselijke versjes over vadsige troonopvolgers, kabinetten vol Playmobil-mannetjes en overige nationale rampen niet geschreven hoeven worden; 3) je doet de poëzie pas echt een plezier als je de vergeten vertegenwoordigers ervan van tijd tot tijd eens reanimeert.
Overigens leek Komrij zijn dwaling zelf ook in te zien: ‘Het enige voorbeeld dat we bezitten – dat van de Engelse Poet Laureate – had me toch kunnen leren dat alle Dichters des Vaderlands tegelijk met de eer voor de strop kiezen.’ Een troost voor Komrij en zijn liefhebbers dat des dichters hoofd aan het touw is ontkomen, en voor de echte Driek van Wissen-haters onder ons een troost dat het nu op het hoofd van iemand anders wacht.

Jeroen van Kan

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

17 december 2008

De dagen van Lazarus - Alexander Hemon

Recensie door Karel Wasch

Alexander Hemon maakte een bliksemcarrière als schrijver. Hij kwam vanuit Bosnië aan in Chicago met niet veel meer kennis van het Engels, dan wat toeristenzinnen, maar ging aan het schrijven. Zijn boeken Nowhere Man en Questions of Bruno werden bejubeld en hij werd zelfs met Nabokov vergeleken. Een groot idool van hem.

Peter Abelsen vertaalde voor Meulenhoff zijn derde roman De dagen van Lazarus.

Lees meer