Lucht in de letteren

De Nederlandse letteren blinken niet uit in frivoliteit, lichtvoetigheid en humor. We zijn een nuchter volkje met een dodelijke neiging tot (zelf)relativering. Parodiëren doen we heel graag, want de parodie leent zich bij uitstek om onze snel optredende verzadiging of een milde vorm van verzet tegen de gevestigde orde vorm te geven. Er zijn immers altijd weer koppen te snellen die boven het maaiveld uitsteken. Maar de eigen geschiedenis of verwording van het wezen van de gemiddelde Nederlandse schrijver blijft meestal hangen als de loodgrijze hemel waaronder hij geschreven is.

Het is lang staren in de boekenkast voor ik een paar Nederlandse romans tegenkom die me aan het grinniken hebben gebracht. En telkens als ik meen er een gevonden te hebben, blijkt het om een Vlaming te gaan. En dat telt nu even niet.

Tragische figuren zat in onze literatuur. Daar schort het niet aan. Sympathieke antihelden heten dat dan. En op mindere dagen kun je je naar hartelust identificeren met deze personages. Maar identificatie is niet genoeg. Ontsnappen willen we aan ons lot! Navelstaren en mierenneuken en lijden aan het leven en de liefde, tja, je ontkomt er niet aan, maar wil niet iedereen uiteindelijk inslapen met idee dat alles goedkomt en dat het allemaal echt zo erg niet is?

Om welke boeken heb ik nou ooit moeten lachen?
In willekeurige volgorde: Onder professoren van W.F. Hermans; verhalen van Biesheuvel; De avonden van Gerard Reve; sommige passages van Arnon Grunberg in Blauwe maandagen, Figuranten, al is hij juist op zijn sterkst wanneer je, zoals in De asielzoeker iets dik voelt worden in je keel en ja, dan val ik eigenlijk alweer stil. Beetje treurige oogst.
Humor is natuurlijk geen voorwaarde voor goede literatuur, maar het is een geëigend stijlmiddel dat een mooi tegengif aan de hoogoplaaiende tragiek die de literatuur nu eenmaal eigen is kan bieden.
Misschien leent onze stugge taal zich ook minder voor leuke terloopse opmerkingen en rake observaties. Al is een taal ook wat je er zelf van maakt natuurlijk. Het Engels heeft zijn ‘wit’ ook zelf toegevoegd aan de woorden die op zichzelf alleen maar woorden zijn. Maar feit blijft dat er in Britse boeken beduidend meer te lachen valt, zonder dat de literaire waarde van die boeken minder zou worden. Jonathan Coe beschrijft in zijn twee boeken De Rotter’s Club en De Gesloten Kring bijvoorbeeld de jongste geschiedenis van Engeland met gebruikmaking van bijna elk literair stijlmiddel, en ik heb zelden zo vaak hardop moeten lachen als bij het lezen van die twee boeken. De hoofdpersonen uit zijn boeken zijn stuk voor stuk tragische figuren, die hun milieu en omstandigheden eigenlijk niet aankunnen, maar waar veel schrijvers in feite meedogenloos met hun personages omgaan, toont Coe juist de ultieme compassie door de lezer om ze te laten lachen. Wat meer mededogen zou de Nederlandse literatuur af en toe geen kwaad doen.

Daphne de Heer

Recent

17 januari 2018

Rusland, mijn Rusland

12 januari 2018

Voelen met verstand

Literair Nederland - 10 jaar geleden

21 januari 2008

Een verhalendebuut
door Bernadet

Het blijft altijd lastig een verhalenbundel te bespreken hoewel door deze verhalenbundel een rode draad loopt. Op de flaptekst staat: De personages in deze verhalen treden elke dag de wereld monter tegemoet, om dan altijd weer te ontdekken dat het leven tegenstrijdige eisen stelt. De situaties waarin ze terechtkomen zijn verwarrend – tragisch voor hen, vaak hilarisch voor de lezer.

Lees meer