30 augustus 2004

Het zwarte gat

De goden op de Olympus keken warm en droog toe hoe honderden atleten zich in Athene dood sportten, terwijl wij hier in Nederland te maken hadden met een klimatologische apocalyps. Lekker thuiszitten dus, met de tv aan, want het mocht.

De Olympische Spelen oefenen net als het EK voetbal een grote aantrekkingskracht uit op mensen die niet per se van sport maar wel van menselijke drama’s houden. Sport is drama. Achter iedere sporter zit een verhaal, dat ons bij voorkeur ook niet onthouden wordt, en voor een prestatie die gemiddeld slechts een paar minuten duurt, is een heel leven geofferd.

De mooiste sporten zijn de individuele sporten. Bij teamsporten kun je de spanning met elkaar delen, maar de individuele sporter moet helemaal alleen omgaan met zijn zenuwen. Benenschuddend, lipbijtend, strak voor zich uit kijkend zie je ze vechten tegen de zenuwen, tegen de angst dat er op dit allesbepalende moment iets fout gaat en tegelijkertijd proberen ze een onoverwinnelijkheid en zelfvertrouwen uit te stralen waar ze zelf ook in moeten geloven. De strijd tussen lichaam en geest is nergens zo mooi vlees geworden als bij een topsporter. Het grootste gevecht levert de sporter met zijn eigen demonen, als een moderne Icarus laverend tussen overmoed en al te grote voorzichtigheid.

Elk sportdrama is een uitvergroting van de werkelijkheid. De dwangmatig neurotische Leontien van Moorsel die ondanks haar onverzettelijkheid en haar tot in de perfectie uitgevoerde strategie toch net die ene kleine fout maakt waardoor ze haar grootste nachtmerrie bewaarheid ziet. De hockeyvrouwen die in hun overmoed de Duitsers onderschatten en zichzelf ontroostbaar in het zilver gehesen zien worden. En als absoluut huilhoogtepunt: Anky van Grunsven, met als tranentrekkende vioolmuziek haar door rampspoed geteisterde privé-leven op de achtergrond, een hopeloze eerste ronde en dan toch op het eind: het goud. Daar hou ik het dus niet droog bij.

Sporters zijn de waardige opvolgers van de oude Griekse mythische helden. Ze moeten hun eigen eer en de eer van hun land hooghouden. Hun triomf is onze triomf, hun nederlaag onze nederlaag. Zij doorstaan de ontberingen, de spanning, brengen de onmenselijke offers die wij niet kunnen en niet wíllen opbrengen. Iconen zijn het. Die je ook eigenlijk liever niet hoort spreken. Althans, Nederlandse topsporters hoor je liever niet spreken. Het zal wel komen doordat het je moedertaal is en je elk woord en elke nuance kent, maar een stoere, gespierde, goud winnende Inge de Bruijn die ‘Toppie Joppie!’ roept, nee, dat doet niet zoveel. Ja, het doet veel afbreuk aan de amechtige verering die je voelde voor al die fysieke overmacht.
Kijken naar sport is geen cerebrale aangelegenheid. En ook geen linguïstisch genoegen. Twee weken lang heb ik me verzopen in mijn emoties en me vergaapt aan al die perfect gemodelleerde lichamen die perfect gemodelleerde bewegingen uitvoeren; twee weken lang heb ik ook geen letter gelezen. Ik snak weer naar wat hersengymnastiek. Maar ik voel een mentale blokkade. Mijn zintuigen zijn de afgelopen weken te veel geprikkeld. En nu lijken ze murw. Ik pak boeken op, en leg ze lusteloos weer neer. Soms heb je van die periodes waarin je maar geen boek kunt vinden dat je echt pakt. Een reader’s block dus. Ik sta helemaal open voor suggesties. Wie o wie tilt me weer in het zadel?

Daphne de Heer

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

12 oktober 2017

Een antikrimi

11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 oktober 2007

Klein boek zonder enige allure
Door Frans

Waarom gaf de commissie – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek – aan Geert Mak de opdracht om het boekenweekgeschenk 2007 te schrijven? Vermoedelijk vanwege zijn succes met de dikke pil ‘In Europa’. Zou Mak daarom als onderwerp voor zijn boek de Galatabrug, die Europa met Klein-Azië verbindt, gekozen hebben?

Lees meer