24 november 2003

Literaire bijbelvertaling

Op 27 oktober 2004 zal een nieuwe bijbelvertaling voor het Nederlandse taalgebied gepresenteerd worden. In aanloop tot het verschijnen van de nieuwe vertaling is vorige maand, tijdens de Alvernaconferentie in Soesterberg, Werk in uitvoering 3 gepresenteerd. In deze bundel zijn de bijbelboeken Ruth, Amos, Lucas, een deel van het apocriefe boek Wijsheid en enkele Psalmen opgenomen. De bundel is net als deel 1 en 2 bedoeld als voorproefje van de complete Nieuwe Bijbelvertaling, die in verschillende kringen al heel wat stof heeft doen opwaaien. De belangrijkste twist zou gaan over de naam waarmee God (niet het minst belangrijke personage uit het Heilige schrift) moet worden aangeduid. Er moest volgens de projectgroep van De Nieuwe Bijbelvertaling gekozen worden tussen Heer, Heere of Here en dus hebben ze besloten God in het vervolg ‘de Heer’ te noemen. Dit laatste stuitte direct op veel verzet van de acht Mei beweging die ‘de Heer’ te mannelijk vond en stelde voor God aan te duiden als ‘de Levende’ (wat weer op bezwaren zou stuitten bij liefhebbers van Nietzsche).

Opvallend aan deze vertaling is de aandacht die door de vertalers wordt geschonken aan het literaire karakter van de teksten. De Nieuwe Bijbelvertaling streeft ernaar de ‘vormenrijkdom van de originelen getrouwelijk weer te geven’, zodat we de Bijbel als literatuur kunnen lezen.
Voor Hebreeuwse poëzie (brontekst) betekent dit dat ze in de Nieuwe Bijbelvertaling ook als poëzie vertaald wordt. De meest praktische consequentie hiervan is, dat poëzie ‘stichometrisch’ wordt weergegeven: in versregels die een weerspiegeling zijn van de Hebreeuwse versregels.
De Hebreeuwse poëzie kenmerkt zich vooral door het ‘parallellisme’: opeenvolgende versregels hebben dezelfde grammaticale structuur, waarbij woorden, gedachten en beelden worden herhaald of met elkaar in tegenstelling staan. Een voorbeeld hiervan vinden we in Prediker:

Er is een tijd om te baren
En een tijd om te sterven,
Een tijd om te planten
En een tijd om te rooien…

In Prediker worden drie passages als poëzie weergegeven: 1:2-11,3:1-8 en 12:2-8. De rest van het boek is geschreven in poëtisch proza: teksten die poëtische kenmerken vertonen, maar niet in die mate dat we ze poëzie kunnen noemen.
Door deze aanpak zijn de poëtische gedeelten van het boek volgens de vertalers duidelijk te onderscheiden van het proza. Alleen al door de stichometrische opmaak springen de poëtische gedeeltes eruit. Ze spelen echter ook inhoudelijk een belangrijke rol. Ze verwoorden het ‘cyclusmotief’ dat een centraal thema is binnen het boek Prediker: de dingen wisselen elkaar in een voortdurende kringloop af, iets werkelijk nieuws is er niet.

Wat er was, zal er altijd weer zijn.
Wat er is gedaan, zal altijd weer worden gedaan.
Er is niets nieuws onder de zon.

En dat geldt helaas ook voor de discussies rond de vertaling.

Andreas Vonder

Recent

21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

20 november 2017

Het leven ontwijken

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Geloven in een god die niet bestaat
Door Bernadet

Op de titel De Kunst van het Nietsdoen (2004) van Theo Fischer reageerden veel mensen met: ‘Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen.’ Daar ging het boek echter niet over. Het ging over Taoïsme; het niet steeds willen ingrijpen in de gebeurtenissen van je leven en de dingen naar je hand te willen zetten of bezweren.

Lees meer