30 juni 2003

Waarom is het mooi?

Ongeveer twee jaar geleden schreef ik op verzoek van het literaire tijdschrift Nymph een stukje over de dichters of gedichten waar ik op dat moment het meest van hield. De redactie wilde vooral weten: ‘Waarom is het mooi? Wat doen de woorden met je?’ Omdat het voor mijzelf nog steeds geldigheid heeft, laat ik het u lezen. (Wel moet ik erbij zeggen dat er in de afgelopen twee jaar nogal wat dichters bijgekomen zijn, die ik destijds nog niet of niet goed genoeg kende. Wat de Nederlandse poëzie betreft, zijn dat onder meer Nachoem Wijnberg, Tonnus Oosterhoff, Martin Reints, Erik Menkveld, Frank Koenegracht, Mark Boog, Tjitske Mussche en Tsead Bruinja.) Het is misschien voor deze plek een wat lange tekst, maar als u niet van lezen hield, lezer, dan was u nu niet hier:

‘Een zonovergoten balkon, een openstaande deur, een ruim bureau waarachter ik zit, met een probleem: het stapeltje favoriete bundels op de linkerhoek. Wanneer mijn hand op weg gaat om er eentje boven de rest te verheffen, klinkt een geslagen gegrom of een verongelijkt sisgeluid. Puthaar klakt verachtelijk met zijn tong zodra ik naar Schaffer neig, Nijhoff werpt me de blik van een verontruste vader toe als ik bijna bij Lindner ben. Gehecht als ik ben aan de waarheid en niets dan de waarheid, stel ik vast dat het onmogelijk is te spreken van en over één favoriet gedicht en staar ik boven het stapeltje uit in het gelaat van een onverwachte gast. Bovenop Het wasgoed van een onbekende jongen van De Geus zit een middelgroot Fransmannetje dat me even wat smalend opneemt, een dandyeske trek van zijn zwarte sigaretfilter neemt en vervolgens geheel ernstig een zin begint:

‘Elke tekst is een ontmoetingsplaats van verschillende teksten-’, maar voor hij zijn zin kan vervolgen, valt Toon Tellegen hem in de reden: ‘Ja! Dat ken ik! En vaak nog tamelijk polyfoon ook, hoor:’

Vrijheid

De een zwijgt.
De ander wijst erop dat dat niet kan.

De een fluistert.
De ander laat zien dat dat volstrekt onvoldoende is.

De een schreeuwt,
schreeuwt urenlang,
schreeuwt met een steeds hogere en schrillere stem, een over-
slaande stem.

De ander ziet toe.

De een koestert de vrijheid als een kleinood,
als een offer,
als een groot, leeg paard in de dronken duisternis.
De ander roept: ‘Niet doen!’ 

Het Fransmannetje kijkt dokter Tellegen verstoord aan, maar nog voor hij aan zijn verontwaardiging over deze brute onderbreking lucht kan geven, springt Vasko Popa op uit het stapeltje en vult aan:

Spelen: Verleidersspel

De een streelt de stoelpoot
Tot de stoel zich verroert
En lief gebaart met zijn poot

De ander kust het sleutelgat
Kust het als waanzinnig
Tot het sleutelgat hem terugkust

Een derde staat terzijde
Staart het tweetal aan
Schudt zijn hoofd en schudt

Tot het hoofd eraf valt
 
‘Miljaar! Wat een onmogelijk en ongepast gedrag!’ Perplex blikt het Fransmannetje van Tellegen naar Popa en terug, waarna zijn ongelovige kopje loskomt van zijn romp en over tafel rolt tot aan mijn monitor. ‘Kijk nou wat je doet,’ bijt Tellegen Popa geschrokken toe, en in een poging om de schade ongedaan te maken, grijpt hij naar ‘Een Meisje’:

(…)
en telkens als ze niet meer kan
en bijna, bijna valt
denkt ze: ik?
ik val niet, ik dans.

‘Een verwaande fout,’ grijnst Popa echter, zichtbaar verguld van de macht van zijn eigen woorden en niet van zins deze te laten breken of uit handen te geven. En nog voor het ongelovige kopje dankbaar naar de dokter heeft kunnen opkijken, citeert hij:

(…)
Niet alles wat ze bedacht
Was zo onnozel
En ook niet zo klein
Maar het was natuurlijk fout

Hoe zou het ook anders kunnen 

Even is het na deze provocatie stil. Popa kijkt ons een voor een triomfantelijk aan, het kopje hapt hulpeloos naar adem, Tellegen zoekt naar woorden en balt zijn vuist, ik vraag me af of ik niet moet ingrijpen. Maar nu trekt Jan Baeke zich aan zijn korte haren uit het stapeltje om eenieders gemoed te bedaren:

(…)
Het kan nooit helemaal juist zijn

maar zo is de zee.

Eindelijk hervindt het kopje zijn krachten en voltooit het zijn zin: ‘-waarvan hij respectievelijk de herlezing, de beklemtoning, de verdichting, de verschuiving en de diepte is’.
Een zonovergoten balkon, een openstaande deur, een ruim bureau waarachter ik zit en noteer: een Fransman, een Joegoslaaf en een Nederlander treffen elkaar. Er wordt gezwegen, gefluisterd, geschreeuwd, gestreeld en gekust. Meubilair komt in beweging, koppen rollen en men valt en danst en denkt en valt stil. Een vierde gast haalt sprekend zijn schouders op en zet kalmpjes mijn kamer blank, en dat alles en meer in de tijdspanne van één welgeformuleerde zin. Waarom is het mooi? Wat doen de woorden met je?

Philippe Sollers geciteerd naar Paul Claes, Echo’s echo’s (De Bezige Bij 1988), p.46. Toon Tellegens gedichten ‘Vrijheid’ en ‘Een meisje’ uit: Kruis en munt (Querido 2000). Vasko Popa’s gedichten ‘Spelen: Verleidersspel’ uit: Machine van woorden (Meulenhoff 1975; vertaling: J. Beranová) en ‘Een verwaande fout’ uit: Pesme / Gedichten (Rotterdamse Kunststichting 1981; vertaling: L. Zeckovic en R. Schuyt). De woorden van Jan Baeke komen uit zijn gedicht ‘Zo is de zee’ uit: Zo is de zee (De Bezige Bij 2001).’

Het bovenstaande stuk verscheen als bijdrage aan de rubriek ‘Per vers’ in Nymph, jaargang 12, nummer 3, september 2001.

Thomas Möhlmann

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

12 oktober 2017

Een antikrimi

11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 oktober 2007

Klein boek zonder enige allure
Door Frans

Waarom gaf de commissie – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek – aan Geert Mak de opdracht om het boekenweekgeschenk 2007 te schrijven? Vermoedelijk vanwege zijn succes met de dikke pil ‘In Europa’. Zou Mak daarom als onderwerp voor zijn boek de Galatabrug, die Europa met Klein-Azië verbindt, gekozen hebben?

Lees meer