2 juni 2003

Rookgordijn

Gestopt met roken. Al een week nu. Na zestien jaren trouwe dienst. Nog vijf jaar niet roken en ik zal net zoveel jaren niet als wel gerookt hebben. Nog langer niet roken en ik zal zelfs weer langer niet gerookt hebben dan wel. Hoera.
Hoera.
In zijn zeer leesbare wetenschappelijke studie Roken zonder angst, goed voor u bindt de Australische arts Dr. William T. Whitby 160 pagina’s lang de strijd aan tegen ‘de anti-rookcampagne die puriteinen over de hele wereld in het geweer roept’. Hij wordt in zijn strijd gesteund door talloze gerenommeerde collega’s, zoals Professor Burch van de University of Leeds (‘Roken heeft niets met longkanker te maken’) en Professor Sir Ronald Fisher (‘De anti-rook theorieën zullen uiteindelijk een catastrofale blunder blijken te zijn’). Aan het einde van zijn betoog stelt Dr. Whitby dat het waarschijnlijk zeer schadelijk is wat ik momenteel met zweet en tranen aan het doen ben: ‘Ophouden met roken kan slecht zijn voor de gezondheid. Stoppen met roken kan leiden tot coronaire hartziekten, zwaarlijvigheid, hoge bloeddruk, spanningen, bronchiale problemen’. Oei.
Oei.
Misschien toch maar weer beginnen dan? Ook onder de Nederlandse dichters bevinden zich mensen die me dat zullen aanraden:

Tenslotte heeft roken een sociale functie
men maakt meer gedichten met een goede sigaar
dan daarzonder, voorts is het goedkoop
vergeleken met andere drugs

en vanuit een iets minder rationele redenering, maar minstens even overtuigd:

Al zal ik ook door sigaretten
straks uitgeteerd ter ziele zijn
ik blijf mij nog vol vuur verzetten
tegen de heerschappij van Hein.

Laat hij gerust zijn zeis maar wetten,
ik leg een veilig rookgordijn.

Hoewel juist dat rookgordijn een andere dichter hevig schijnt te hebben gestoord:

Waar ben ik? in wat Hel van rampen?
Op ieder voetstap waar ik treê,
Omwalmt mij ’t walgelijk onkruiddampen
En doet mij borst en longen wee.

Kortom: het is verkeerd of het is niet goed. Sinds ik niet meer rook, blijft het overigens maar cliché’s regenen uit mijn mond. Dat ik daarin niet de enige ben, bewijzen de regels van een andere ex-roker:

Het verlangen naar een sigaret is
het verlangen zelf.

Verschrikkelijk toch, tot welke inzichten onthouding leiden kan! En de weg ernaartoe moet al evenmin plezierig zijn geweest. Een (zelf niet rokende) vriend van de zojuist geciteerde dichter beschreef de omwentelingen in en om het huis van de pas gestopte zó mooi dat ik het betreffende gedicht hieronder in z’n geheel citeer:

De auto is een niet-roken-coupé geworden
en het huis een niet-roken-afdeling

en ook de tuin is niet-roken-gebied
en de schuur die je studeerkamer is
is een niet-roken-ruimte

de uren van de dag
zijn gewijd aan de bezigheid niet roken

de hond ligt op de bank
de bal ligt in de tuin
de krant ligt op de tafel

er komt een trein langs
en het is weer stil

en er komt een trein langs
en het is weer stil

en er komt een trein langs
en het is weer stil.

En zo zit ik achter mijn niet-roken-bureau in mijn niet-roken-werkkamer, de uren wijdend aan het niet roken. En aan het bladeren in een boekje waarin allevijf de hierboven geciteerde dichters voorkomen. Ik zal het verloten onder degenen die ons deze week kunnen vertellen 1) welke vijf dichters en 2) welke gedichten het zijn. (Reacties graag voor 2 juni naar redactie@literairnederland.nl.)

Thomas Möhlmann 

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

12 oktober 2017

Een antikrimi

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 oktober 2007

Klein boek zonder enige allure
Door Frans

Waarom gaf de commissie – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek – aan Geert Mak de opdracht om het boekenweekgeschenk 2007 te schrijven? Vermoedelijk vanwege zijn succes met de dikke pil ‘In Europa’. Zou Mak daarom als onderwerp voor zijn boek de Galatabrug, die Europa met Klein-Azië verbindt, gekozen hebben?

Lees meer