14 mei 2014

Liefdesgedicht

Column: Inge Meijer

Vrouwen en de liefde zijn niet altijd eenvoudig te verenigen. Ze blijken nogal eens kritisch te zijn, of noem het onzekerheid. Dat doet de liefde geen goed. Ik weet er alles van, dacht ik. Toch wist ik niets van degene die al die kritische noten (je drinkt teveel, je verrast me nooit, snurkt en dus: je houdt niet van me) moet zien te kraken. En daar niet in slaagt. Omdat het nogal veel noten kunnen zijn die in het vrouwelijke liefdeslied verwerkt zijn. Maar eerst stond ik voor een dichte deur van mijn psycholoog. Nadat ik driemaal op de bel had gedrukt en er verder niets gebeurde, begreep ik dat ik me in de week moest hebben vergist. Ik ging de straat op en zag onder ogen dat ik nog een week moest zien door te komen met mijn levens en liefdes problemen.

Toen had ik de nieuwe Tirade nog niet gelezen. Waarin Ilja Leonard Pfeijffer die andere kant verwoordt in een, ja, laten we zeggen liefdesgedicht. Met: ‘Wat ik je eerder eigenlijk had willen zeggen’, begint het gedicht waarin de hij ‘als radeloos ontvolkt gehucht kapotgeschoten’ achterblijft. In dezelfde editie verklaart Maartje Wortel dat zij niet gelooft in de liefde. En dat beschrijft ze zo liefdevol  dat je de liefde zo bij het grof vuil zou kunnen zetten. Maar dat had ik allemaal nog niet gelezen. En terwijl ik maar niet kon kiezen tussen een pond Java bonen (zwaar en aromatisch) of Nicaragua bonen (licht en mild) in de Koffiebranderij waar ik inmiddels verzeild was geraakt, hoorde ik een doorrookte vrouwenstem zeggen: ‘’Ik mag het eigenlijk niet zeggen. Maar ik weet dat er subsidie voor is.’ Er zaten twee vrouwen aan een tafel. De vrouw met de doorrookte stem had een flink ontwikkelde neus. Tegenover haar zat een tengere vrouw in een jas van aan elkaar gelapte stukjes bont. Een onmogelijke jas. Een serveerster met een dienstbare glimlach nam hun bestelling op. Toen ze zich verwijderd had, zei de ontwikkelde neus, onderwijl een vaasje met drie tulpen resoluut opzij schuivend en haar handen over de tafel naar voren stekend: ‘Kunnen we samen niet iets doen. ‘ met de nadruk op ‘doen’. Ze keek de Koffiebranderij rond alvorens verder te gaan. ‘Er was een zwakbegaafde vrouw die een kind kreeg en het in de kast legde, voor later. Het was geen opzet. Het kind ging dood. Ze werd veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf.’ Beiden weken iets naar achteren toen er koffie en scones werden bezorgd door de dienstbare glimlach. Het stellige, ‘Kunnen we dáár niet iets mee’, overlapte de aarzelende opmerking van de vrouw in de onmogelijke jas: ‘Meen dat het negen maanden waren…’. En uiteindelijk: ‘Oké’, piepte. Waarop  de vrouw met de ontwikkelde neus uitriep: ‘Zullen we gaan brainstormen!’ Ik schrok en de schaamte sloeg toe.

Ik koos prompt voor de Nicaragua bonen. Naast mij werden suikerzakjes opengescheurd, lepeltjes tikkend door kopjes bewogen, scones gehalveerd en met room en jam bedekt en vingertoppen afgelikt. En vooral gezwegen. Wat Pfeijffer, in zijn gedicht waarin hij verlaten wordt door zijn lief en dat ik vond toen ik thuis kwam, altijd nog had willen zeggen was niet dat hij van haar houdt, want dát had hij al gezegd. Maar wat hij altijd nog had willen zeggen was: ‘Sorry. Ik voldoe niet aan je beeld van mij. (…) Jij hebt mij verkeerd verzonnen.’ Toen begreep ik het. De schaamte sloeg ten tweede maal die dag bij me in. Ik nam mij voor mij met de ‘andere kant’ in een brainstorm te storten waarbij ik de raad van Maartje Wortel, dat liefde niet bestaat, meeneem. Want geluk en liefde hebben dus gewoon niets met elkaar te maken.

 

 

Recent

25 juli 2017

Een Limburgse Rémi

21 juli 2017

Vast in het ijs

19 juli 2017

Kijk, lees en geniet!

17 juli 2017

Terug naar vroeger

Literair Nederland - 10 jaar geleden

30 juli 2007

Vereenzaamd meisje op een paardenfarm
Door Bernadet

De twaalfjarige Alice Winston woont met haar ouders in een afgelegen huis in Desert Valley. Haar moeder is na de geboorte van Alice in bed gekropen en komt er zelden meer uit. Haar vader probeert met veel pijn en moeite een paardenfokkerij draaiende te houden. Zus Nona, de lieveling van haar vader, is er een half jaar geleden vandoor gegaan met een rodeorijder.

Lees meer