23 augustus 2016

Zot op het boek

Door Stefan Ruiters

‘Het laatste boek.’ Van het weekend was het weer raak. De zoveelste doodverklaring van het papieren boek. Op pagina 54 van de papieren variant van V Zomer  Magazine van de VK, stond het weer eens uitgesmeerd over de pagina’s. In vette, rode letters werd ook nog een citaat afgedrukt: ‘Ondingen zijn het: je kunt er niet eens mee op je zij liggen.’ Was getekend: Vincent Everts. Wie? Eh, ja, die ja. Hij schijnt een digitaal denker te zijn, wat dat ook moge betekenen. Leniger is hij van dat digitale denken in elk geval niet geworden. En als besluit van het artikel mocht Everts ook nog zeggen dat ie blij is dat het papieren boek binnenkort tot het verleden behoort.

Ik word er onderhand een beetje moe van. De schrijver van het artikel (Ianthe Sahadat) laat in het middenstuk nog een aantal wetenschappers aan het woord om de nuances van voor en tegen te belichten, maar de tendens is duidelijk: papieren boeken zijn echt niet meer van deze tijd. Mensen die ik spreek, vinden het vooral een curiosum als je zegt boekhandelaar te zijn. Afgelopen weekend was ik in de Ardennen heuvels aan het beklimmen met een aantal mensen die in de financiële sector werken. Een jurist, zoon van een professor, zelf zeer belezen en cultureel goed onderlegd, kon de vraag niet onderdrukken die ik op feesten en partijen telkens weer mag beantwoorden: ‘Boeken, lopen die nog wel een beetje?’

Of: ‘Valt er nog een boterham mee te verdienen?’ Men had ook kunnen vragen naar de avonturen die je beleeft als je op boekeninkoop gaat. Of ze hadden kunnen zeggen dat ze het een mooi vak vinden, het boekenvak en dat ze graag ook in een boekwinkel zouden willen werken. Dat werd me 20 jaar geleden nog wel eens met enige jaloezie bekend toen ik als net afgestudeerde jong volwassene in een Amsterdams antiquariaat mijn carrière als boekverkoper begon. ‘Wat leuk zeg, ja, dat zou ik ook wel willen, werken in een boekhandel, dat lijkt me echt prachtig.’ Maar ja, das war einmal.

Ik ben dan ook blij in oktober te mogen deelnemen aan een boekenbeurs in Antwerpen, want, zo is mijn ervaring, Belgen, vooral Vlamingen, zijn zot op het boek, op het mooie, het bijzondere boek: gesigneerd, genummerd, met een mooie ets ingelegd, een kunstenaarsboek, een bibliofiele editie op handgeschept papier van een nooit eerder gepubliceerd en in de nalatenschap van een overleden dichter gevonden manuscript uit de beginperiode van de woordkunstenaar, uitgegeven in een beperkte oplage. De sensatie van het aanraken en ruiken van een boek dat bij elk exemplaar anders is, wil je toch niet missen. Dat contact is soms prettig en inspirerend, soms tegenvallend of oninteressant, maar ja, zo zijn wij mensen toch ook? Soms prettig, soms onhandig, soms nuffig en soms zelfs heel vervelend, zoals die mensen die er schijnbaar een genoegen in scheppen om andermans passie voor iets of iemand af te serveren als ouderwets.

 

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer