20 juli 2016

Kipling

Lodewijk Brunt

Als Daniel Dravot tot Koning van Kafiristan is gekroond, gaat hij op zoek naar een vrouw. Ik wil een Koningin voor de wintermaanden, zegt hij tegen zijn strijdmakker Peachey Carnehan. Die wil er niet van weten: de Bijbel zegt dat Koningen hun krachten niet mogen verspillen aan vrouwen, vooral niet als ze een nieuw Koninkrijk op poten moeten zetten. Dravot drijft zijn zin toch door. Als hij de gedoodverfde Koningin op de huwelijksdag ontmoet, is hij tevreden–ze kan ermee door, zegt hij. Hij wenkt haar naderbij: je hoeft niet bang te zijn, Moppie, kom hier en geef me een pakkerd. Hij slaat zijn arm om haar heen, zij verberThe men who would be king - boekgt haar gezicht in zijn rode baard. Dan gebeurt het. Die sloerie heeft me gebeten, schreeuwt Dravot en hij voelt dat hij hevig bloedt. De omstanders kijken verbijsterd toe. Het besef dringt door dat Dravot geen God is en ook geen Duivel, maar een gewoon mens van vlees en bloed. Paniek breekt uit, er wordt geschoten. Godallemachtig, roept Dravot, wat heeft dit te betekenen. Iemand buldert: Kom op! Wegwezen! Dit wordt opstand en vernietiging, we moeten maken dat we wegkomen!

Het tafereel komt uit The Man Who Would Be King, een van de Indian Tales van Rudyard Kipling, voor het eerste verschenen in de verhalenbundel The Phantom Rickshaw and Other Tales, 1888. Het verhaal werd verfilmd door de Amerikaanse regisseur John Huston in 1975–genomineerd voor Oscars, Golden Globes en door BAFTA en de Writers’ Guild–met Michael The men who would be king - film Caine en Sean Connery in de (onvergetelijke) hoofdrollen. Huston schreef een rolletje voor Kipling zelf in de film, de journalist-verteller die de avonturen van Dravot en Carnehan optekent, vertolkt door Christopher Plummer. Met diens acteerprestaties is niets mis, hij is alleen te oud. Hij lijkt vijftig, terwijl Kipling net in de twintig was toen hij het verhaal schreef.

Dravot en Carnehan zijn, naar eigen zeggen, alles geweest: soldaat, zeeman, zetter, fotograaf, eindredacteur, straatpredikant en correspondent van de Backwoodsman als we dachten dat de krant er een kon gebruiken. We hebben heel India doorkruist, meestal te voet. We waren gasfitters, machinisten, aannemers, wat al niet, en we hebben besloten dat India te klein is voor mensen zoals wij. Zo stellen ze zich voor aan de verteller-journalist. Ze komen bij hem informeren naar hun bestemming, Kafiristan, en vragen hem als getuige van het contrack dat ze voor elkaar hebben opgesteld. This Contract between me and you persuing witnesseth in the name of God–Amen and so forth. That me and you will settle this matter together: i.e. to be the Kings of Kafiristan. Ze zullen geen drank of vrouwen aanraken, zich waardig gedragen en voor elkaar opkomen. Hun plan voor de verovering van Kafiristan is simpel maar doeltreffend. In het land is nog nooit iemand geweest, er zou flink gevochten worden. Wie weet hoe hij soldaten moet africhten, kan daar zomaar koning worden. We shall go to those parts and say to any King we find–‘D’you want to vanquish your foes?’ and we will show him how to drill men. Then we will subvert that King and seize his Throne and establish a Dynasty. 

Jungle bookKipling staat in de belangstelling; zojuist is de (derde) verfilming van zijn Jungle Book aangekondigd en de oude oordelen over de schrijver komen weer van stal, zijn reputatie als fel verdediger van het Britse imperialisme, reactionair, racist. Jungle Book zou een nauw verholen verheerlijking zijn van het blanke ras dat zich veel moeite moet getroosten om de primitieve ‘zwartjes’ (in het boek de dieren van het bos) op te heffen–The White Man’s Burden, zoals de titel luidt van een van Kiplings meest omstreden gedichten. Op internet werd Kipling onlangs gekarakteriseerd als een racist fuck en zijn werk als imperialist garbage. In dat licht zou je The Man Who Would Be King bijna beschouwen als een handleiding voor het imperialisme: landjepik door een strategie van verdeel en heers. Maar is India door de Britten echt op die manier gekoloniseerd?

Dravot en Carnehan weten binnen de kortste keren heer en meester te worden van het woeste land ten noorden van Afghanistan, maar ze komen van een koude kermis thuis. Zodra voor de inboorlingen duidelijk is dat hun nieuwe Koningen gewone stervelingen zijn, zoals iedereen, wordt de rekening gepresenteerd: Dravot wordt in een ravijn gesmeten en Carnehan gekruisigd–als hij na een etmaal nog leeft, laten Kafiristanen hem gaan. Met zijn allerlaatste krachten weet hij de journalist-verteller te bereiken om hem over het dwaze avontuur te verhalen. Een paar dagen later is hij dood.

In The Man Who Would Be King is geen koude imperialist aan het woord, maar een geestige, romantische jonge schrijver die Plain Tales from the Hillsde hoogmoed van wereldveroveraars laat zien. Dravot en Carnehan zijn loafers, ‘zwervers’, buitenstaanders in het Britse koloniale stelsel. Kipling bekijkt hen met spot, maar ook met sympathie. In zijn Indiase periode (1882 tot 1889) was hij zelf een outsider: afgekeurd als militair vanwege zijn slechte ogen en afkomstig uit een semi-artistiek milieu. Zijn vlijmscherpe schetsen van het koloniale leven, Plain Tales from the Hills (1888), maakten hem populair in Engeland, maar gehaat in de Anglo-Indiase gemeenschap. Uit zijn vroege verhalen, maar ook uit een boek als Kim (1901), valt een innige liefde voor het gewone Indiase volk af te leiden. Kipling sprak uitstekend Urdu en was verslingerd aan het rauwe, bonte leven dat hij leerde kennen in de inheemse buurten van Lahore, waar geen blanke zich durfde te vertonen. Hij trok op met handelaren, kunstenmakers, bandieten, priesters, fakirs, hoeren, tovenaars, slangenbezweerders en voelde zich aan die zelfkant aanzienlijk beter op zijn plaats dan in de chique herensociëteiten van de Britse koloniale elite.

Het door Dravot en Carnehan veroverde gebied heeft vooral een symbolische betekenis. Kafiristan betekent het ‘land van de ongelovigen’ of het ‘land van de schurken’. De beide vrijbuiters hadden zich voorgenomen om dat land te veroveren en te beschaven, maar de missie werd hun ondergang. Misschien is het tijd om het vroege werk van Kipling, met name zijn Indiase verhalen, nog eens te herlezen.

Recent

20 januari 2017

Openhartig over lotsbestemming

Over 'Het visioen aan de binnenbaai' van Oek de Jong
19 januari 2017

Lawaaidichter en lawaaimakers

Over 'Radeloos en betoverd' van Pat Donnez
18 januari 2017

Streng en gewichtig

Over 'We hadden liefde, we hadden wapens' van Christine Otten
17 januari 2017

Ongrijpbare gedichten

Over 'Bladgrond' van Roland Jooris
16 januari 2017

Sprookjes hebben geen woorden nodig

Over 'Sprookjes van Grimm zonder woorden' van Frank Flöthmann