16 juli 2015

Zomerrubriek 2015 – Martin Lok

In het hoofd van de kunstenaar kruipen

Vakanties zijn altijd mooie momenten van afstand én toenadering. Afstand van het dagelijkse gedoe en werk, toenadering tot rust en al die andere zaken die het leven waardevol maken. Toenadering ook tot schoonheid. De schoonheid van de natuur, en de schoonheid van wat sommige mensen met hun handen kunnen maken. Tot de schoonheid van beeldende kunst.

De relatie tussen schoonheid van beeldende kunst en literatuur is een lastige. Het is de strijd tussen beeld en woord, twee ongelijkheden die in de vergelijking altijd al wat ongemakkelijk langs elkaar heen schuren. Al lijkt het beeld daar in zekere zin als winnaar uit te komen: a picture paints – immers a thousand words. Wat niet wil zeggen dat woorden het altijd afleggen. Soms verdiepen woorden wat je met het oog in musea ziet. Een pleidooi dus om je soms in de woorden van kunstenaars te verdiepen.

Misschien lukt dat nog wel het beste met autobiografieën, of met getuigenissen van vrienden of tijdgenoten van kunstenaar. Dan kom je de kunstenaars het meest nabij. Het is een vorm van literatuur die iedereen die van kunst houdt er soms eens op na zou moeten slaan. Al loopt de liefhebber daarbij wel tegen een taalprobleem op: veel van die autobiografieën of getuigenissen zijn niet in het Nederlands vertaald. Maar dat hoeft de pret natuurlijk niet te drukken. Een paar voorbeelden ter inspiratie.

Van de Franse beeldhouwer Auguste Rodin (1840 – 1917) is geen autobiografie bekend. Wel een paar interessante getuigenissen. De meest literaire daarvan is geschreven door Rainer Maria Rilke en draagt als titel simpelweg de naam van de kunstenaar: Auguste Rodin (1913, Nederlandse vertaling bij SUN 1990). Een boekje bestaande uit een voordracht, drie beeldbeschrijvingen en brieven aan Rodin zelf. Van alles druipt de bewondering van Rilke voor Rodin af. Zijn voorbeeld in de beeldende kunst, die geen kunst ‘maakt’ maar ‘schept’.

$(KGrHqJHJFUFDyp0qUHYBRC96b!Z(g~~60_35Twee jaar eerder was er in Frankrijk een ander boek verschenen: Auguste Rodin – L’art. Entre-tiens réunies par Paul Gsell. Een verslag van tien ontmoetingen tussen kunstenaar en journalist. Dit boekje, verkrijgbaar in verschillende vertalingen in bibliotheken of bij antiquariaten geeft een ongekend inkijkje in Rodins denkwereld. En in zijn werkwijze. Het verslag bevat een prachtige passage waar Rodin met een hompje klei in zijn handen eerst razendsnel een puur Grieks beeldje maakt, en daarna dit beeldje verandert in een beeldje dat zo uit Michelangelo’s hand had kunnen komen. Om het verschil tussen beiden te laten zien. Gsell was perplex over zoveel vakmanschap en snelheid. Terwijl volgens Rodin vakmanschap niet hetgeen is waar het over moet gaan. Niet dat dat onbelangrijk is, maar uiteindelijk is het voor hem toch gevoel en inspiratie dat bepalend is voor kwaliteit van een kunstwerk, zo leert het verslag van Gsell ons.

Zo’n tweeënhalve eeuw eerder is er in Frankrijk een vergelijkbaar boekje verschenen: Journal du cavalier Bernin en France, geschreven door Paul Fréart de Chantelou, tijdens Bernini’s bezoek aan Parijs. Bernini was daar om een portret te maken van de Zonnekoning. En De Chantelou, kunstverzamelaar, begeleidde hem daarbij. Het leverde een mooi dagboek op dat de worsteli5584620-Mng toont van Bernini bij de creatie van een echt statelijk portret van de Zonnekoning (niet de meest indrukwekkende persoon zo blijkt uit het dagboek). En een mooi inkijkje in de moeilijkheden waar een beeldhouwer voor staat als hij een portret in marmer maakt. ‘Stel je maar eens voor’, zo zei Bernini tegen De Chantelou, ‘dat een man al zijn haren bleekt en zijn gehele gelaat wit bepoedert… Niemand zou hem nog herkennen.’

 

Naast deze getuigenissen zijn er ook verschillende interessante autobiografieën van beeldhouwers. Een zeer vermakelijke is die van Benvenuto Cellini, in 2000 in het Nederlands verschenen bij Atheneum – Polak & Van Gennep: Het leven van Benvenuto Cellini door hemzelf verteld, vertaald en ingeleid door Corinne van Schendel en Henriëtte van Dam van Isselt. 1Deze autobiografie leest als een ware schelmenroman, waarbij Cellini als held natuurlijk allerlei gevaarlijke rovers van zich af weet te houden. En met als pluspunt een inkijkje in leven en werk van één van de grootste beeldhouwers van de late Renaissance. Bijvoorbeeld in het maakproces van zijn beroemde bronzen beeld op het Piazza della Signoria in Florence, Perseus met het hoofd van Medusa. Wie wil weten hoe lastig het is om zo’n groot bronzen beeld te maken kan niets beters doen dan deze autobiografie te lezen.

En dan is er natuurlijk ook nog de autobiografie die Michelangelo liet optekenen door zijn leerling Ascanio Condivi (zie bijvoorbeeld Michelangelo, Life, letters, and poetry. Oxford World’s Classics).
21JVSD8XRJL._SX220_ Het werd in 1553 voor het eerst gepubliceerd, drie jaar nadat Vasari zijn Levens van de grootste kunstenaars had gepubliceerd. Dat was geen toeval, want alhoewel Vasari Michelangelo als culminatie van het Florentijnse kunnen had neergezet was de ijdele Michelangelo het niet eens met Vasari’s weergave van zijn leven. Wat hij dus poogde recht te zetten met zijn eigen versie. Een versie die een prachtig inkijkje geeft in de relatie van Michelangelo met de Medici en opeenvolgende pausen. Maar minder in zijn werkproces. Een mooie en onovertroffen bron daarvoor zijn de gedichten die Michelangelo schreef. Sommigen daarvan zijn in 1986 vertaald door Frans van Dooren en verschenen bij Atheneum – Polak & Van Gennep (Sonnetten). Sonnetten die stuk voor stuk duidelijk maken dat – Goddelijke inspiratie of niet – beeldhouwen voor Michelangelo uiteindelijk een proces is van de steen zijn wil opleggen:

Wanneer mijn hamer uit de ruwe rots
vormen van mensen houwt, beweegt hij daar
niet ongebreideld als een woeste knots
maar krachtens ’t willen van de kunstenaar’

Een beter pleidooi om je soms te verdiepen in het woord van de beeldende kunstenaar kan ik niet geven.

 

_____________

In de Zomerrubriek 2015 doen recensenten van Literair Nederland suggesties aan de hand van een thema. Actuele boeken, of boeken uit een ver verleden. Proza, poëzie of essayistiek. Alles is mogelijk. 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 mei 2007

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

Wie had ooit gedacht dat deze aanlokkende openingsalinea door ons eigen Peter Brusse werd opgeschreven? Brusse, bij het grote publiek voornamelijk bekend als voormalig buitenlands correspondent voor de Volkskrant en het NOS Journaal in Londen maakt met het vlindernet zijn debuut als romanschrijver.

Lees meer