19 mei 2016

Zkv op zondag

Door Inge Meijer

Elke zondagochtend lees ik een zkv van A.L. Snijders dat via de mail binnenkomt. Koffie en een zkv, meer verlang ik niet op zondagochtend.

Het laaste zkv ging over de warmste zondag van dit jaar en de Giro die over de provinciale weg tussen Lochem en Zutphen reed. De weg die 200 meter van zijn huis ligt, legde hij te fiets af. Hoe de mensen in meegebrachte stoeltjes langs de weg zaten, sigaretten rookten en met flesjes bier stonden te wachten. Snijders zelf leunde op zijn fietsstuur  en nam er notitie van.

Diezelfde zondag reed ik van oost naar west met de zon in de rug. Tot Arnhem waren de wegen versierd. Er hingen roze fietsen in bomen en lantaarnpalen. Het was alsof de bewoners van de dorpen waar de Giro langs zou komen, zich voor het eerst sinds lange tijd weer hadden kunnen uitleven. Zwetend in een 2CV en met wapperende haren zag ik in de tuinen langs de weg biertenten verrijzen en een wegrestaurant dat van boven tot onder in de roze verf was gezet. En dat je je dan afvraagt hoe ze dat doen als de Giro voorbij is.

Snijders noteerde dat de mensen aan de kant van de weg heel wat wisten over de renners voordat ze iets gezien hadden. Ze wisten dat een renner gewond was en dat de ambulance onderweg was. Ook kenden ze het precieze moment dat het peloton de standplaats zou passeren. Snijders mobiel is alleen om te ‘telefoneren en getelefoneerd worden’ schrijft hij. Hij is zo iemand die zich er nog geregeld over kan verbazen dat er door een druk op de knop, licht ontstoken wordt. ‘Zo’n mentaliteit maakt het moeilijk bij de tijd te blijven,’ concludeert hij.

Een onophoudelijke stroom auto’s, protserig hoog op dikke banden raasden van west naar oost. Ons Eendje wapperde dapper mee op elke luchtverplaatsing die passerende auto’s teweeg brachten. Veel auto’s hadden fietsen achterop. Altijd twee, nooit één. Ook nooit twee fietsen en een kinderfiets erbij. Wat uiteraard iets zegt. Het maakte me onbegrijpelijk chagrijnig.

Ondertussen vloog er tussen Zutphen en Lochem met oorverdovend lawaai een helikopter over toen het peloton de plek passeerde waar Snijders, nog steeds over zijn fietsstuur geleund, naar boven keek. Naar die helikopter. Van de wielrenners zag hij uiteindelijk niets. Hij vertelde het niemand, want: ‘ik bleef ten slotte via de televisie op de hoogte van de prestaties van Tom Dumoulin, (…).’

Soms vind ik zo’n zkv  zo mooi dat me bij de laatste zin een zucht ontsnapt. En dan klik ik op ‘reply’ en typ een woord, waarin de verzuchting van bewondering verscholen zit en waarvan ik me verbeeld dat die zucht ook  wordt overgebracht. Zoiets als: ‘Mooi!’

Waarop ik een bericht terug ontving:

het doet me genoegen dat je het mooi vindt.
het blijft ten slotte altijd een raadsel welke snaren
zullen trillen. vrgvvgvrgvgr

Daar trilde ik even van. En met dat ‘vrgvvgvrgvgr’? Daar kan ik dagen mee voort om te bedenken wat daar de betekenis van is.

 

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer