30 juni 2014

Zeer helder licht – Wessel te Gussinklo

Eindelijk verlost of voor eeuwig verdoemd?

Recensie door Astrid van Wijngaarden

Jaren was het stil rond hem, mààr hij is er weer, Te Gussinklo (1941) – onmiskenbaar – met Zeer helder licht, zijn derde roman.

Een veelbelovende start van de nieuwe uitgeverij Koppernik! Met deze eigenzinnige, meervoudig bekroonde – maar ook bekritiseerde – auteur haalt ze niet de eerste de beste in huis. Zijn debuut De verboden tuin (1986), een roman die zich afspeelt op de drempel van de puberteit waarin de negenjarige Ewout het verlies verwerkt van zijn kinderlijke samenhang met de wereld, werd bekroond met de Anton Wachterprijs. Met het meesterwerk De opdracht (1995), waarin we dezelfde Ewout – inmiddels 14 jaar en volop puber – nauwlettend volgen op een zomerkamp in zijn vergeefse pogingen geliefd en populair te worden, sleepte hij de F. Bordewijk- en de Van der Hoogtprijs in de wacht én werd hij ook nog eens genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en De Gouden Uil. Naast genoemde romans verschenen de novelle Het engeltje (1996) en een aantal essaybundels, waarvan Te Gussinklo in Aangeraakt door Goden – een mengeling van autobiografie en essayistiek – op indrukwekkende wijze de zoektocht naar de wortels van zijn bewondering voor  Mulisch en Sartre verwoordt (inspiratiebronnen voor zijn schrijverschap).

Met Zeer helder licht maken we een sprong vooruit in de tijd. Dit keer geen (pre-)puberale Ewout maar een jongeman, Wander genaamd, in de hoofdrol. Wederom een gevoelige, eenzelvige ziel – gemodelleerd naar de schrijver – met veel te hoge verwachtigen van zichzelf en het leven. Lijdend aan zijn eigen (vermeende) misluktheid in een wereld waarin hij zich allerminst thuis voelt. Een wereld die evenzeer wordt gevreesd als veracht.‘Mislukking, alles in mijn leven verwees daarnaar, wat ik ook aanvatte, wat ik ook probeerde, alles mislukte, brak af bij mijn handen.’

Het zijn de zeventiger jaren. Wander- 31 jaar – gesjeesde student psychologie, probeert zich te herpakken om alsnog wat van zijn leven te maken. Drugs, drank en hoerenvertier heeft hij voor eens en altijd afgezworen. Schrijver wil hij zijn. Want dáár in het schrijverschap – zo luidt zijn stellige overtuiging – wacht hem de bevrijding, de geboorte van zijn ware zijn. Groots en scheppend zal Wander leven, in de gló-ó-ó-ria! ‘Literatuur is de grootste, de hoogste, de koningin van de kunsten, want die laat zien wie we zijn, die laat het gevecht zien om te bestaan, om te overleven in de afgewende, onherbergzame werkelijkheid die niet is zoals wijzelf, die wij bekleden, die wij stofferen met cultuur om haar herbergzaam te maken. En het gevecht om onszelf vorm te geven, onszelf te scheppen tussen al dat andere en al die anderen. Het gevecht om niet misvormd te raken, verpletterd, verwrongen.’ 

Tja, groot zijn Wanders dromen, zoveel kleiner de daden: geen letter staat nog op papier.  Maar dan kruist Hanna zijn pad. De oogverblindende, 12 jaar jongere ‘lieve lieve Hanna’. Zijn muze, zijn ‘leeuwtje’. De godin van het licht die hem als geen ander begrijpt, de maagdelijke studente uit een keurig milieu. Zijn geluk kan niet op. Voor haar wil hij schrijven, meer dan ooit.  ‘Ik ben het boek […] Voor jou schrijf ik het, nu ik je eindelijk gevonden heb, voor jou. Jij bent mijn muze, pas dan zal ik echt degene zijn die jij liefhebt.’ Begint met Hanna dan eindelijk het lang gedroomde leven?

Radeloos is Wander, als we op de openingspagina kennis met hem maken. De avond ervoor heeft hij voor het eerst Hanna weer gezien nadat hun relatie op de klippen is gelopen. Tegen de hevige tegenwerking van haar welgestelde ouders (lees: hysterische taart van een moeder, venijnige bulldog van een vader) die hem ver beneden de waardigheid van dochterlief achtten, bleek de relatie helaas niet bestand. Thuisgezeten, in zijn krakkemikkige huisje, vraagt hij zich af hoe zich van de ondergang te redden. Vluchten wil hij, maar ook weer niet, want ‘daar komt geen einde aan’. Bewegen lijkt een betere optie, want ‘het maakt de dingen kleiner omdat ze iets terloops krijgen, niet kunnen groeien door de kracht, het voedsel dat ze aandacht geeft.’ Oke, dus hup naar buiten. De afgrond bezweren. Maar in hemelsnaam waar moet hij heen?

239 Pagina’s lang worden we hierna meegesleurd in het stuwmeer van Wanders gedachten, emoties, observaties en overwegingen. Werkelijk niets van de kolkende binnenwereld van deze afgewezen ziel blijft de lezer bespaard. Er is geen ontkomen aan. Te Gussinklo dwingt je mee te spartelen in gepijnigde zielekrochten, megalomane opvlammingen, tedere droomgedachten, hysterische razernij, obsessief verlangen en uitvergrote schrikgezichten. Soms – hoe aangenaam – mogen we ook even deinen op het gladde oppervlak maar ja, je zou als schrijver geen Te Gussinklo heten als je uiteindelijk niet toch weer kopje onder gaat. Of erger nog, door koude golven genadeloos wordt uitgespuwd.

Toch is Zeer helder licht geenszins zware kost. Met zijn indirecte observerende schrijfstijl bezit Te Gussinklo het talent om in het heetst van de strijd onverwacht geestig uit de hoek te komen waardoor de meest bizarre taferelen ontstaan. Hilarisch is de scène waarin Hanna’s moeder zich in volle razernij vergrijpt aan het portier van Wanders Renaultje, en zwaar over de top die waarin ze hem met haar roze pomponnetjespantoffel probeert af te rossen. Zowel komisch als schrijnend is de op de zolderkamer van zijn vriend gearrangeerde bedscène vol onvermogen waarin Wander – uiterst voorzichtig als minnaar – het genot probeert te vergroten door haar een beetje te helpen ‘haar hand begeleidend als een onderwijzer die een achtergebleven leerling bij het schrijven helpt, samen de pen vasthoudend, letters vormend, woorden…’ waarop Hanna na onverrichte zaken afstandelijk verzucht ‘Oef, wat ben je zwaar.’ En hoe ijselijk kan een kennismakingsbezoekje aan toekomstige schoonouders wel niet zijn? ‘“Kom”, zei hij zijn armen op de leuning van zijn stoel leggend teneinde zich te verheffen. “U zult wellicht elders verplichtingen hebben.” ‘ Zo wordt oogappels vriendje nog eens keurig netjes afgeserveerd. Wanders noodlot lijkt hiermee voltrokken. 

Te Gussinklo schrijft gedetailleerd, breed uitwaaierend en bezeten. Geen mooischrijverij, maar oh, wat gaat er allemaal wel niet om in dat hoofd. Kronkelende zinnen, vol second thougths en een kwistig gebruik van leestekens. Soms ontvouwt zich in een enkele zin een hele geschiedenis. ‘Hoewel, meer geld nu ik niet meer dronk, geen drugs gebruikte en de kleine erfenis – van mijn dode vader; omgekomen in de oorlog, en van mijn dode moeder; plotseling overleden aan een dubbele longontsteking – waarvan ik moest leven minder belastte.’

In het verhaal gebeurt feitelijk niet zoveel. Het is dan ook niet de strakke verhaallijn of het boeiende plot dat maakt dat je zijn werk wil – nee moet! – lezen. Het zijn de minutieus uitgewerkte aaneengeregen reflecties op het denken en op het intermenselijk verkeer die de lezer vervoeren en iets pijnlijk moois, iets groots laten ervaren. Zo ook – zij het wel minder indrukwekkend dan in zijn eerdere romans – in Zeer helder licht.

 

Zeer helder licht
Wessel te Gussinklo
roman
Verschenen bij: NBC-Uitgeverij Koppernik B.V.
ISBN: 9789082175103
240 pagina's
Prijs: € 17,50

Meer van Astrid van Wijngaarden:

16 maart 2015

De lezer een voyeur

Over 'Elders ' van Martijn Knol
27 januari 2015

Je ruikt de stront, proeft de puree

Over 'Hoogvlakte' van Naomi Rebekka Boekwijt
17 november 2014

Droogkomisch avontuur als politiek pamflet

Over 'Haas en bedelaar' van Tuomas Kyro

Recent

30 mei 2017

Kunst als antwoord op existentiële vragen

Over 'Zout in de wond' van Jurriaan Benschop
29 mei 2017

Grasduinen in het poëzielandschap van Jozef Deleu

Over 'Het liegend konijn jaargang 15, nr. 1' van Onder redactie van Jozef Deleu
25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam

Verwant

30 juni 2014

Oogst van de Week 21

30 juni 2014

Op weg naar het eeuwige licht

Over 'Wij zullen aan God gelijk zijn en voor eeuwig bestaan ' van Wessel te Gussinklo
30 juni 2014

Curieuze verzameling

Over 'Vijf sterren voor de gaarkeuken' van Wessel te Gussinklo