11 januari 2016

De erven Oppermann – Lion Feuchtwanger

Wrange getuigenis

Recensie door Karel Wasch

Het aantal schrijvers, dat de Tweede Wereldoorlog tot onderwerp voor een roman heeft gekozen is aanzienlijk. Boeken over de situatie in het Duitsland van de Weimarrepubliek in de jaren dertig zijn er ook legio. Maar Lion Feuchtwanger (1884 – 1958) maakte die tijd van zeer nabij mee en daarmee is zijn roman De erven Oppermann een getuigenis. Eigenlijk is het het tweede deel van een trilogie, waarvan Succes het eerste en Exil het laatste deel is. Feuchtwanger zag al spoedig wat de nazi’s van plan waren en hij vluchtte via Frankrijk naar de Verenigde Staten. Het boek verscheen aanvankelijk in 1933 onder de titel Die Geschwister Oppenheim omdat een nationaal socialist met de naam Oppermann, niet met joden geassocieerd wenste te worden in het nazistische Duitsland. Ook de Nederlandse eerste druk van Querido heette De erven Oppenheim Na de oorlog heette het boek weer gewoon Die Geschwister Oppermann (De erven Oppermann) en het werd een groot succes.

Fictieve werkelijkheid
De personen uit het boek zijn door Feuchtwanger verzonnen. Dat had destijds al minstens één belangrijke reden: Feuchtwanger wilde bestaande personen niet in moeilijkheden brengen. Achterin het boek staat een ‘Naschrift’ van de auteur bij de eerste druk:

Niet één van de personen uit dit boek heeft ‘bestaan’ in die zin dat zijn naam voorkomt in de archieven van de burgerlijke stand binnen de grenzen van het Duitse Rijk in de jaren 1932/1933. Tezamen vormen zij echter werkelijkheid.’

En die laatste zin is essentieel, want ook al zijn de personages min of meer verzonnen, omdat Feuchtwanger de situatie in Duitsland meemaakte in 1933 kon hij alles in een huiveringwekkend echt decor plaatsen. Een decor overigens dat steeds benauwder en angstaanjagender wordt naarmate de tijd verstrijkt.

De familie Oppermann wordt gevormd door de broers Gustav, Martin en Edgar en hun zuster Klara met aanhang en kinderen. Gustav en Martin zijn leidinggevende mannen in een meubelfabriek, destijds gesticht door hun grootvader. Gustav, Martin en Edgar zijn tegengestelde persoonlijkheden en dat jaagt de spanning in het boek op. Hoe gaan zij reageren op de dreigingen van het nieuwe bewind? Martin is een tobber, maakt zich voortdurend zorgen over het reilen en zeilen van het bedrijf. Gustav is luchtiger van aard, jaagt achter de vrouwen aan en hij zou graag een mooi boek schrijven, maar het ontbreekt hem aan discipline. Edgar staat buiten het bedrijf, is vooraanstaand medicus en heeft een nieuwe operatietechniek voor strottenhoofdkanker ontwikkeld.

Woekerende schimmel
Als een sluipend vergif druppelen de pesterijen en maatregelen van het naziregime de wereld van de broers binnen. Ze zijn joods en denken aanvankelijk nog de dans te kunnen ontspringen. Maar al spoedig krijgen ze te maken met een omgeving die in eerste instantie nog redelijk onschuldig lijkt, maar hen uiteindelijk buitensluit en brutaliseert. De joodse verkoper van het meubelhuis is een slachtoffer. Hij wil zich van zijn spaarcentjes nieuwe tanden laten aanmeten net zo glanzend als de ivoren wachters van zijn SA buurman. Aanvankelijk lijken ze nog aan elkaar gewaagd, want ze hebben nu allebei een stralend mooi gebit. Maar het bruinhemd is toch spoedig in het voordeel. Hij is geen jood, schreeuwt en bralt wanneer hij maar wil. Zo erg zelfs, dat het gebrul door de muur van het appartement van de verkoper heen klinkt. Het appartement van de SA-er wordt gratis door de bange huiseigenaar opgeknapt. De vochtplek op de muur van de joodse verkoper kan zich uitbreiden omdat diezelfde huiseigenaar er niets aan doet. Angstig als hij is om voor jodenvriend te worden uitgemaakt. De vochtplek, schimmel, staat ook voor het aantal aanhangers van het foute regime, dat zich steeds verder uitbreidt.

Het land van Schiller en Goethe
Gustav gelooft lange tijd dat het met het antisemitisme zo’n vaart niet zal lopen. Hij gelooft aanvankelijk nog in de redelijkheid van de mensheid en denkt dat die in Duitsland, het land van Schiller en Goethe, zal overwinnen. Aan een vriend leest hij stukken voor uit Mein Kampf en De protocollen van Sion. Het laatste boek De Protocollen van de wijzen van Sion is een van de meest anti-joodse en antisemitische geschriften ooit, graag geciteerd door antisemieten.

De waarschuwingen voor het naziregime slaat Gustav in de wind. Dat komt omdat de fabriek aan het Duitse leger leverde tijdens de Eerste Wereldoorlog. De arme Gustav denkt dat dit in zijn voordeel zal werken, vooral omdat hij een portret van een veldmaarschalk in zijn kantoor aan de muur heeft hangen. En omdat zijn broer is gesneuveld in deze oorlog. Maar de nazi’s hebben daar geen boodschap aan. Ze pakken zijn geld af en sluiten zijn winkels.

Er druppelen steeds meer berichten binnen van joden en communisten, die worden geïnterneerd en gemarteld. Na afloop van de behandeling moeten ze bedanken voor de goede behandeling en betalen voor het eten, dat zo smerig was, dat een varken het zou laten staan. Ook Edgar, beroemd arts en professor, wordt gedwongen zijn werk neer te leggen.

Alles wordt aangegrepen om de familie te belasteren, zelfs een spreekbeurt op school  van Martins zoon wordt opeens gezien als ‘gevaarlijke antipropaganda.’ Het net sluit zich.

Kapot gemaakt
Wat in lange tijd is opgebouwd door de familie, wordt in korte tijd door de nazi’s kapot gemaakt. Er blijft hen niets anders over dan te vluchten. Weg te komen uit hun vaderland. Ze nemen de benen naar Parijs, Palestina, Bern, naar alle windstreken. De berichten die hen bereiken uit hun Heimat zijn een zwarte slagschaduw op hun bestaan. Ze zijn nooit helemaal verlost van angsten en frustraties. In Zwitserland probeert Gustav een soort verzetsbeweging te stichten, maar dat vindt maar weinig weerklank. En in Duitsland zelf al helemaal niet. De Duitsers moeten zorgen voor hun dagelijkse brood en voelen niet veel voor verzet tegen een alom aanwezig repressief regime.

Een uiterst precies geschreven en huiveringwekkende getuigenis van een regime dat zoveel onheil bracht over de mensheid en waarvan de kiemen nog steeds in onze tijd aanwezig zijn, helaas.

De erven Oppermann
Lion Feuchtwanger
Vertaling door: Beate Keizer-Zilversmidt
Verschenen bij: Wereldbibiotheek
ISBN: 9789028441415
304 pagina's
Prijs: € 19,95

Meer van Karel Wasch:

6 december 2016

Terug naar Gozo

Over 'Retour Calypso' van Matthijs Eijgelshoven
25 mei 2016

Niets lijkt wat het is

Over 'De blauwe gitaar' van John Banville

Recent

20 januari 2017

Openhartig over lotsbestemming

Over 'Het visioen aan de binnenbaai' van Oek de Jong
19 januari 2017

Lawaaidichter en lawaaimakers

Over 'Radeloos en betoverd' van Pat Donnez
18 januari 2017

Streng en gewichtig

Over 'We hadden liefde, we hadden wapens' van Christine Otten
17 januari 2017

Ongrijpbare gedichten

Over 'Bladgrond' van Roland Jooris
16 januari 2017

Sprookjes hebben geen woorden nodig

Over 'Sprookjes van Grimm zonder woorden' van Frank Flöthmann

Verwant

11 januari 2016

Recensie door Machiel Jansen

Over 'Succes ' van Lion Feuchtwanger
11 januari 2016

Botho Strauss, Mikado