21 april 2015

Wij zullen aan God gelijk zijn en voor eeuwig bestaan – Wessel te Gussinklo

Op weg naar het eeuwige licht

Recensie door Evert Woutersen

Wij zullen aan God gelijk zijn en voor eeuwig bestaan is een essay van 357 bladzijden. De titel verwijst naar een citaat uit Genesis dat als eerste motto (van drie) fungeert : ‘Wij zullen een toren bouwen die tot in de hemel reikt en aan God gelijk zijn, en voor eeuwig bestaan. Maar God sloeg ze met vele talen en ze dwaalden weg over de aarde en keken naar de Toren van Babel niet meer om.’

Te Gussinklo voert de lezer in zijn essay mee naar achtergronden die het lot van volken, culturen en mensen bepalen. Ieder mens maakt deel uit van een volk en een cultuur, ‘die grote machtige gestalte die ver boven de enkeling uitgaat’. Die ‘gestalte’, die ‘delirante reus’ houdt bij de landsgrens op. Daar tegenover ‘staan andere volken en de tegenkrachten die van hen uitgaan, of, […] ‘de krachten die uitgaan van andere geloven, andere culturen, die machtige tektonische platen die over de aarde schuiven.’

In de proloog vertelt hij wat zijn bedoeling is met dit essay: ‘Naar die landen, die culturen en geloven, die composities van krachten en talenten en inzichten, die grootse gestalten met ieder hun eigen aard, hun eigen karakter wil ik u meevoeren. Hun opkomst en hun ondergang, hun grandeur en tragiek, hun verstening, hun verdorring en vergruizeling. En naar de krachten en ook de vondsten en ideeën die hen voortdreven.’

Te Gussinklo beschrijft de opkomst en neergang van Duitsland, Frankrijk, Spanje, Portugal, Nederland en Rusland. Hij begint met het Spanje van de vijftiende en zestiende eeuw, met de ontdekkingsreizen en de veroveringen van overzeese gebieden. Bij opkomst hoort optimisme, vitaliteit, ondernemingslust en expansie. Voor Spanje is de eenheid van het strenge katholieke geloof de bepalende factor. De harde inquisitie rekent genadeloos af met tegenstanders. Het is de basis van de macht van Karel V. Als hij er niet in slaagt deze eenheid te bewaren, is het gedaan met de Spaanse dominantie in Europa.

Te Gussinklo: ‘Ik beschrijf uitvoerig dit Spaanse drama omdat het kenmerkend is voor een zich steeds herhalend model van opkomst en neergang van grote naties en culturen, door verlies aan doeleinden, versombering en immobiliteit.’
Bij neergang ziet hij beklemming, ontmoediging, apathie en gebrek aan initiatief. Zo groeit de Sovjet-Unie niet meer, ‘versteend door zijn snel verouderende ideologie.’ Hij introduceert hierbij de term vossengedrag: de bevolking groeit niet meer en neemt zelfs af – ‘zoals ook vossen als hun territoir te klein is en het niet mogelijk is uit te breiden weinig tot zelfs geen jongen krijgen.’

In het tweede deel beschrijft Te Gussinklo de wereldziel: ‘de niet-aflatende drang, het overweldigende verlangen van de mensheid naar het nieuwe, het andere, het verlossende en bevrijdende dat alomvattend en beslissend zal zijn en dat ik bij gebrek aan betere bewoordingen Wereldziel heb genoemd.’ Het leven, de blinde kracht achter de mensheid ‘die dringt en stuwt […] trekt naar dat ene, dat nieuwe, die ongedachte sprong.’ Dit gegeven werkt hij verder uit in het derde deel, Wij zijn gods weerschijn op aarde. De drie abrahamitische geloven – jodendom, christendom en islam – zijn, elk op hun eigen wijze, de grondslag geweest van dominante culturen. Geloven zijn ‘machtige, logge gestalten’ die ver uitgaan boven landen en volken, ‘als tektonische platen tegen elkaar opkruiend.’

Het beeld van de ‘tektonische platen’ komt in deel vier, De nieuwe mens, terug. De Europese christelijke cultuur, of beter gezegd, de ‘westerse mensenrechtencultuur’, de cultuur van ‘Gods weerschijn op aarde’, is in verwarring geraakt. Wat komt er na de tijd van geloven en de groei? Want er moet een reden en een doel voor ons bestaan zijn: ‘het prachtige, het gelukbrengende visioen dat wenkt en roept, daar zoekt de ziel naar.’ Altijd zoeken, naar meer, het andere, het nieuwe. De nieuwe mens, de Homo Instrumenticus, is de superieur geïnstrumenteerde die met computers en internet alle kanten op kan. Hij zal vrijwel aan God gelijk zijn ‘met zijn vermogen tot zelfschepping en het vormgeven van eigen werelden.’ Het is de vraag welke van de kruiende ‘culturele aardschollen’ de dragende en beherende structuurgever zal zijn van die nieuwe wereld en zijn bewoners. De ‘tektonische platen’ uit het eerste hoofdstuk komen hier terug als ‘aardschollen’.

Te Gussinklo’s vergelijkingen zijn niet altijd meteen duidelijk. Bijvoorbeeld over de opkomst en neergang van Spanje: ‘Het is de vos en de egel uit de fabel van Aesopus: één rigide maatschappelijk model door kerk en overheid opgelegd tegenover de oneindige wendbaarheid en vindingrijkheid in de min of meer open veelvormige maatschappij van de velen.’ Hij besluit met ‘de egel die onmogelijk een vos kon worden.’ Later blijkt dat het niet gaat om de fabel van de vos en de egel, maar waar zij ieder apart voor staan. De vos is vindingrijk en sluw. Hij kan zich aanpassen aan nieuwe uitdagingen. De egel vertrouwt op zijn stekels als verdediging, de egelstelling. Het is de survival of the fittest: alleen dieren die het vermogen hebben zich aan te passen zullen overleven.
Het is een essay over verstening tegenover vitaliteit en de onverwachte mutatiesprong naar het nieuwe. De zoektocht naar de nieuwe wereld, daar waar energie en vitaliteit naar toe gaan. Uiteindelijk gaat het om het vinden van een nieuwe staat van zijn, het vinden van de plaats waar alle beperkingen opgeheven zijn, ‘wandelend in het eeuwige licht.’

Met dit werk past Te Gussinklo in de traditie van het literaire essay. Michel de Montaigne (1533-1592) wordt beschouwd als de grondlegger van de essayistische literatuur. Zijn Essais – letterlijk ‘probeersels’, vertaling van het Franse woord essayer – vormen een autobiografie, niet van feiten maar van gedachten. Wezenlijk daarbij is de beweging van die gedachten, de wijze waarop zijn geest zich roert. ‘Ik doe niets anders dan komen en gaan; mijn oordeel gaat niet steeds vooruit, maar schommelt, en zwerft her en der.’ (citaat gevonden bij Anton Haakman, ‘Michel de Montaigne’ In: De Revisor. Jaargang 19).

Zo is het boek van Te Gussinklo ook een zoektocht in persoonlijke stijl. Voorzichtig formulerend, aarzelend zoekend en herformulerend –illustratief de vele tussenzinnetjes met liggende streepjes – bespreekt hij met groot enthousiasme (‘want kijk, want kijk’) zijn onderwerpen. Hij behandelt zware thema’s, maar gelukkig relativeert hij ook. Een paar voorbeelden van het tastend formuleren: ‘ach ik som maar wat op.’ En: ‘Ik vat het algemene gevoel hier maar wat samen.’ En: ‘Of nee, het is nog anders.’ En: ‘Of laat ik het anders formuleren.’

De mix van geschiedenis, filosofie, mythologie en godsdienst is geen gemakkelijke kost, maar de (deze) volhoudende lezer – soms de draad kwijt, en dan weer terugvindend, o ja, dit is wat hij bedoelt! – wordt beloond met een boek boordevol ideeën.

Wessel te Gussinklo (1941) studeerde psychologie in Utrecht. Hij werkte als psychotherapeut voordat hij zich toelegde op schrijven. Voor zijn debuut De verboden tuin (1986) kreeg hij de Anton Wachterprijs. Zijn tweede roman De opdracht (1995) ontving de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs, de ECI-prijs (in 1997: ‘een onderscheiding voor talent dat nog niet is doorgebroken’) en de F. Bordewijk-prijs. Het boek werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en De Gouden Uil. Vorig jaar werd Zeer helder licht (zie ook de recensie op Literair Nederland) genomineerd voor de AKO Literatuurprijs 2014.


Wij zullen aan God gelijk zijn en voor eeuwig bestaan

Auteur: Wessel te Gussinklo
Verschenen bij: Uitgeverij Koppernik
Aantal pagina’s: 357
Prijs: € 22,50

Wij zullen aan God gelijk zijn en voor eeuwig bestaan
Wessel te Gussinklo

Meer van Evert Woutersen:

16 februari 2017

Clarice – de Braziliaanse Kafka

Over 'Clarice Lispector' van Benjamin Moser
24 augustus 2016

Uit bijzonder hout gesneden

Over 'Gevangen in Nepal. Hoe een droomreis een nachtmerrie werd' van Annemiek van Kessel

Recent

25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam
22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Verwant

21 april 2015

Curieuze verzameling

Over 'Vijf sterren voor de gaarkeuken' van Wessel te Gussinklo
21 april 2015

Oogst van de Week 21

21 april 2015

Eindelijk verlost of voor eeuwig verdoemd?

Over 'Zeer helder licht' van Wessel te Gussinklo