2 maart 2016

Het naderen van een brug – Roel Bentz van den Berg

‘Wie is daar?’

Recensie door Els van Swol

Waar blijft een acteur als hij zijn rol op het toneel heeft gespeeld en hij nog niet is afgesminkt? Waar blijft een dode als de meeste mensen niet meer geloven in hel en hemel? In de tussentijd, waar de toneelbezoekers de verbeelding vast proberen te houden. Waar nabestaanden doden bij zich proberen te houden. ‘Hij is er nog’, wordt er dan gezegd over acteur en dode. ‘Op de brug’, zegt Roel Bentz van den Berg, zoon van acteur Han Bentz van den Berg, over wie hij in 2002 de documentaire De verdwenen personages maakte en die in het boek als personage voorkomt, evenals diens psychiater waarin Hans Henkemans valt te herkennen.

De brug
Het beeld van het idee ‘brug’ siert het omslag van Bentz van den Bergs tweede roman. Treffend vormgegeven door niemand minder dan Tessa van der Waals, in – om de visie van de auteur op foto’s in het algemeen aan te halen – ‘een meerwaarde die de dagelijkse werkelijkheid overstijgt.’ Van een werkelijkheid die ‘het product is van de verbeelding.’ We zien een weg die voert naar een niet zichtbare brug. In het midden lopen tramrails, aan de kant zijn winkels (open day & night) en daarlangs en overdwars is feestverlichting gespannen in de vorm van vlammen. Het gáát over de brug, maar die is niet afgebeeld. ‘Zoals een schilderij of gedicht uiteindelijk niet over de schilder of dichter gaat maar over datgene wat erin wordt uitgedrukt’, om de schrijver aan te halen. Of zoals een droom in de nachtelijke uren waarin de foto is gemaakt. Een tijd van dromen en waken, een tussentijd. Even gefragmenteerd als het leven van hoofdpersoon Mark in dit boek, en diens vrouw Helen. Veelal om en om komen ze in de hoofdstukken van het boek voorbij. Mark is overleden, Helen gedenkt hem. Aan de hand van vragen die een gedicht van Anne Sexton oproepen:  ‘Hoe het zou zijn en, meer specifiek, waar je terecht zou komen als de lift na de begane grond (…) verder door naar beneden zou zakken, rechtstreeks de Onderwereld in of (…) juist steeds verder omhoog zou blijven gaan: (…) boven jezelf uit.’

De dood
De dood als een vorm van transcendentie, jezelf overstijgend. Maar de woorden blijven op papier en bereiken Helens lippen niet, wanneer zij ze bij de begrafenis van Mark wil uitspreken. Of aan de hand van het begin van Shakespeares Hamlet: ‘Wie is daar?’ Dat is de vraag.
Is het Mark of Mark’, een subtiel onderscheid als in een muziekstuk of een gedicht: A en A’, of – zoals Thomas Verbogt bij de presentatie van het boek zei –: ‘Ome Joop en zijn buikspreker Ome Jopi’ van André van Duin. Of Fred Astaire en de tapdansende Fred Astaire. Een act, een performance. Een toneelstuk binnen het toneelstuk, zoals – inderdaad – in Hamlet. Een zwarte doek die een goochelaar van iets wegtrekt. Een kamer en suite is het, leven en dood, werkelijkheid en droom, het toneel en de coulissen.
Het zijn raak gekozen metaforen die over elkaar heen buitelen en bij het lezen méér soortgelijke beelden oproepen: een trompe l ‘oeil, een nepdeur, een oase in de woestijn. Of reminiscenties aan beelden van de Duitse kunstenaar Ulay: waar is de vlam als je de kaarsvlam hebt uitgeblazen?

Groots
Dat je als lezer mee kunt denken, tilt het boek uit boven de hier eerder besproken magisch-realistische, absurde parabel De zevende dag van de Chinese schrijver Yu Hua. Een parabel die ook speelt op de overgang, de brug van dood en leven, net als de film Those who feel the fire burning van Morgan Knibbe, waarin de geest van een over boord geslagen vluchteling het verhaal vertelt, zijn ziel naar een verbeelding dwingt, zoals Hamlet zou zeggen.
In het derde deel zakt het boek even in, omdat daarin teveel beelden worden herhaald. Over de coulissen, transformaties van acteurs, het ‘Wie is daar?’ van Hamlet, de kamer en suite. Maar de schrijver herstelt zich snel in beschrijvingen van bijvoorbeeld de rol die een brug kan spelen als plaats om zelfmoord te plegen. En over de vraag ‘Als er dan toch verkeer mogelijk was tussen deze en gene zijde, waarom dan niet in beide richtingen?’ Een vraag waarvan het antwoord leidt tot een huiveringwekkende ontknoping van een groots verhaal dat zich ontvouwt als een poëtisch toneel- of muziekstuk, inclusief coda.
De veelvuldige herhalingen zouden op een muziekstuk kunnen wijzen, maar zijn, omdat ze in de opbouw van het geheel geen structurele functie hebben zoals Mark en Mark’, wat te overvloedig gebruikt. Schoonheidsfoutjes binnen een magistraal boek waarin een thematiek wordt aangesneden die op dit moment in de lucht lijkt te hangen, getuige andere literatuur en films. En Hamlet natuurlijk.

 

Het naderen van een brug
Roel Bentz van den Berg
Verschenen bij: Augustus | Atlas Contact
ISBN: 978 90 254 4422 8
384 pagina's
Prijs: € 21,99

Meer van Els van Swol:

5 oktober 2017

Op drift geraakt

Over 'Stille grond' van Sanneke van Hassel
14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Over 'Wraak' van Andelko Vuletic
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist

Recent

23 oktober 2017

Zingende gedichten onovertroffen in hun beeldspraak

Over 'Nacht & navel' van Yannick Dangre
20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken