Wel of niet lezen

Door Adri Altink

De afgelopen jaren ben ik geïnteresseerd geraakt in gedwongen migratie en de daarmee samenhangende problemen. Het levert soms stress op. Er lijkt een tsunami aan literatuur over me te worden uitgestort. En dan denk ik vooral aan romanciers die het als thema kiezen. Het idee vliegt me wel eens aan: hoe hou ik dat allemaal bij?
In zijn nieuwste roman Zuivering van Tom Lanoye neemt hoofdpersoon Gideon Rottier een Syrisch vluchtelingengezin in huis. Moet ik dus lezen. Van mezelf. Het zal er nog wel van komen, al is het maar omdat ik Lanoye om zijn taal graag onder ogen heb.

Ik heb het over dit boek vanwege een recensie in De Groene door Kees ’t Hart (die zelf in De keizer en de astroloog in zekere zin ook over een vluchteling schreef, maar dan van een heel ander type). Hij vraagt zich af wat Lanoye eigenlijk wil met zijn roman: ‘Moet ik aan het denken worden gezet over kwesties waarover ik het al lang met hem eens ben?’ En even verder: ‘In romans hoop ik altijd op rare invallen, een krankzinnig idee, een overdreven visie die nergens op slaat, een verwoestende blik (…) Ik hoop op romans waarin het erom gaat ongelijk te krijgen’.

Het deed me denken aan de falsificatietheorie van Karl Popper, die kritisch onderzoek eist: is datgene waarover we het eens lijken te zijn wel houdbaar? Maar ik greep ook terug naar een passage die ik me herinnerde van Bohumil Hrabal in zijn Praags ironie. Hij blikt daarin terug op wat hij in zijn leven schreef: boeken boordevol reflecties en metaforen, maar ook boeken met kale zinnen. Boeken waar hij doodsbang voor was en boeken waarom hij moest lachen. Bellettrie naast journalistiek werk. Boeken waarin zijn levenslot besloten lag maar ook boeken die louter vermaak beoogden. Ik hou van Hrabal en ik weet dat ik me bij diens passage afvroeg of ik dat allemáál zou willen lezen.

Kees ’t Hart stelt een boeiende persoonlijke onderzoeksvraag. Waarom zou ik de nieuwe Lanoye willen lezen? Wat is het precies waarom ik van Hrabal hou? Op deze vraag heb ik wel een antwoord (hoewel ik lang niet alles van deze Tsjech ken): hij voert me mee op gedachtestromen die me voortdurend confronteren met mijn eigen wijze van denken. Hij biedt mij vooral ‘de rare invallen’ waarover ’t Hart het heeft. Hij blijft nog steeds nieuw voor me.
Het is lastiger om dat van Lanoye (ook van hem las ik niet alles) te zeggen. Een taalvirtuoos, dat is hij zeker. Hij weet me te vangen. Maar hij verrast me niet altijd. Zijn Gelukkige slaven vond ik spannend, geraffineerd opgezet. Maar ben ik er veel wijzer van geworden over stroperij, jacht op neushoorns, illegale handel en fraude?
Ik zal Zuivering waarschijnlijk lezen. Maar ik hoop wel – weer in de woorden van Hrabal – ‘achter dingen van de wereld te komen die ik niet weet…’


Adri Altink recenseert voor LiterairNederland en heeft belangstelling voor (cultuur)geschiedenis. Hij werkt als vrijwilliger met vluchtelingen. Zijn ervaringen daarmee deelt hij in zijn columns.

Recent

22 februari 2018

Boek van een ramp

19 februari 2018

Spiegels van de tijd

14 februari 2018

Gedenkteken in woorden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

25 februari 2008

Indrukwekkend verhaal

Door Bernadet

De overgave is na De zwarte met het witte hart en Een schitterend gebrek de derde historische roman van Arthur Japin die een mengeling is van fictie en non-fictie. Het verhaal is gebaseerd op de geschiedenis van Cynthia Ann Parker (zij staat ook op de voorkant van het boek) Als kind groeide zij op bij de familie Parker die na een lange reis vol beproevingen een nieuw bestaan probeerden op te bouwen in Texas.

Lees meer