7 november 2016

Watertaal

Door Adri Altink

Politiek is niet alleen het maken van beleid. Het is ook het aanpassen van woordgebruik ter verhulling van onvermogen om tot beleid te komen. Onze premier vond zichzelf waarschijnlijk kordaat toen hij ‘Pleur op!’ zei tegen de hier wonende Turken die zich liever beroepen op Turkse dan Nederlandse normen. Het verhulde dat hij eigenlijk niet goed weet hoe het probleem aan te pakken. Vorige week besloten het CBS en de WRR de termen allochtoon en autochtoon niet meer te gebruiken. Ze zijn te stigmatiserend en niet precies genoeg. Ze worden vervangen door ‘inwoners met een migratieachtergrond’ en ‘inwoners met een Nederlandse achtergrond’; een gruwel lijkt me voor tekstschrijvers die deze groepen vaak moeten benoemen. En is een kind van een Turkse vader en een Nederlandse moeder, dat hechte banden met haar Turkse familie wenst te onderhouden, straks een inwoner met een Nederlandse achtergrond? Ik hoor al roepen dat haar liefde voor haar vader wordt miskend. Stigmatiserend! Niet precies genoeg! Maar vooral verhult de nieuwe benaming de onmacht en verlegenheid.

Onlangs woonde ik een lezing bij van Marlou Schrover, hoogleraar Migratiegeschiedenis aan de Leidse Universiteit. Zij vergeleek de huidige vluchtelingenstroom met golven immigranten uit het verleden. Benamingen die een aardig detail vormden in haar betoog. ‘Watertaal’ noemde ze het. Het is een tendens om over de problematiek te spreken in metaforen die aan water zijn ontleend. Zegswijzen als ‘vluchtelingenstroom’, een ‘vloedgolf’ van illegalen, een ‘tsunami’ van moslims, die ons ‘overspoelt’ en waartegen ‘dijken’ moeten worden opgeworpen, zijn zozeer ingeburgerd dat we niet beseffen dat ze vrij nieuw zijn. Een woord als ‘vluchtelingenstroom’ kennen we sinds de Tweede Wereldoorlog; een ‘vloedgolf van illegalen’ duikt rond 1980 in de media op; en om een ‘tsunami van moslims’ ingang te doen vinden waren eerst een Aziatische zeebeving in 2004 en de beeldspraak van een extreem rechtse politicus zo’n tien jaar later nodig.
Haar gespreide handen voor zich uit strekkend, beeldde Marlou Schrover iemand uit die probeert het water tegen te houden. Zo maakte ze duidelijk dat watertaal staat voor machteloosheid. De politiek voelt zich overstroomd en kan zich nauwelijks staande houden. Watertaal verhult een gebrek aan oplossingen.

Allochtoon en autochtoon zijn eveneens bedacht in 1989. Maar verrassender vond ik dat het woord ‘asielzoeker’ pas sinds het midden van de jaren ’80 wordt gebruikt. Ook deze benaming verhult in zekere zin een onmacht. Eeuwenlang noemden we ‘vluchteling’ iemand die probeerde te ontkomen aan levensbedreigende situaties in eigen land. Maar het werden er zoveel, en we wisten zo slecht wat we ermee aan moesten dat we een blokkade opwierpen. Iemand die zijn land had verlaten en hier bescherming zocht, moest eerst maar eens bewijzen dat hij vluchteling was.

Opvallend is dat we sinds de tachtiger jaren zo overhoop liggen met onze terminologie. Omdat er ineens veel meer vluchtelingen kwamen? Nee. Feitelijk zijn er, in verhouding tot het verleden, helemaal niet zoveel gekomen, zelfs niet in de afgelopen twee jaar. Dat bleek vooral uit het verhaal van Schrover.
Eenmaal weer thuis, pakte ik het boek Komen en gaan (2008) uit de kast. Ze schreef het met haar Leidse collega Herman Obdeijn. Hoewel het dateert van vóór de ‘stromen’ van de laatste jaren, heeft het aan actualiteit niets ingeboet. Bij gebrek aan kennis van de feiten en van de geschiedenis zien we nu reacties en angstreflexen die al sinds eeuwen opkwamen. Wie meer wil begrijpen van onszelf in anno nu: lees dit boek.

 

 

 

Recent

18 januari 2017

Streng en gewichtig

Literair Nederland - 10 jaar geleden

29 januari 2007

Dans en droom,Javier Marias
Meedeinen op een vloedgolf van gedachten

Na Koorts en Lans is Dans en Droom het tweede deel in de triologie ‘Jouw gezicht morgen’. Voor deze trilogie schiep de Madrileense auteur Marias (1951) een bijzonder personage, Jaime Deza, die de gave bezit om in de toekomst te kunnen kijken. Hij werkt, op aanraden van bevriend professor Wheeler, voor een geheime dienst in Engeland, MI6. Hij moet er, enkel op basis van observaties, het gedrag en de handelingen van de geobserveerden voorspellen (wie zal loyaal blijven aan zijn organisatie en geen verraad plegen, wat motiveert hen, zijn ze in staat om te doden…).

Lees meer