Maja Lunde – De geschiedenis van de bijen

Wat hangt ons boven het hoofd?

Recensie door Rob van Dam

Het gaat slecht met de bijen. Van de 358 soorten wilde bijen in Nederland staat 56 procent op de rode lijst. De honingbij, die in volken leeft, wordt sinds een aantal jaren gedecimeerd door de ‘verdwijnziekte’, ook wel CCD genoemd: Colony Collapse Disorder, een aandoening die hele bijenvolken wegvaagt. De geleerden zijn er nog niet uit.
Nu gaat het slecht met de hele natuur, maar de massale bijensterfte kan de menselijke soort al op korte termijn het leven zuur maken. Geen bijen, dan geen bestuiving van voedselgewassen, dus voedselgebrek, hongersnood, migratie, strijd – het is gemakkelijk hier een apocalyptisch scenario te schetsen dat helemaal niet denkbeeldig is. Bayer, de grote producent van bestrijdingsmiddelen, lobbyt intussen bij de Nederlandse overheid om een verbod op zijn neonicotinoïden te voorkomen.

Stof te over voor een spannend verhaal. Over actievoerders die de strijd aanbinden met de makers en gebruikers van het landbouwgif. Of een toekomstfantasie over een wereld waarin bovengenoemd rampenscenario werkelijkheid is geworden.
De Noorse kinderboekenschrijfster Maja Lunde (de gedachte dringt zich op aan Die Biene Maja – nomen est omen) biedt ons in De geschiedenis van de bijen, haar eerste roman voor volwasseneneen blik op de toestand in onze wereld over tachtig jaar en die stemt niet vrolijk. Haar boek behelst een impliciete oproep tot een ingrijpende koerswijziging in landbouw en economie en daarmee in de hele westerse samenleving. Het is een tendensroman vol maatschappijkritiek, een Max Havelaar van de bijen.

Het boek bestaat uit drie grotendeels op zichzelf staande verhalen, die aan het eind van de roman losjes met elkaar verbonden blijken. Ze worden om en om verteld, in niet al te lange hoofdstukjes die de naam dragen van de hoofdpersoon, die tevens de verteller is. Jammer dat alledrie de geschiedenissen vanuit een ik-perspectief worden verteld. Dat leidt tot eenvormigheid in toon en verteltrant.

Tao, China, 2098
Verhaal 1, van verteller Tao (een Chinese vrouw), begint in 2098 in China, in ‘District 242, Shirong, Sichuan’. De bevolking van de streek werkt in de fruitteelt. Omdat er geen bijen meer zijn, klauteren de mensen de perenbomen in en bestuiven ze de bloesems met een kwastje. Dat is overigens geen futuristische waanzin; er zijn delen van China waar dat nu reeds gebeurt, zoals te zien is in de Zwitserse documentaire More than Honey uit 2012. De dwangarbeid doet denken aan de tijd van Mao. De mensen zijn ondervoed, uitgeput en onvrij.
Haar verhaal toont een wereld in verval, maar het allerlaatste woord dat Tao spreekt, en daarmee eindigt de roman, is toch ‘hoop’.
Ze heeft een zoon die op raadselachtige wijze sterft en door de autoriteiten zonder pardon wordt afgevoerd. Tao laat het er niet bij zitten.
De twee andere verhalen zijn ondergeschikt aan Tao’s geschiedenis.

William Savage, Groot-Brittanië, 1852
Verhaal 2 begint in ‘Maryville, Hertfordshire, Groot-Brittannië, 1852’. Hoofdpersoon is William Savage, een tot depressiviteit geneigde winkelier in zaden en kruiden die bezeten is van de wens de perfecte bijenkast te ontwerpen, een kast om bijen te ‘temmen’. Daarmee hoopt hij wetenschappelijk aanzien te verwerven. Hij vertegenwoordigt, samen met de verteller van verhaal 3, de verkeerde omgang met de natuur. Hij ontwikkelt inderdaad een nieuw soort kast, maar een ander blijkt hem voor te zijn geweest.
Ook hij heeft een zoon, waar hij grote verwachtingen van heeft. Het blijkt een nietsnut. Gelukkig heeft hij ook een dochter, Charlotte, door William langdurig genegeerd, die hem helpt en zich eveneens in bijen verdiept. Zij emigreert uiteindelijk naar de Verenigde Staten en neemt de bouwtekeningen van vaders nieuwe bijenkast mee.

George, Verenigde Staten, 2007
Verhaal 3, van verteller George, speelt zich ruwweg in onze tijd af. Het begint in 2007 in ‘Autumn Hill, Ohio, USA’. George is boer en imker en ziet zijn bijenvolken te gronde gaan aan onbekende oorzaken, mogelijk de ‘verdwijnziekte’. Naarmate het boek vordert, ontdekt de lezer dat George een verre nazaat is van Charlotte en dus ook van William. Hij heeft Charlottes bouwtekeningen ingelijst aan de muur hangen.
Ook hier een zoon, Tom. Tussen hem en George botert het niet erg. Hij moet niets hebben van het boerenbedrijf. Later neemt hij de bijenhouderij van zijn vader over en pakt hij alles ‘bijvriendelijker’ aan. Toch zullen ook zijn bijenvolken sterven.

Rentmeesters
Tom schrijft een boek, De blinde imker, waarin de deplorabele toestand in de wereld aan het eind van de 21e eeuw wordt aangekondigd en waarin hij de weg naar herstel schetst. Die remedie krijgt de lezer overigens niet met zoveel woorden te horen. Zijn boek verschijnt in 2037 en is in het Chinees vertaald.
Belangrijk in De blinde imker is de gedachte dat je moet ‘handelen tegen je instinct in, omdat je beter weet; om in de natuur te kunnen leven, mét de natuur te kunnen leven, moest je de natuur uit jezelf halen (…) je moest de natuur in jezelf leren trotseren’.
Dat is een gedachte die je niet zo vaak hoort in groene kringen; vaak wordt de ‘menselijke natuur’, tezamen met ‘de natuur’ in het algemeen, als intrinsiek goed beschouwd.
Onder de ‘natuur in jezelf’ moeten we hier onze slechte inborst verstaan, de menselijke hebzucht en geldingsdrang, en het misplaatste gevoel heersers van de schepping te zijn in plaats van onderdeel van het grote geheel en ‘rentmeesters’.
Het boek bevat meer gedachtegoed van christelijke snit. Het heeft bovendien een lichte anti-technologische strekking.

Tao zorgt dat de leiding van haar geteisterde land het boek in handen krijgt. Hoop daagt: ‘Eindelijk werd het visioen van Thomas Savage werkelijkheid. We lieten de controle los, het bos kreeg de kans zich te verspreiden. In de aarde zouden andere gewassen geplant worden, grotere gebieden zouden verwilderen.’ Dit lezen we op de voorlaatste bladzijde. Eerder is de lezer al te weten gekomen dat de wereldbevolking terugloopt als gevolg van alle ellende.

Samenwerking
De verbindingen tussen de drie levensgeschiedenissen illustreren het motief van ‘verbondenheid’. Naarmate haar verhaal vordert beseft Tao dat ‘het leven van één enkele persoon (…) niet van belang’ is. ‘Mijn dromen over hem waren niet van belang zolang ik niet in staat was het verband te zien, te zien dat dezelfde dromen voor ons allemaal golden.’ Dit is deel van de ‘boodschap’ van de roman: wij zijn, net als de bijen, alleen tot iets constructiefs en duurzaams in staat wanneer we eensgezind opereren, in wederzijdse afhankelijkheid. De drie afzonderlijke verhalen demonstreren dat ook: we zien verbeten individuen die pas in samenwerking met anderen vooruitgang boeken.
Drie verhalen dus, met in de dystopische geschiedenis van Tao veel spanning, in de negentiende eeuw pijnlijk geestelijk geworstel bij William en het economische slachtofferschap anno nu van George.
Helaas ook een boel cliché’s, kitsch en sentimentaliteit. Tao’s verhaal bijvoorbeeld doet sterk denken aan de onheilstaferelen die we kennen uit speelfilms.

Sterke vrouwen
Tom, onheilsprofeet van een bijenloze toekomst en verkondiger van het verlossende woord, is weliswaar een bijfiguur, maar hij is de enige man in dit boek die een doorslaggevende rol speelt bij het vinden van een oplossing voor de mondiale ramp. Het is daarom jammer dat hij niet beter uit de verf komt. William en George zijn in de eerste plaats slachtoffers en Tao’s man is passief. Het zijn de vrouwen in de roman die werkelijk gewicht in de schaal leggen, van Charlotte tot aan Li Xiara, de vrouw die aan het hoofd staat van de Chinese regering, onverbiddelijk in haar leiderschap maar betrokken bij het volk en vol empathie voor Tao.
Dit zou je een tweede motief kunnen noemen: vrouwen kunnen niet gemist worden in het bestuur van de wereld.

Wie dit boek leest, komt veel te weten over bijen en bijenteelt. Ook de geschiedenis van de bijenwetenschap passeert de revue: Swammerdam, Mendel, Darwin en anderen, van wie de lezer graag aanneemt dat ze echt hebben bestaan en gedaan hebben wat dit boek ons vertelt, want de schrijfster heeft haar onderwerp grondig bestudeerd. Alhoewel? William hoort reeds in 1852 de naam Mendel, die toch pas in 1858 met zijn onderzoek begon en wiens eerste publicatie van 1866 dateert.

Taal
De geschiedenis van de bijen is hecht gecomponeerd en staat vol betekenisvolle details (tot en met de namen: Tao, Savage). Er zijn boeiende zijsporen en uitweidingen en ook valt er hier en daar wat te lachen. Zonder meer een rijke inhoud, onderhoudend en leerzaam. Toch kleeft er een groot bezwaar aan het boek.
De taal. Het lezen van deze roman is een bezoeking en dat komt door het erbarmelijke Nederlands. De schrijfster heeft een paar hinderlijke gewoonten en de vertaalster laat steken vallen.
Maja Lunde rijgt zinnen aaneen waarbij ze het onderwerp na de eerste keer niet meer herhaalt: ‘Ik stapte uit, legde mijn handen op mijn rug om ze te verstoppen. Rick stond al klaar. Maakte kleine sprongetjes. Wilde beginnen.’
Dit citaat demonstreert meteen haar voorliefde voor hyperkorte zinnetjes. Daarnaast herhaalt ze teveel, soms meer dan eens: ‘Dit ziekenhuis was het laatste op mijn lijst. Ik had de hele lijst afgewerkt, namen doorgestreept, afgekruist.’ De schrijfster is dol op deze stijlfiguur.
Tenslotte wemelt het van onhandige formuleringen en soms klinkklare onzin: ‘er bleek geen eenvoudigste oplossing’; ‘maakte me aan de ene kant horendol, aan de andere kant ergerde ik me er kapot aan’; ‘ik kon onmogelijk werken met die ademende schaduw van vlees en bloed achter me’; ‘de zelfbestuurbare auto’.

Als De Bezige Bij dit laat passeren, is het duidelijk dat niet alleen de honingbij maar ook de Nederlandse taal in bescherming moet worden genomen.

Omslag De geschiedenis van de bijen - Maja Lunde
De geschiedenis van de bijen
Maja Lunde
Vertaling door: Lammie Post-Oostenbrink
Verschenen bij: Uitgeverij De Bezige Bij
ISBN: 9789023494300
378 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Rob van Dam:

Recent

15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa
11 december 2017

Niet alles hoeft begrepen om te zien hoe prachtig het is

Over 'Finisterre' van Eugenio Montale

Verwant