21 mei 2012

Wat een geluk – Gerry van der Linden, feestelijke presentatie 24 mei

Gesignaleerd door de redactie

Wat een geluk is de negende dichtbundel van Gerry van der Linden. In deze bundel onderzoekt Van der Linden sporen uit haar verleden, die zij opnieuw gestalte geeft door ze tegen het licht van het heden te houden. Daarbij zichzelf en anderen niet sparend. Haar gedichten, die zich vaak kenmerken door absurde humor, gaan over de liefde, het ouder worden, het onder ogen zien van wat ooit was en wat blijft. ‘Poëzie is een kruisverhoor,’ schrijft zij in het titelgedicht dat te vinden is op de website van Gerry van der Linden.

Gerry van der Linden (1952) is dichter, schrijver en docent poëzie & schrijftraining aan de Schrijversvakschool Amsterdam. Zij werd in 1977 ontdekt door Remco Campert en publiceerde sindsdien acht dichtbundels, een novelle en twee romans. Met Wat een geluk,  viert zij haar 35-jarig dichterschap.

De dichtbundel wordt donderdag 24 mei gepresenteerd in Perdu tijdens de viering van Van der Lindens 35-jarig dichterschap waarbij o.m. de dichters F. Starik en Els Moors, muziekanten Polar Twins, Arjan Amin en Luan van der Linden present zullen zijn om het feest luister bij te zetten. Martin Mooij zal het eerste exemplaarin ontvangst nemen.

 

Donderdag 24 mei van 19.30 tot 21.30 uur
Perdu, Kloveniersburgwal 86, Amsterdam.
Toegang: gratis

U kunt zich voor de presentatie aanmelden via mrenting@nieuwamsterdam.nl

Van der Linden werkt aan een korte verhalenbundel waarvan enkele zijn gepubliceerd in o.a. Hollands Maandblad nr 5 (2005) en het zomernummer 2011 6/7.

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer