21 april 2017

Rugtitels

Door Inge Meijer

Waarom herlees ik boeken vroeg ik me af toen ik een van mijn boekenkasten opnieuw indeelde. Een dag eerder had ik die kast leeggehaald en de boeken in dubbele rijen, als een soort van vesting op de eettafel gestapeld. Er moest een plafond gewit en een boekenkast geschilderd. De neiging me achter die boekenstapels te verbergen (zoals de kat onder een kussen op de bank kruipt om zich te hervinden in het kat zijn) was groot. In een zijwaartse gedachte overwoog ik zelfs even ze daar voor altijd te laten staan. Maar dan zou Mijn Lief de boekenkast voor niets hebben geverfd. Dus toen alles klaar was zette ik de boeken er weer in en terwijl ik de ‘F’ tot en met de ‘R’ rangschikte, vroeg ik me af waarom er nooit een boek van Philip Roth of John Fante uitging.

Bij elke herindeling van de boekenkast sneuvelen er wat exemplaren maar nooit een van Roth of Fante. Alleen al het lezen van hun rugtitels roept een sfeer op waar ik (of juist niet; zoals In Shylock van Philip Roth, wat toch wel een naargeestig boek is) weer in wil duiken. Maar toch, ook naargeestige boeken moeten herlezen worden om bijvoorbeeld de aard van die naargeestigheid te onderzoeken. Lezen over levens die afstoten, moeten herlezen worden; nieuwsgierigheid wordt opnieuw geprikkeld, verwachtingen getart en de uitkomst altijd net anders dan ik me herinnerde.

Fante beschreef met voelbare woede maar ook met consideratie over zijn afkomst; zijn leven als kind van Italiaanse emigranten tijdens de armoedige jaren twintig in Colorado. In een voorwoord bij een herdruk van Wacht tot het voorjaar, Bandini (1938), schreef hij bijna vijftig jaar nadien, dat hij dit boek niet kan herlezen zonder verdwaald te raken in zijn verleden. Wat me nogal een dreiging lijkt, dat je eigen verleden nog steeds onvoorziene aspecten kent en je te grazen kan nemen. Maar hij schreef ook: “Niets van mijzelf is daar nu nog, alleen de herinnering aan vroegere slaapkamers, en het geluid van moeders pantoffels op weg naar de keuken.” Alleen al hierom herlees ik Fante dan weer.

Roth hanteerde zijn pen als een fileermes, niets en niemand ontziend, inclusief zichzelf niet. Hij zei hierover: ‘Als schrijver ben ik iemand anders. (…) niet belast door trouw en loyaliteit, decorum en discretie. (…) vrij om een dieper en duisterder perspectief te kiezen dan dat van een zoon, echtgenoot of broer. Een schrijver is dat allemaal niet, een schrijver is een schrijver.’
Het lef waarmee hij schreef is jaloersmakend. Wat dan weer een fijne brandstof is om mee vooruit te komen. En dat is wat ik zoek, iets om mee vooruit te kunnen, boven de dagelijkse besognes uit te stijgen. Dus blijf ik de boeken koesteren en herlezen van alle schrijvers die me iets nieuws toonden tot ik er ben.

 

 

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2007

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren. In het nu leven, de weg gaan die klaarblijkelijk zo moet zijn. Bij dit boek reageren mensen hetzelfde "Dat is toch dat boek van die dominee die niet in God gelooft? Dat is toch die atheïst?." Opschudding alom.

Een aantal jaren geleden heb ik een boek gelezen getiteld De kunst van het niets doen. Veel mensen reageerden met: "Oh, dat zou ik ook wel willen, een tijdje niets doen." Daar ging het boek echter helemaal niet over. Dat boek ging over Taoïsme en de gebeurtenissen in je leven op je af laten komen, van alle kanten bekijken, en dan weer verder gaan met je leven. Niet steeds in willen grijpen, dingen naar je hand willen zetten of bezweren.

Lees meer