8 juni 2016

Waartoe reizen dient

Door Rob van Dam
Nog even en het is zomervakantie. Gaat u nog weg? Mocht u naar het Lake District in Engeland gaan, wat ik u van harte kan aanbevelen, dan zult u een confrontatie met de dichter William Wordsworth niet gemakkelijk ontlopen, althans met de dichter zoals hij voortleeft dankzij de toeristenindustrie. Grote kans dat u thuis komt met bijvoorbeeld een mok die is bedrukt met narcissen en het eerste couplet van ‘The Daffodils’. U weet wel: ‘I wandered lonely as a cloud’. Er zijn ook theedoeken, pannenlappen, notitieboekjes, stukken zeep, gebakbordjes, sjaals en natuurlijk de eeuwige T-shirts. Altijd die narcissen; nooit een ander couplet. Zo leeft de naam van de grote Wordsworth mede voort dankzij de toeristische geldmachine en daarin schuilt de nodige ironie.

 

Wordsworth, die zich in 1820 nog had bezondigd aan een reisgids, namelijk de nog steeds leverbare Guide to the English Lakes, zag met lede ogen aan hoe het Lake District, waar hij geboren en getogen was, een steeds populairder vakantiebestemming werd. Het bruisende noorden van Engeland, bakermat van de Industriële Revolutie en het ‘Manchester kapitalisme’, lag naast de deur en steeds meer mensen wilden wel eens weg uit die heksenketel.
In 1844 was de maat vol. Plannen om een spoorlijn door te trekken naar Windermere deden hem in de pen klimmen. Hij had gezag: hij was Poet Laureate. Eerst schreef hij twee sonnetten, toen artikelen in de krant en tenslotte een pamflet. Hij waarschuwde dat het toenemende toerisme aanpassingen zou vergen die juist de charmes van het gebied, waar het de bezoekers toch om te doen was, teniet zouden doen. Bovendien had hij het helemaal niet begrepen op de gewone man, aan wie de schoonheid van het gebied niet besteed zou zijn.
Het mocht niet helpen. Als u deze zomer aankomt op het station van Windermere, denk dan even aan de grote dichter die zich in zijn graf omdraait.

 

Het Lake District was al in de achttiende eeuw een vakantiebestemming. De eerste reisgids dateert van 1774. Maar wat was toerisme in die tijd? In Lyrical Ballads, de geruchtmakende bundel die hij in 1798 samen met Coleridge publiceerde, schetst Wordsworth in ‘The Brothers’ een aardig tafereel. Ik citeer het in de vertaling van Jabik Veenbaas, in 2010 verschenen bij Athenaeum.

 

Al die toeristen moeten – lieve God! –
Een vruchtbaar leven leiden – vlug en blij
Kijken ze rond, als was de aarde lucht
En zij dan vlinders die een zomer lang
Rondfladderen; weer anderen, even wijs,
Zijn neergestreken boven op een rots,
Schrift op de knie en potlood in de hand,
Ze kijken, schrijven, schrijven, kijken weer –
Een mens kan twaalf mijl reizen in die tijd,
Een akker oogsten van zijn buurmans graan.
 

 

Wij eenentwintigste-eeuwers zien hier misschien een aantrekkelijke vorm van ‘slow tourism’, maar de waarnemer in dit vers, een dominee, ziet vooral oppervlakkigheid en lediggang en verbaast zich.
Wordsworth zelf wist waar hij het over had als het op reizen aankwam. Samen met een vriend had hij in 1790 een tocht door Frankrijk, Duitsland en Zwitserland gemaakt. Hij doet er verslag van in ‘The Prelude’. Drieduizend mijl, waarvan tweeduizend te voet. Het revolutionaire Frankrijk! Hij verwekte een kind en zag de sublieme Alpen, waar het allemaal om begonnen was: ‘the ever-living universe and independent spirit of pure youth were with me at that season’. (Maar ook een romanticus moet wel eens afzien: ‘on the rock we lay and wished to sleep but could not, for the stings of insects…’) In Basel kochten ze een boot waarmee ze de Rijn afzakten tot aan Keulen.
Maar het ging Wordsworth niet om avonturen à la Djoser en Lonely Planet. Het ging  hem om vervoering en om de verrijking van geest en ziel. Niet voor niets eindigt ‘The Daffodils’ met de volgende regels die – let vooral op de laatste twee – ons vertellen waar reizen eigenlijk toe dient.

 

For oft, when on my couch I lie
In vacant or in pensive mood,
They (de narcissen – rvd) flash upon that inward eye
Which is the bliss of solitude;
And then my heart with pleasure fills,
And dances with the Daffodils.

 

 

Recent

8 december 2016

De lezer aan de ketting

7 december 2016

Als antwoord op verveling

6 december 2016

Terug naar Gozo

Literair Nederland - 10 jaar geleden

11 december 2006

Karma sutra,Hans Plomp

Zelden zal een literaire carrière zo grillig zijn verlopen als de loopbaan van schrijver, dichter, performer Hans Plomp(1944). In de jaren ’60 oogstte hij lof voor zijn hippieachtige romans. In 1968 debuteerde hij met ‘De ondertrouw,’ het relaas van een homo, die gaat trouwen met een meisje en alle gevolgen van dien. De grote doorbraak kwam in 1970, toen Plomp ‘Het Amsterdamse dodenboekje’ publiceerde. Spannende avonturen in de Amsterdamse drugs- en lovescene met veel vaardigheid en humor neergepend.

Lees meer