31 augustus 2015

Waarom ik lees – Tim Parks

De woordenvloed van een taalvirtuoos

Recensie door Anky Mulders

Tim Parks lezen staat zo ongeveer gelijk aan het doorstaan van een vliegende storm. Taal is op alle fronten zijn vakgebied en dat is aan zijn teksten te merken. Met groot enthousiasme racet deze virtuoze auteur door zijn ervaringen en denkbeelden en lardeert ze in Waarom ik lees met ondersteunende bewijzen.

De korte hoofdstukken van dit boek zijn de afgelopen drie jaar als blog verschenen op de website van de New York Review of Books. Elk van deze essays over schrijven, lezen, vertalen en de boekenwereld was een afgerond geheel en is dat in dit boek nog steeds. Alle hoofdstukken samen bieden een brede blik op het hedendaagse ontstaan van een boek, op de weg die het aflegt voordat het gedrukt in de winkels ligt of elektronisch kan worden gedownload.

Wat lezen mensen en waarom? Wat kan een boek voor de lezer betekenen en wat betekent het voor de schrijver? Wat is de invloed van een vertaling en hoe is het boekenlandschap door de jaren heen veranderd? Op deze vragen probeert schrijver, essayist, recensent en vertaler Parks antwoord te geven en hij slaagt daar uitstekend in.

Wat de een prachtig vindt, kan de ander nauwelijks bekoren. Waar een boek bij de een aanspraak maakt op een diepliggende behoefte, brengt de ander er nauwelijks enige interesse voor op en waar de ene mens overloopt van bewondering voor boek of schrijver wordt de volgende er mateloos door geïrriteerd. ‘Onze reactie op romans kan te maken hebben met de groep mensen en de omgeving waarbinnen we zijn opgegroeid, ons een positie hebben moeten verwerven en een persoonlijkheid hebben moeten opbouwen,’ betoogt Parks. De positieve en negatieve uitingen van deze omgeving zijn ons vertrouwd en we houden eraan vast of zetten ons ertegen af. Een mens leest vanuit zijn eigen achtergrond en dat is waarom lezers het vaak niet eens zijn, zegt Parks.

Aanvankelijk lijkt Waarom ik lees voor lezers bedoeld. Naarmate het boek vordert lijkt de doelgroep meer naar het schrijverspubliek te verschuiven en ook vertalers zullen in zijn uiteenzettingen veel herkennen. Soms is niet duidelijk of Parks als lezer of als schrijver aan het woord is. Niettemin valt er voor de gemiddelde lezer veel te genieten van zijn visie op de talrijke aspecten van schrijverschap en boekuitgaven. Voorbeelden put Parks uit het werk van S. Beckett, D.H. Lawrence, Th. Hardy, Ph. Roth en vele, vele anderen, terug te vinden in het uitgebreide register achterin.

Parks maakt onderscheid tussen de schrijver als kunstenaar en de schrijver die verkoopsucces tot doel heeft. Het laatste tegenwoordig veelal onder invloed van de steeds internationaler wordende boekenmarkt, waar de Angelsaksische en vooral de Amerikaanse cultuur dominant zijn. Een gevolg van deze ontwikkeling is, meent Parks, dat schrijvers zich al dan niet bewust aanpassen aan een universeel taalgebruik omdat dat gemakkelijker in het Engels te vertalen is en ook uitgevers zo een omvangrijker lezerspubliek binnen bereik zien komen. Parks vindt dat jammer. Schrijvers met hun eigen specifieke cultuur en taalgebruik als uitgangspunt zullen daardoor zelden een groot publiek bereiken, terwijl hun kwaliteit misschien wel op een hoger plan staat dan die van schrijvers die zich met succes op de wereldmarkt richten.

Dan zijn er nog de haken en ogen aan het vertalen. Een eerste bewijs van de problemen die zich daarbij kunnen voordoen is dit boek zelf. De Engelse titel luidt: Where I’m Reading From. In het Nederlands zou dat ‘Waarvandaan ik lees’ moeten zijn, maar dat klinkt niet. In dit geval maakt dat niet uit omdat het ‘slechts’ een titel is, en ook Parks’ eigen Engelse titel de lading van het boek niet echt dekt. Bij literaire teksten ligt dat anders. Parks – universitair docent vertaalkunde in Milaan – meent dat vertalen onmogelijk is zonder het ritme, de stijl en de stem van de brontekst aan te tasten. Als een van de voorbeelden noemt hij de Zibaldone van Giacomo Leopardi, waaruit hij zelf stukken tekst zou gaan vertalen. Recentelijk had een team van zeven vertalers en twee gespecialiseerde redacteuren een ‘onverkorte en volledig geannoteerde Engelse editie voltooid’. Parks schrijft: ‘Ik heb diep ontzag voor de gigantische prestatie van dit team […] Wat ik wel wil signaleren is dat ik me, terwijl ik hun vertaling lees, terdege bewust ben van de respons van elke individuele lezer […] van onze eigen interesses, overtuigingen, obsessies. Ik hoor Leopardi in een Engels dat heel anders klinkt en aanvoelt dan mijn collega’s hebben gebruikt. Ik hoor gewoon een andere man tegen me spreken – een andere stem – hoewel wat ik hoor niet valabeler is dan de Leopardi die zij voor ogen hadden.’

Dat de erudiete veelschrijver Parks aan tekst geen gebrek heeft blijkt wel uit zijn productie van zo’n dertig boeken, ruim tachtig essays en artikelen en een stuk of zeventien vertalingen. Over zijn ervaringen met meditatie schreef hij maar meteen twee boeken: het autobiografische Leer ons stil te zitten en de daarmee gepaard gaande roman De dienares. En niet in de minste hoeveelheid woorden. Soms vraag je je af of Parks zijn woordenvloed niet wat kan indammen. Het antwoord is: ja, dat kan vrijwel altijd, maar ook nee, omdat ondanks hier en daar een doublure de lezer door de bezielde en veelzijdige manier waarop Parks uitputtend beschrijft wat hij over het onderwerp kwijt wil, toch geboeid blijft. Ook in Waarom ik lees.

Het is een rijk boek, al blijft de rol van het e-book wat onderbelicht. Met zijn bekwame formuleringen neemt Parks ook de voorzichtigheid in acht. Hij constateert verschijnselen, staat boven de materie, laat ieder het zijne en vermijdt al te stellige uitspraken. Daarbij is hij zich terdege bewust van zijn Europese publiek – naast het Angelsaksische – wat onder meer blijkt uit de aandacht die hij heeft voor Nederlandse en andere Europese lezers en schrijvers.

Wie even niet weet wat hij moet lezen of welke boeken van belang zijn voor de canon, al bestaat die volgens Parks niet meer, kan in Waarom ik lees ideeën opdoen, mits hij niet uit is op titels van de nieuwste uitgaven.

 

Waarom ik lees

Auteur: Tim Parks
Vertaald door: Corine Kisling
Verschenen bij: Uitgeverij Arbeiderspers
Aantal pagina’s: 240
Prijs: € 17,99

Waarom ik lees
Tim Parks
ISBN: 9789029539357

steun-ons

Het aantal gedegen langere recensies in dag- en weekbladen neemt af. De medewerkers van Literair Nederland doen hun uiterste best om deze lacune op te vullen. Dit doen wij onbevooroordeeld, zonder deadlines en voor de gebruikers gratis.

Om nieuwe functionaliteiten toe te voegen, ons archief toegankelijker te maken en onze recensenten op te leiden tot professioneel niveau, is uw hulp nodig. Helpt u ons met uw donatie?

 

 

Meer van Anky Mulders:

22 december 2016

Moeder en dochter als enige constante in elkaars leven

Over 'Verstrengeld' van Vivian Gornick
26 september 2016

Een boek als een magneet

Over 'Begrijpend lezen' van Alejandro Zambra
29 augustus 2016

Zolang het geweten spreekt is er hoop

Over 'Tegen de stroom' van Ernst Hirsch Ballin

Recent

16 januari 2017

Sprookjes hebben geen woorden nodig

Over 'Sprookjes van Grimm zonder woorden' van Frank Flöthmann
12 januari 2017

Een blik in de spiegel

11 januari 2017

Reis door het leven

Over 'De tere bloemen van het verstand' van Myrte Leffring
10 januari 2017

Een echt Renaissance-mens

Over 'Rusteloos en overal' van Michiel van Kempen
9 januari 2017

Berichten uit het bezemhok

Over 'Zonder rampspoed valt er niets te melden' van Frans Pointl

Verwant

31 augustus 2015

Treinreizen door het leven van de Italiaan

Over 'Italië op het spoor ' van Tim Parks
31 augustus 2015

Post Mortem - Peter Terrin

31 augustus 2015

De werkelijkheid is alleen van jezelf

Over 'Worst ' van Tim Parks