18 februari 2017

Waarnemingen

Door Inge Meijer

Het was een wat wonderlijke week. Na de hectische start van dit jaar – als een voortdurende apocalyps – viel deze week alles stil. De zon scheen, alles smolt, werd zacht en vloeibaar. Mijn mailbox bleef leeg, de telefoon stil. Het leek of plannen er niet meer toe deden en er voor elk boek een geschikt moment bleek te zijn. In deze stilgevallen week bleek dat het tijd was voor Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde van Sander Kollaard. Ik weet niet meer waar ik het vandaan haalde (mijn indeling: gelezen/ongelezen/verhalenbundels/bio’s brengt me wel eens in verwarring) maar had het opeens in handen. Het was een rustige week en daar voegden de zinnen en de verteltrant van Kollaard zich met gemak in; langgerekt, af en toe brutaal, hier en daar een tikje verlegen.


Onmiddellijke_te_4f06e3d433406Toen ik het  boek opengeslagen in mijn handen hield, leek het of ik onder water getrokken werd.  De figuur Erik – die in alle verhalen voorkomt – staat als achtjarig jongetje aan de vloedlijn en ziet zijn vader in het water, die hem aanmoedigt er ook in te komen. Onbeweeglijk blijft hij op het zuigende natte zand staan waarin hij steeds verder wegzakt. Als een oponthoud in zijn leventje waarvan elke betekenis herzien moet worden. In alle verhalen is Erik de verteller, als kind, als getrouwd man, als vader, als student. Erik neemt de dingen zeer indringend waar. Kollaard beschrijft dat in registrerende zinnen die alle ruimte geven om er wat van te vinden. Het ziijn betoverende verhalen over kleine niet-noemenswaardige waarnemingen die, als je ze serieus neemt, je erdoor laat beïnvloeden, gevolgen kunnen hebben. Zoals de Erik, die op een ochtend zich bij het scheren in zijn rechterwang snijdt. Hij slaakt een kreet,  die hem schokt omdat hij de kreet niet herkent als zijnde van hemzelf.  “Verrast door de merkwaardige kreet verstarde ik, keek mijzelf aan in de spiegel en kreeg een tweede schok: ik herkende mijn spiegelbeeld niet – althans niet volledig.” En nee, dit wordt geen vervreemdend verhaal. Kollaard haalt er de wetenschap bij. En Erik laat een baard groeien om ervan af te zijn.

 

Hypochondrisch ben je als je alles te zwaar neemt, overal wat achter zoekt. Erik is daar goed in. Hij registreert, oordeelt en onderzoekt zijn angsten die uit het oordeel van zijn waarnemingen zijn voort gekomen. In elk verhaal blijft hij ‘haken’ aan een gebeurtenis, een op het oog nietszeggend dingetjes. Zoals het doelpunt dat Marco van Basten in de EK-finale van 1988 maakte. Erik is daar getuige van: “Van Basten loopt juichend weg en over de hele wereld raken voetbalminnaars in extase.” En dan: “Ik niet. Natuurlijk zag ik hoe mooi het doelpunt was (…)  – ik sprong zelfs uit mijn stoel.” Maar: “Er klopt iets niet.”  En dat gevoel wordt onderzocht. Hij wil exact weten waar dat gevoel op stoelt. Een boek waarin de waarneming bevraagt wordt. Dat het belangrijk is vragen te stellen – niets is wat het lijkt – leerde ik in deze wat wonderlijke week. En de uitkomst? Doet er niet altijd toe. Een fijn boek.

 

 

 

 

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer