28 november 2016

Vruchtbare Kunstwerken

Door Martin Lok

Soms baart een kunstwerk nageslacht. En dan bedoel ik geen kopie, of kleine replica’s. Nee, ik bedoel dat een kunstwerk echt een ‘kindje’ krijgt, dat een zelfstandig leven leidt. Auguste Rodin is hier een meester in. Voor hem was elk kunstwerk nimmer het eindstation, maar louter beginpunt voor een volgende generatie kunstwerken. Als geen ander zette hij onderdelen van zijn kunstwerken op een zelfstandig podium, of combineerde ze met elkaar tot nieuwe werken. Met als mooiste voorbeeld het nageslacht van zijn Hellepoort. Deze poort, waarover ik al eerder schreef in de column Verhalende beelden, is waarschijnlijk één van de meest vruchtbare kunstwerken ooit. Er kwamen bijna honderd kinderen uit voort, waaronder de Denker, Danaide, Kariatide met steen, De Kus, Ugolini en zijn kinderen, Drie Schaduwen, Fugit Amor, Paolo en Francesca, Meditatie, De Oude courtisane, Eeuwige lente, Vallende man, Adam en Eva. Niet slecht voor een sculptuur die zelf de volmaaktheid niet bereikte. Rodin zou de Hellepoort immers nooit zelf tot bronzen volwassenheid brengen; dat gebeurde pas met behulp van zijn assistenten na zijn dood.

Ook literaire kunstwerken baren soms nageslacht. Zelfstandige literaire pareltjes, die ook als ze de moederschoot niet verlaten, eigenlijk wel een eigen leven verdienen, zoals De Parabel van de Gouden Muur uit De Ontdekking van de Hemel (Harry Mulisch, 1992). Dit ‘ongeboren’ kindje beschrijft hoe de wereld in feite uit twee werelden bestaat, die worden gescheiden door een gouden muur. De eerste wereld is die van de gewone man uit de straat, van Henk en Ingrid en al die anderen die geregeerd worden en hun tijd doorbrengen in de “luidruchtige chaos van het dagelijkse leven”. Waarin zij berusten omdat ze ervan uitgaan dat het achter de gouden muur allemaal anders is en daar de orde en tucht van koningen en ambtenaren heerst. Totdat ze er in slagen een blik te werpen in dat vermeende paradijs van paleizen en ministeries en de ontdekking doen die Mulisch zo aanstekelijk beschrijft dat ik hem al jaren gebruik als intro op lezingen over mijn werk als beleidsmaker: “Wie mocht ontdekken – wat vrijwel onmogelijk is – hoe beleid wordt gemaakt, die zal zijn verdere leven moeten slijten met een fundamenteel gevoel van onveiligheid.”

Waar de Parabel van de Gouden Muur nog niet echt op eigen benen staat heeft De verdrinking (Roger Martin du Gard, 2008) zich wel weten te ontworstelen aan het ouderlijk huis. Dit dertiende hoofdstuk van de onafgemaakte roman Luitenant-kolonel de Maumort werd als zelfstandige novelle uitgebracht. Met daarin dezelfde angstaanjagende scène die ook voorkomt in Luitenant-Kolonel de Maumort, waarin de zeventienjarige bakkersknecht Yves de rivier overzwemt, naar sergeant De Balcourt toe. Een overtocht die zoals de titel van de novelle reeds verraadt niet goed afloopt. “Hij was ver, ik kon hem niet goed zien. Een kleine blonde vlek, half weggezonken in het water… Hij verdween, kwam weer boven, verdween opnieuw, om nog één keer boven te komen.” Maar voordat Yves wegzinkt in het troebele water is hij door Martin du Gard aan de vergetelheid ontrukt. Zoals Rodin de Lente tweemaal eeuwigheid verleent, schenkt Martin du Gard de bakkersknecht Yves tweemaal het leven. Omdat een kunstwerk soms nageslacht baart.

 

Verhalende beelden

 

 

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 oktober 2007

Klein boek zonder enige allure
Door Frans

Waarom gaf de commissie – Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek – aan Geert Mak de opdracht om het boekenweekgeschenk 2007 te schrijven? Vermoedelijk vanwege zijn succes met de dikke pil ‘In Europa’. Zou Mak daarom als onderwerp voor zijn boek de Galatabrug, die Europa met Klein-Azië verbindt, gekozen hebben?

Lees meer