30 maart 2017

Vrijheid

Door Els van Swol

er waren eens twee meisjes,
die heetten fien en pien.
maar waaraan kon je nu toch zien,
wie pien was en wie fien?
(Dick Bruna)

Er belandt een nieuw boek in mijn brievenbus om te recenseren voor Literair Nederland. Het is altijd een verrassing wat er in de envelop zit. Dit keer is het Vrije radicalen van Carolina Trujillo, een roman. Tamelijk aan het begin blijven mijn ogen hangen op de zin ‘Bloedverwanten en musici, weet je … de een wist al wat de ander ging doen voor die het had bedacht.’
Soms zijn ze het in één: bloedverwant én musicus. Zoals de pianospelende zussen Labèque en broers Jussen, Sister Sledge (‘We are the family’) en ga zo maar door. Soms lijken de uitkomsten van bloedverwanten echter helemaal niet op elkaar, zoals bij de de componistenfamilies Andriessen en Bach.

Gelukkig worden de Jussens al enige tijd niet meer ‘de broertjes …’ genoemd. In de nieuwe seizoenprogramma’s van de concerten in 2017-’18 die zo’n beetje tegelijkertijd met de roman Vrije radicalen van Trujillo in mijn brievenbus rolden, heten ze bijvoorbeeld terecht ‘Broers en toppiansten’ (Het Zondagochtenconcert). En ze zijn ook afzonderlijk te horen, zoals Lucas die een ‘jong pianogrootmeester’ wordt genoemd (Nederlands Philharmonisch Orkest). Het snoezige is eraf.

Waarom het lijkt te draaien, wanneer bloedverwanten samen en apart  optreden, komt prachtig tot uitdrukking in een andere, wat oudere roman: De pianostemmer van de Zwitserse schrijver Pascal Mercier, vooral bekend door het boek (en de film) Nachttrein naar Lissabon.  De pianostemmer gaat over de tweeling Patrice en Patricia – van een pianostemmer – die zoekt naar harmonie.
Aan de ene kant wil de tweeling zich ontdoen van een incestueus verleden, door hun relaas in schoolschriftjes op te schrijven en daarna met elkaar te delen. Aan de andere kant beseffen zij dat juist door dit te doen, hun onderlinge band sterker zal worden. De vraag die opdoemt, is wat dan wel de vrijheid, waarnaar ze verlangen, zal opleveren.

Allerlei oplossingen passeren de revue: zou zwijgen niet beter zijn? Het antwoord staat tussen haakjes (niet voor niets, want het is nog maar de vraag of dit ‘de’ oplossing is): blikken zijn veelzeggender dan woorden. Verderop in het boek, wanneer het thema zwijgen wordt hernomen, staat: ‘Je kunt elkaar al zwijgend tot zo dicht naderen dat je gedachten en gevoelens die van de ander tenslotte raken. Er zit dan niets meer tussen.’
Het is de kleine, woordarme Paco die Patrice leert dat je eerbied moet hebben voor hetgeen je niet kent en zelf ervaart. Patrice overschrijdt in dat opzicht een grens, wanneer hij zegt dat hij de regen op de hand van zijn tweelingzus kan voelen, terwijl hij met zijn hand de druppels op zijn eigen arm aanraakt.
Dan valt er tot sneeuw geworden regen, die blijft liggen. Daarin ligt het antwoord van Mercier: aanvaard wat is dat is, door het te laten gebeuren zonder het per se te willen delen. Met de sneeuw daalt een stilte neer van vóór het ontstaan van de taal en de klanken die de pianostemmer aan zijn instrumenten ontlokt. Er ontstaat afstand en er is de mogelijkheid tot ontsnappen. Is dat uiteindelijk niet het bevrijdende gevoel waar Patrice en Patricia naar op zoek waren?

 

 

Recent

18 april 2017

De natuur zijn

Literair Nederland - 10 jaar geleden

30 april 2007

Nederland gaat al jaren gebukt onder een stroom van literatuur over inktzwart geloof. Destijds waren het schrijvers als Maarten ’t Hart en Maarten Biesheuvel, die afrekenden met hun gereformeerde verleden. Van meer recente datum is het succes van Jan Siebelink. Peter Delpeut (1956) is cineast en schrijver, hij observeert als geen ander. Nu heeft hij een historische roman geschreven, die zich afspeelt aan het einde van de 19e eeuw in een moerasdelta ergens in het oosten van Nederland. Het geloof heeft in deze streek een greep op de samenleving en aanvankelijk deint Pastoor Peters braaf mee op de rimpelloze waterstroom van deze benauwde gemeenschap. Wie denkt dat Delpeut zich schaart onder de reli-krakers komt echter bedrogen uit. Hij schrijft vele malen mooier dan de dulle Siebelink. De prachtige natuurbeschrijvingen of andere observaties van Delpeut weerspiegelingen op virtuoze manier de zieleroerselen van de hoofdpersoon. Dat is een stijlfiguur, die vakmanschap vereist en Delpeut beheerst zijn metier, terwijl we hier nota bene met een romandebuut te maken hebben. (..)’Hij keek rond in zijn kerk. Door de gebrandschilderde ramen glipte nog juist het laatste licht van de dag binnen. Van buiten leek de kerk een lomp gebouw. De huizen van het dorp waren er eenvoudig te dicht bovenop gebouwd. De verhoudingen waren zoek.’(..)

Nederland gaat al jaren gebukt onder een stroom van literatuur over inktzwart geloof. Destijds waren het schrijvers als Maarten ’t Hart en Maarten Biesheuvel, die afrekenden met hun gereformeerde verleden. Van meer recente datum is het succes van Jan Siebelink. Peter Delpeut (1956) is cineast en schrijver, hij observeert als geen ander. Nu heeft hij een historische roman geschreven, die zich afspeelt aan het einde van de 19e eeuw in een moerasdelta ergens in het oosten van Nederland.

Lees meer