23 januari 2017

De voyeur

Door Martin Lok

Ik keek naar vier badende vrouwen en voelde me een voyeur. Eentje wreef onder water over haar knieën, terwijl een ander zichzelf afsponsde. Ik genoot. Twee andere vrouwen leken in gesprek, en op de achtergrond keuvelden aan de rand van het zwembad nog eens vier andere vrouwen. Een laatste vrouw bracht op een dienblad de handdoeken. Ik schrok wakker uit mijn overpeinzingen en deed een stap achteruit. Mijn ogen gleden nog even over het kleine, geschilderde paneeltje voor me. Ik was overdonderd. Wat kon die sir Lawrence Alma-Tadema schilderen. Deze voyeuristische ervaring overkwam me enkele weken terug in Leeuwarden, bij de prachtige overzichtstentoonstelling van sir Lawrence Alma-Tadema. Meer dan honderd werken zag ik er, waaronder zijn verbeelding van een klassiek Romeinse badhuis. Alles leek uit het leven gegrepen te zijn, ook al was het allemaal verzonnen. Ontsproten aan Alma-Tadema’s brein, maar met behulp van zijn fijnschilderkunstige penseelvoering zo goed uitgebeeld dat het lijkt alsof je naar de realiteit kijkt.

Toen ik een paar dagen geleden genoot van een dagje welness moest ik hier weer aan denken. Mijn setting was weliswaar minder extravagant dan Alma-Tadema’s “Een bad”, met minder marmer en tattoos in plaats van fresco’s. Maar verder waren er verbazingwekkend veel overeenkomsten. Het deed me deugd maar ook een beetje pijn, omdat het me op een ongemakkelijk waarheid wees: alles wat ik doe is al eens gedaan. Niets is nieuw. We herbeleven in ons leven datgene dat anderen voor ons al ontelbare keren gedaan hebben. Met een lichte frustratie sloeg ik het boek dat ik aan het lezen was weer open. ‘My theme is memory’, las ik, ‘that winged host that soared about me one grey morning of war-time’. Ook in dit boek stond blijkbaar dat wat reeds eerder gebeurd was centraal. Maar het bleek voor Charles Ryder, de hoofdpersoon en verteller van Brideshead Revisited van Evelyn Waugh, geen frustratie op te leveren, maar juist houvast. ‘For we possess nothing certainly except the past’.

Hoe verder ik las des te meer ik me bewust werd van de parallel tussen Alma-Tadema en Charles Ryder. Beiden leefden in Engelse adellijke kringen een leven van voorbije grandeur, waarin hun huizen Huizen waren en hun vakanties een Grand Tour. En beiden waren succesvol schilder. Met natuurlijk dat verschil dat de één een persoon van vlees en bloed was, die werkelijk bestond en meer dan honderd schilderijen schilderde die ik kon bewonderen, en de ander een verzonnen romanfiguur, waarover ik weliswaar kon lezen, maar die nooit zo tastbaar kon worden als Alma-Tadema’s schilderijen. Alhoewel. Ik dompelde me weer onder in de wereld van Charles Ryder en gaf me over aan zijn liefde voor Lady Julia Flyte. Ze kwamen onder de geweldige fijnschrijverige penvoering van Evelyn Waugh tot leven. Als twee geliefden in een schilderij van sir Lawrence Alma-Tadema. Opnieuw voelde ik me een voyeur.

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer