16 augustus 2016

Vorm en vent

Door Stefan Ruiters

Ik ben een verzameling aan het aanleggen van secundaire literatuur. Geen romans, verhalen of poëzie komen op een steeds hoger wordende stapel terecht, maar voornamelijk essaybundels of verzamelde stukken over literatuur, over kunst, over schrijven, over  kijken naar kunst, over de stand van de cultuur, enzovoort. Mij heeft dat altijd gefascineerd: vorm en vent tegelijk. Een secundaire bibliotheek dus. Ik broedde er al een tijdje op, al jaren eigenlijk zonder echt de daad bij de gedachte te voegen. Ik weet ook nog niet of het commercieel interessant zou moeten zijn. Ik vind het vooral prettig om labyrintisch bezig te zijn. Ooit toen ik samen met mijn voormalig zakenpartner JOOT begon, dachten we eerst aan de naam Labyrinth voor ons antiquariaat. We hadden zelfs een kleine verzameling boeken aangelegd die onder de noemer ‘labyrinth’ vielen. Die dus op de een of andere wijze – iconografisch, historisch, literair – met het onderwerp labyrinth te maken had.

Het is een genre dat vooral ook de aandacht had van Joost Zwagerman, die een bloemlezing samenstelde van essays in de Nederlandse literatuur, naast verhalen een ondergeschoven genre in Nederland. Doordat ik begin dit jaar een groot deel van zijn boekenverzameling kocht, gingen er de afgelopen maanden veel essaybundels en secundaire literatuur door mijn handen. In zijn veelzijdige oeuvre heeft hij ook geregeld geschreven over voornamelijk Engelstalige essayisten, columnisten of journalisten zoals Cyril Connolly, Susan Sontag, John Updike en Gore Vidal. In het Nederlandse taalgebied zie je zijn grote interesse voor een schrijver als Gerrit Komrij in het aantal boeken dat Zwagerman van hem bezat en ook las. Bij sommige lezers zie je soms een streepje of aantekening in het eerste of tweede hoofdstuk. Maar Zwagerman las de boeken helemaal uit, gezien het aantal ezelsoortjes aan het einde van het boek.

Fijn zijn de stukken van schrijvers die ook wetenschapper zijn, of kunstenaar, zoals bijvoorbeeld gedragsbioloog Tijs Goldschmidt. Ze schrijven niet als kenner alleen over hun eigen vakgebied, maar ze zijn juist panoramische kijkers die met verwonderende ogen kijken naar een wereld die vaak minder eenduidig is dan meestal gedacht wordt. Ze laten kruisbestuivingen l plaatsvinden tussen bijvoorbeeld biologie en filosofie, of poëzie en fotografie. Als ik enige consistentie in mijn denken en doen weet te betrachten, dan kom ik nog op mijn secundaire bieb terug.

Tot slot wil ik nog even kwijt dat ik, ook weer zo’n uitgesteld en nu ingelost verlangen, ben begonnen aan de schrijver A. Alberts. Wat een prachtige stilist. Kraakhelder, maar met oog voor het mysterieuze in het leven. Lezen die man, bijvoorbeeld zijn verhalen in Eilanden (Van Oorschot).

 

 

Recent

27 maart 2017

Pulp of kunst

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

02 april 2007

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

Een westerse vrouw, met Nederlandse wortels, wordt opgenomen in een subgemeenschap in het Islamitische Jordanië. Een verhaal dat een deel van het Midden-Oosten belicht op een manier die zeer welkom is in Nederland op dit moment. Niets van het nu heersende beeld van onderdrukte vrouwen in het Midden-Oosten. Maar een avontuurlijk levensverhaal over een vrouw die, door zichzelf te zijn en te blijven, met haar eigen karakter wordt opgenomen in de gemeenschap en daar een belangrijke rol speelt in de gezondheidsvoorziening.

Lees meer