16 mei 2016

Voorstudies

Door Martin Lok

In het Londense Victory & Albert Museum keek ik enkele jaren geleden mijn ogen uit. Ik stond voor een paar kleine vitrines tjokvol eeuwenoude modelli van klei en bijenwas. Kleine driedimensionale schetsjes, waarin beeldhouwers hun eerste ideeën voor een groot beeld hadden uitgewerkt. De meeste kende ik in de definitieve uitvoering, waaronder de Roof van de Sabijnse Maagden (ca. 1580), een gigantisch metershoog wervelend marmeren beeld van Giambologna op het Piazza della Signoria in Florence. Twee kleine schetsjes ervan hebben de tand des tijds doorstaan, de ene twaalf en de andere veertig cm hoog. Ze bieden een fascinerend inkijkje in het ontwerpproces van de beeldhouwer. In het oudste model heeft Giambologna een man geschetst die een vrouw optilt. Mooi in was, maar onuitvoerbaar in marmer. Daarom voegde hij er in zijn definitieve ontwerp een derde figuur aan toe, zodat het beeld robuuster werd.

In de geschreven kunst zijn dergelijke opeenvolgende voorstudies waarschijnlijk net zo waardevol als in de beeldende kunst. Maar je krijgt ze nog minder vaak onder ogen. Ik kan me in alle eerlijkheid niet herinneren er wel eens één gezien te hebben. Ik heb natuurlijk wel eens een manuscript gezien, maar dat gaat toch al weer een duidelijke stap verder dan die eerste schetsjes in was en klei. Nee, een literair equivalent van Giambologna’s modelli zie je niet snel. Waarschijnlijk moet je je daarvoor onderdompelen in de archieven van het Letterkundig Museum. En de tijd nemen om te lezen, want anders dan een driedimensionaal modelli kan je een geschreven voorstudie meestal niet in één oogopslag tot je nemen.

Misschien is dat ook de reden waarom je ze zelden in de literatuur tegenkomt. Soms vang je er wel eens een glimp van op, als van een groot schrijver onaf werk wordt uitgegeven. Manuscripten die zijn achtergelaten omdat de schrijver vast zat of overleed, maar toch zijn uitgegeven. Zoals Dode zielen van Gogol, in 2014 verschenen in een prachtige nieuwe vertaling van Aai Prins. Op zich een feest om te lezen. Althans, het eerste deel, dat als enige echt is afgerond. Daarna beland je in een soort van literaire werkplaats waarin de tekst nog in de steigers staat. Sommige hoofdstukken zijn min of meer afgerond, andere ontbreken. En van sommige tekstpassages zijn verschillende varianten opgenomen. Het is lastig leesvoer, omdat je voortdurend schakelt maar zelden iets treft dat helemaal af is. Maar het is ook waardevol leesvoer, omdat je een inkijkje krijgt in Gogol’s schrijfproces. Wat net zo fascinerend blijkt als de modelli in de vitrines in het V&A.

 

 

 

Recent

27 maart 2017

Pulp of kunst

Literair Nederland - 10 jaar geleden

02 april 2007

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

Een westerse vrouw, met Nederlandse wortels, wordt opgenomen in een subgemeenschap in het Islamitische Jordanië. Een verhaal dat een deel van het Midden-Oosten belicht op een manier die zeer welkom is in Nederland op dit moment. Niets van het nu heersende beeld van onderdrukte vrouwen in het Midden-Oosten. Maar een avontuurlijk levensverhaal over een vrouw die, door zichzelf te zijn en te blijven, met haar eigen karakter wordt opgenomen in de gemeenschap en daar een belangrijke rol speelt in de gezondheidsvoorziening.

Lees meer