28 april 2016

Voetstappen

Door Inge Meijer

Ik zat in België op een bruiloft naast een man die les gaf aan de Universiteit van Liverpool en onderzoek deed naar de voetstappen van de mens.

Het was zo’n bruiloft met mannen die kostuums droegen die niet anders uit de kast kwamen dan voor speciale gelegenheden en waarin de sporen van voorgaande bruiloften en partijen zichtbaar waren. De mannen waren gekomen met vrouwen in jurkjes met vestjes en gelegenheids-tasjes. Ook was er een mooiste meisje. Op een bruiloft is er altijd een mooiste meisje, ook als ze niet echt mooi is maar voor die avond wel, omdat er geen andere mooie meisjes zijn. Maar dit meisje was een natuurschoonheid. Ze was van nature bruin, had lange donkere haren en een neus die je Grieks zou kunnen noemen. Alle mannen, van het zevenjarige neefje tot de oudoom, die speciaal voor deze gelegenheid uit zijn kot was gehaald door een jongere oom van de bruid, konden hun ogen niet van haar afhouden. Ook de vrouwen niet maar om een andere reden.

De man naast me vertelde wat hij met zijn onderzoek wilde bereiken. Ik verstond hem niet maar omdat hij zo enthousiast vertelde en ik hem niet wilde onderbreken voor iets als: “Ik versta je niet!”, knikte en humde ik maar wat. Op een bruiloft waar de muziek uit de boxen dendert is een gesprek doorgaans gaande te houden met hummen en knikken. Ver gaan die gesprekken nooit dus ver ernaast zit je er ook nooit.

“Waar kom je vandaan?’
“Uit Nederland”
“Wahh?”
“Uit Nederland”
“Ah.”
“En moe gij vanavond ook nog weer terug?” Maar het kon ook zijn: ” Dat was dan wel een heel eind zeker?” Een knik of een humm voldoet. Het doet er ook eigenlijk  allemaal niet toe op een bruiloft.

De oudoom zat met trillende benen in een slobberige pantalon aan de tafel naast ons en had enkel oog voor het glas bier dat steeds opnieuw voor hem werd neergezet. Hij keek strak naar dat glas, of het nu leeg of vol was en dronk alsof het een opgelegde taakstraf betrof die hij coûte que coûte moest volbrengen.

De man naast me zei iets over mensen… diabetes… voetstappen en… gebied in Engeland… waar hij voetstappen… van… onderzoeken… Ondertussen zag ik het mooiste meisje van de bruiloft slow dansen met de ober. Een ober met een vriendelijk gezicht en een buik die ver over zijn broekband hing waardoor het mooiste meisje goed op afstand bleef in zijn armen. Opeens knalde Les Lacs Du Connemara van Michel Sardou uit de speakers. De bruiloftsgasten begonnen te springen en met witte servetten, die nog niet waren afgeruimd, boven hun hoofden te zwaaien op het opzwepende tempo van de muziek. Iedereen deed mee, alsof de plicht riep en niemand mocht verzaken. De man naast me stond op en ik met hem en we pakten onze witte servetten van tafel en zwaaiden ermee, als moesten we er een kudde dolle koeien mee afleiden, boven onze hoofden.

Het was plezierig als gekken los te gaan, iedereen deed mee. Zelfs de oudoom met gekromde benen en het mooiste meisje met haar lange haren en natuurlijk mijn twee vriendinnen, de bruiden van het feest. We sprongen en zwaaiden met de witte servetten  en keken elkander opgetogen aan terwijl Sardou maar zong en zong. En ik dacht, ik treedt in de voetsporen van de Belgen die dit gewoon zijn te doen op bruiloften.  En ik dacht, waarom zijn Belgen zo verzot op een lied dat gaat over de ruwheid van het Ierse land? En ik dacht dat de man naast mij hier misschien onderzoek naar zou kunnen doen.

 

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer