1 maart 2009

Vinkenoog Verzameld

Dat Simon Vinkenoog (1928) de tachtig is gepasseerd is maar moeilijk voor te stellen. Hij treedt overal op, danst en swingt, dicht en zingt en lijkt nog immer alom aanwezig. Dat uitgeverij Nijgh &Van Ditmar nu met zijn verzamelde gedichten komt lijkt een eerbetoon aan deze performer/dichter.

Vinkenoog organiseerde Poëzie in Carré in 1966, een inmiddels legendarische bijeenkomst met een keur aan dichters, die na een copieuze maaltijd optraden in het stampvolle theater. Namen als A.Roland Holst, Ed Hoornik, Bert Voeten, Jan Hanlo en Cees Noteboom waren van de partij maar ook toenmalige nieuwkomers als Jules Deelder (in bloemetjesoverhemd!) en Johnnie de Selfkicker. Het was voor het eerst dat dichters zo massaal optraden, er waren in die dagen weinig performing poets. Vinkenoog was de animator en presentator en het luidde een nieuw tijdperk in met poëten, die op padia klommen. Vinkenoog was een exponent van De Vijftigers, samen met Campert, Lucebert, Kouwenaar, Schierbeek e.a. Hij bracht Amerikaanse Beatdichters als Ginsberg en Corso naar Nederland. Maar hij weekte zich in de zestiger jaren los. Toen ontwikkelde hij zich als geëngageerd dichter en later als een experimentele poëet. Een onafhankelijke dichter zonder club of stroming met een eigen geluid. Dat leverde veel optredens op, maar ook veel kritiek van de gevestigde orde. Men verafschuwde de Bresredacteur, de kosmopoliet, LSD-gebruiker, Zen Boeddhist en hippie. Hij schreef bovendien controversiële romans met veel drugs, sex en jazz erin.

Misschien raakte men de kluts kwijt -niet verwonderlijk – want wie de rubriek Wereld in Beweging uit Bres nog eens raadpleegt, wordt duizelig van de associaties. Vliegende schotels, complotten, voedsel, landbouw, literatuur worden in een bonte warreling opgedist met een eindeloze lijst van namen. Want Simon Vinkenoog was overal en nergens. Oude opnames van het VPRO programma Hoepla (1967) tonen Vinkenoog enerzijds in meditatie bij een Zen Meester en tijdens een andere opname danst Simon stoned rond op de klanken van The Soft Machine. Hij leefde toen vooral volgens de uitspraak van Shakespeare: “All this life is but a play, be Thou the joyfull player!”

Nu liggen er de verzamelde gedichten van Vinkenoog, bijeengebracht door Joep Bremmers. Dat zal een heidens karwei zijn geweest, de bundeling telt maar liefst 1228 pagina’s! En dan ontbreken er nog diverse verzen. Zoals het destijds in tijdschrift Ruim verschenen gedicht: Nederlandse Beeldenroute. De officiële bundels zijn er zoals Wondkoorts, De heren Zeventien en Tweespraak bij grote uitgevers als De Bezige bij en Stols en deze rij uitgaven gaat tot diep in de jaren ’70 door, maar daarna lijkt de belangstelling te luwen en komt Vinkenoog bij kleinere uitgeverijen terecht of geeft in eigen beheer uit, maar treedt vooral veel op. Hierin lijkt zijn carrière op die van Hans Plomp, de Ruigoordridder, die onlangs 65 jaar werd en toegezongen door Simon Vinkenoog, die Ruigoord, de kunstenaarsenclave bij Amsterdam een zeer warm hart toedraagt. Hans Plomp scoorde in de zestiger jaren hoge ogen met o.a. Het Amsterdams Dodenboekje, maar werd later in de ban gedaan omdat hij koos voor Oosterse wijsbegeerte en andere spirituele stromen. Nu staat hij op podia in België en Nederland en vertegenwoordigt hij een bijna vergeten generatie.

In 1950 verschijnt Wondkoorts met een klassiek gedicht genaamd Afrekening: ik was de haat/ de adem van de dood/en andere grote woorden/die aan dit jonggestorven leven/als vrachtgoed toebehoorden/(…) Zinnen, die door Achterberg geschreven hadden kunnen worden. En iets later in de jaren ’50 in Koopman geeft Vinkenoog zijn bedoelingen prijs met het woord : ik vent een vracht / vol woorden voor mij uit/ door lege zonbedoelde straten/(…).
In 1952 verschijnt de cyclus Land zonder nacht opvallend zijn de grote symbolen waar Vinkenoog voor kiest: (…) ver als de horizon ben je/ in de glazen kist van het weer geborgen/ beukend op blikken deksels/ van het najaar / ik zie de bliksem langs je lichaam trillen/en de regen loopt onrustig door je ogen/(..)
Maar vanaf 1953 treedt de taal van de Vijftigers in. Het protest, de onmacht. Het rijmen lijkt even verdwenen. Bitter: (…) Als een heerser over glasheelal/ zie ik dame zie ik bloed en schaatsenrijden/ op de Noorse ijzers van betekenis./(…)

De bundel Gesproken Woord uit 1964 vormt een cesuur in Vinkenoogs werk. De bundel werd in eigen beheer uitgegeven, maar is later in een bundeling van de Bezige Bij nog wel opgenomen. Vinkenoog is hier al de latere declameerdichter geworden. Tijd:U leeft allemaal/ in de onvoltooid verleden tijd/ in de voltooid verleden tijd /in de onvoltooid tegenwoordige tijd/ in de voltooid tegenwoordige tijd /in de onvoltooid toekomende tijd/ in de voltooid toekomende tijd /in de onvoltooid verleden toekomende tijd// in de voltooid toekomende tijd/in de onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd/ in de voltooid tegenwoordige toekomende tijd/ Misschien ben ik een van u vergeten.
Het is een geestige opsomming met een quasi filosofisch einde, maar op papier lezen we er snel doorheen. Je moet het Simon horen voordragen! Veel van de latere verzen gaan mank an dit euvel. Wat absoluut niet wil zeggen dat hij na 1964 geen mooie gedichten meer heeft geschreven. In 1972 bijvoorbeeld het vers J.C.1966 (J.C. staat voor Jezus Christus) uit de bundel Wonder boven Wonder: Schop mij een geweten/ schop mij een wereld binnen/ waarin ik niet langer mor/ en honger naar vergelding/ (…)
In de cyclus over Vincent van Gogh in Louter genieten staan ook wonderschone zinnen: Je haalt de zon/ niet in, die/ ondergaat/ maar in je hoofd/ blijft het suizen/ is de kleur de kleur/ is de kracht de kracht/ is het leven/ weergegeven/ nog het leven?/(…)

Als Dichter des Vaderland ad interim werd Simon Vinkenoog door het publiek gekozen in 2004 (Op de site van Rottend Staal), toen Gerrit Komrij onverwachts opstapte, maar de NRC erkende deze verkiezing niet. Symptomatisch voor de hele loopbaan van Vinkenoog, overigens. Publiek dat staat te dansen en te juichen, de gevestigde literaire orde, die zijn wenkbrauwen fronst. Hij maakte een paar gedichten in deze betwiste functie o.a. voor Mabel Wisse Smit, die in het huwelijk trad met Johan Friso van Oranje Nassau: Mabel en Friso: De werelden veroveren doe je met z’n tweeën/ Verliefd, verloofd, getrouwd,/ Nooit raak je uitgevreeën/(…) Vraag is of het echtpaar dit gedicht aan de muur heeft gehangen, maar het is wel een vers met een geestig begin. In 2006 kwam Zonneklaar uit bij uitgeverij Passage. De bundel is opgedragen aan Edith, de onafscheidelijke vrouw, die Simon inspireerde de laatste tientallen jaren. In deze bundel het vers Niets: ik wilde verhalen laten komen/ maar pijnbesprongen woorden/ wilden niet loskomen/(…) Misschien hadden deze woorden juist af en toe wel moeten loskomen, want ze vormen maar al te vaak de broodnodige ingrediënten voor dramatische poëzie zoals bijvoorbeeld destijds Cor Vaandrager kon maken. Simon Vinkenoog ziet het leven rooskleurig in, wit misschien, maar wit kan vergelen.

Een eindoordeel vellen over deze gigantische bundel gedichten is moeilijk, zo niet onmogelijk. Daarvoor is er te veel van verschillend kaliber. Van zeer fraai tot oubollig. Op het verjaardagsfeest van Hans Plomp verzuchtte Simon Vinkenoog voor de microfoon: “Ben ik eindelijk verzameld, word ik niet besproken.” Onterecht en ook niet billijk. Een laagdrempelig fenomeen als Vinkenoog, verdient het besproken te worden! Maar een serieuze recensent moet zich dan niet door het omvangrijke oeuvre laten afschrikken. Misschien zou er een uitgebreide biografie van hem moeten verschijnen met veel- erg veel- over de ontstaansgeschiedenis van alle verzen, flarden en gedichten. Misschien moeten we het bij Vinkenoog Verzameld laten, het zien als een kunstwerk, meer nog dan een verzameling gedichten. En daarvoor dankbaar zijn als een Bikkhu, een bedelmonnik. Deze recensent knielt alvast met u mee. Maar wordt waarschijnlijk door de Zen Meester gestraft met een klap tussen de schouderbladen. Meditatie vereist namelijk contemplatie!

Dat Vinkenoog een momentum is voor de Vaderlandse Dichtkunst en de podiumtijgers, waar we niet omheen kunnen, staat als een paal boven water. Sinds de beroemde bloemlezing Atonaal waarin hij experimentele dichters aan het woord liet is Vinkenoog nooit weggeweest van de podia, hoezeer het establishment het ook had gewenst. Of dit altijd verzen heeft opgeleverd, die we met een knijpbril op moeten lezen is de vraag. Moeten we Simon Vinkenoog vragen ze bij ons thuis te komen voordragen of is dat niet nodig? Op zijn website www.simonvinkenoog.nl kunnen we hopelijk lezen waar hij zo iedere dag uithangt en optreedt. In de tussentijd hebben we genoeg te genieten aan Vinkenoog Verzameld.
Want: We lachen weer. De lucht is opgeklaard/ Wat stoom afgeblazen, de chaos bedaard,/ ik kan weer een gedichtje tikken,/ de telefoon opnemen, zeggen:/
Ja, daar spreekt u mee/ Ik steek van wal./ Niets meer te onderdrukken.

Karel Wasch

(Auteur: Vinkenoog, Simon Uitgever: Nijgh & Van Ditmar Eerste druk: 1-10-2008 ,Verkoopprijs: € 45,00 ,Aantal pagina’s: 1228
ISBN: 9789038890739)

Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant