27 februari 2015

Verzamellust

Inge Meijer

Ik was in de kantine van de Universiteit voor Humanistiek verzeild geraakt. Het was in de week dat Remco Campert de Prijs der Nederlandse Letteren kreeg toegekend en ik besloten had dat als ik van één schrijver al zijn werk zou willen hebben, hij het is.
In de kantine zaten drie studenten. Eén van hen was winnaar van de Poetry Slam van dit jaar. Op de tafel stond (of lag) een laptop, nergens een boek. ‘… tijd in ledigheid doorbrengen’, flitste er even door me heen. Maar ik wist wel beter. Ik werd aan de winnaar voorgesteld en zei, terwijl we handen schudden: ‘Ik ken je. Jij hebt de Poetry Slam gewonnen!’  Hij lachte en knikte met zijn hoofd en zei:’Ja, ja, ja, terwijl hij bleef knikken en lachen. Hij kende mij niet, vanzelfsprekend niet. Want zo gaat dat, treed je op dan zijn alle ogen op jou gericht, maar jij ziet niemand. Hij zag er eerlijk gezegd niet echt uit als iemand waarvan je verwachten kon dat hij zijn mannetje zou staan tijdens een poetry slam battle. Toch heeft hij gewonnen. Zijn gezicht verschoot van kleur en hij zakte nog wat meer onderuit op zijn stoel. Daar werd ik weer verlegen van. Verlegenheid werkt aanstekelijk, net als gapen.

Ik lachte en knikte naar bekenden van degene die me hier had gebracht. We kwamen voor de ruilkast. In die kast, gemaakt van oude houten kistjes, bieden studenten hun overbodige boeken aan. Die kunnen dan geruild worden voor een ander boek. Zo blijft de kast gevuld en wordt kennis en literatuur kosteloos verspreid. Er stonden niet veel boeken, de kast was ook niet zo groot. Het was even zoeken maar daar, tussen een boekenweekgeschenk geschreven door Joost Zwagerman, en De pest van Albert Camus, lichtte iets op. De bundel Alle bundels gedichten van Campert stond daar. Ik kreeg het warm. Dit was de eenmalige editie die ter ere van de aan hem toegekende P.C. Hooftprijs in 1976 werd uitgegeven. Bij antiquariaat Kok in Amsterdam kost een gesigneerd exemplaar 20 euro. Het exemplaar dat hier als ruilobject stond was ongesigneerd. Ik genoot de onzuivere privileges als moeder van een student en mocht het zonder inruil meenemen. maar omdat ik hier de oudste was wilde ik iets terug doen. Ik dacht snel na. Het werk van Edward St. Aubin is aboluut noodzakelijke kost voor elke student (iedereen zou moeten kennismaken met Patrick Melrose, al was het maar om te ervaren wat literatuur vermag), maar Moedermelk van St. Aubin liet ik in mijn tas.

Daar stond ik met deze eenmalige editie van Campert in mijn handen en twijfelde. Voor de slamwinnaar moest dit een onmisbaar exemplaar zijn. Waarschijnlijker was dat hij niet besefte hoe onmisbaar het werk van Campert is voor de poëzie. Ik overwoog het hem aan te bieden. Als cadeautje, omdat hij de winnaar was. Maar daar waren we te verlegen voor. Hij en ik.  

 

Recent

25 juli 2017

Een Limburgse Rémi

21 juli 2017

Vast in het ijs

19 juli 2017

Kijk, lees en geniet!

17 juli 2017

Terug naar vroeger

Literair Nederland - 10 jaar geleden

30 juli 2007

De twaalfjarige Alice Winston woont met haar ouders in een afgelegen huis in Desert Valley. Haar moeder is na de geboorte van Alice in bed gekorpen en komt er zelden meer uit. Haar vader probeert met veel pijn en moeite een paardenfokkerij draaiende te houden. Zus Nona, de lieveling van haar vader, is er een half jaar geleden vandoor gegaan met een rodeorijder.

Alice is een stil en teruggetrokken meisje, erg eenzaam ook, ze heeft geen vriendinnen. Ze mist haar zus verschrikkelijk.

"Ik wilde Valerie vertellen dat mijn zus ons niet belde, dat ze haast nooit schreef, dat ik me 's nachts in de stille donkere uren probeerde voor te stellen wat er in haar leven gebeurde, wat er zo opwindend en belangrijk was dat ze ons helemaal vergat en ons door het leven liet zwalken zonder haar."

Lees meer