16 september 2009

Vertaler Marja Wiebes krijgt Martinus Nijhoff Prijs

Opmerkelijk in het oeuvre van Marja Wiebes is de rijke schakering van literaire genres, waaronder romans, memoires, gedichten en toneelstukken, aldus het juryrapport over de winnaar van 2009.

Marja Wiebes krijgt de prijs voor haar vertalingen van Russische literatuur naar het Nederlands. Wiebes (Rotterdam, 1936) studeerde Slavische Taal en Letterkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden. Een van haar leermeesters was Karel van het Reve, bij wie zij jarenlang in de door Van het Reve geleide vertaalgroep zat. Haar eerste gepubliceerde vertaling was Getuigenis, de memoires van de Russische componist Sjostakovitsj.

Wiebes heeft een groot oeuvre tot stand gebracht van vertalingen uit de klassieke negentiende-eeuwse en twintigste-eeuwse literatuur. Haar meest recente vertalingen zijn Werken van Anna Achmatova (Van Oorschot), De handschoen en andere verhalen: nagekomen berichten uit Kolyma van Varlam Sjalamov (De Bezige Bij), Verzamelde werken van Leo Tolstoj (Van Oorschot), maar ze vertaalt ook libretto’s voor De Nederlandse Opera.

De Prijs wordt uitgereikt door het Prins Bernhard Cultuurfonds. Wiebes ontvangt de prijs van 35.000 euro op woensdag 4 november in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam. Eerdere winnaars zijn Rolf Erdorf & Annelies Jorna (2005), Arthur Langeveld (2006), Ria van Hengel (2007) en Birthe Lundsgaard (2008). (Bron: VE (c) Boekblad)

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer