14 juni 2016

Leegland

Door Stefan Ruiters

Voor België ben ik niet dit EK. Ik fiets graag in de Ardennen en Brussel, Antwerpen, Gent: leuke steden, maar heb niks met het Belgische voetbal. Vroeger ook al niet. Porto sprak altijd meer tot mijn verbeelding of zelfs Dinamo Zagreb dan bijvoorbeeld Anderlecht of Standard Luik. Geef mij maar Bayern München of Stuttgart. Beieren voelt als een landschappelijk thuis, ook al staan de streek en zijn bewoners voor een conservatief leven, wat me minder aanstaat. Maar het romantische van bergen, bossen en veel leegte, staat me weer wel aan.

Aan Duitsland denk ik dus vaak. Vandaag ook weer. Ik bladerde door een roman (De zondagsjongen, 1988) van Cherry Duyns, documentairemaker, schrijver en half Duits. Zijn bassende stem kwam al vaker tot me via de radio of de tv. Samen met Armando voedt en stut hij mijn fascinatie voor de oosterburen. De grensstreek heeft ook mijn bovenmatige interesse. Zoals het schuldige landschap in de schilderijen van Armando. De bomen staan er, de weg loopt er, het boswachtershuisje aan de weilandrand: ze hebben gezien wat er gebeurd is – een smokkelaar, een oorlogshandeling, iets onwettigs – maar ze zeggen niks. Ze zijn het decor van het plaats delict. Maar je merkt niets aan ze. Sommige mensen zijn net zo. Wetend, maar zwijgzaam als het graf waar ze anderen in hebben zien storten na het nekschot. Er is nog zoveel leegheid – fysiek als mentaal – die je met je verbeelding kunt vullen.

Gisterochtend ging ik op de koffie bij een uitvinder en boekenliefhebber, groot deel van zijn leven in Duitsland gewoond trouwens, de liefde achterna – en kreeg een boekje van hem cadeau: Bas Princen, Rotterdam (Witte de With Publishers, 2007). Een fotoboek over allerlei delen van de stad die onbestemd lijken of zijn. Rommelige ruimtes, niemandsland. ‘Urban junk spaces’, zoals architect Rem Koolhaas deze plekken noemt. Het is een thema dat me interesseert: tussengebieden waar weinig of niks gebeurt, die niet door een of andere overgeorganiseerde overheid of ambtenaar tot een bestemming is verheven (of gedegradeerd in sommige gevallen) en volgeplempt met bankjes, een strak rijtje bomen of verkeersborden. Of plekken die nooit zijn volbestemd en afgebouwd. Hekwerken en wegzakkende bankjes in een zanderig leeg stuk boulevard of een parkeerplaats aan de rand van bosschages. Geen mens te zien. Wel veel rommel en overwoekerde ruimtes. De socioloog David Hamers publiceerde jaren terug al Niemandsland over dit verschijnsel (Lemniscaat, 2006). De uitvinder vertelde me dat hij zich vooral ophoudt zo’n honderd jaar terug, rond de jaren 1920, lezend in boeken over het modernisme in de architectuur, toegepaste kunst en design. Hij is bezig met een boek over Rietveld. En af en toe staat de tv aan, om een flard voetbal op te vangen van het EK voetbal. ‘Om toch nog een beetje bij de tijd te blijven.’

 

Recent

27 maart 2017

Pulp of kunst

Literair Nederland - 10 jaar geleden

02 april 2007

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

Een westerse vrouw, met Nederlandse wortels, wordt opgenomen in een subgemeenschap in het Islamitische Jordanië. Een verhaal dat een deel van het Midden-Oosten belicht op een manier die zeer welkom is in Nederland op dit moment. Niets van het nu heersende beeld van onderdrukte vrouwen in het Midden-Oosten. Maar een avontuurlijk levensverhaal over een vrouw die, door zichzelf te zijn en te blijven, met haar eigen karakter wordt opgenomen in de gemeenschap en daar een belangrijke rol speelt in de gezondheidsvoorziening.

Lees meer