28 augustus 2014

Verhalen uit Istanbul – Sait Faik Abasiyanik

Verhalen die de zintuigen prikkelen

Recensie door Evert Woutersen

Verhalen uit Istanbul (2014) is een bloemlezing van de verhalen die Sait Faik Abasiyanik (1906-1954) schreef tussen 1934 en 1954.
De eerste verhalen zijn uit de jaren dertig van de vorige eeuw, de latere uit de jaren veertig en vijftig. De verhalen zijn chronologische gerangschikt. Ze spelen zich af in Istanbul en op de Prinseneilanden in de zee van Marmara.

In beeldende taal vertelt Sait Faik – zoals hij in Turkije veelal wordt genoemd – bijvoorbeeld over een bezoek aan ‘Het tweede huis van zijn vader’. Zodra je een boerenhuis binnenstapt ruik je natuurlijk hooi en ook wel gedroogde mest. Naast de geuren van de boerderij beschrijft hij het interieur met een mooie vergelijking: ‘een kelim uit Kocaeli lag in het licht van de petroleumlamp vochtig rood op de grond als een vreemde plas borrelende marmelade.’ Over de maaltijden van toen: ‘gebraden eend, in de jus gekookte tarwe en griesmeelkoek met boter.’

Faiks verhalen gaan over vissers, arbeiders in de haven, een vrouw die geen geld heeft om haar overleden man te begraven, sleepschuiten, de gaskachel in het koffiehuis. Wat telkens opvalt in de verhalen is de aandacht voor de details en de bijzondere beeldspraak. In het verhaal ‘De zijden zakdoek’ houdt de verteller de wacht bij een fabriek waar zakdoeken van zijde worden gemaakt. Toch slaagt een dief erin zo’n zakdoek te stelen, maar op zijn vlucht maakt hij een (bijna) dodelijke val. ‘De portier wrikte zijn stijf dichtgeknepen vuist open. In zijn hand sprong een zijden zakdoek op als een fontein.’ In de slotalinea: ‘Tja… puur zijden zakdoeken van goede kwaliteit doen dat. Je kunt ze in je hand fijnknijpen en kreuken wat je wilt, zodra je je vuist opendoet, springen ze op als het water in een fontein.’

De verhalen lijken uit de losse pols verteld, maar bij nadere bestudering valt op hoe knap ze in elkaar zitten. In ‘De heistelling’ zijn vijf mannen bezig met heiwerk in de haven. Salih loopt er de kantjes vanaf, tot ergernis van een van de anderen, Abdurrahman. ‘Je denkt toch niet dat ik in dat theater trap? Ik laat het echt niet op me zitten. Straks verlies ik mijn humeur en schop ik je zo de zee in.’ Salih weet door zijn connecties en zijn ‘eigen achterbaksheid’ onder zwaar werk uit te komen. Hij doet alsof hij zich vreselijk inspant bij het hijsen van het heiblok, maar ‘de aderen in zijn hals zwollen niet op.’ Abdurrahman keek zijn collega priemend aan. In zijn ogen gloeit wrok en drift. De verteller voegt toe: ‘Salih stond over de zee uit te turen, onverschillig zoals onbeschofte mensen zijn.’ Bij een volgende heipoging lezen we: ‘Salih vond het niet meer nodig zijn gezicht te vertrekken.’ Het verhaal komt tot een climax: Abdurrahman trapt zijn collega inderdaad de zee in. Salih, die niet kan zwemmen, is in zo’n tien minuten verdronken.

In ‘Ik kan niet naar de stad’ gaat Sait Faik in op de vraag waarom hij schrijft. ‘Waarom dwingt alles vanavond me om aan tafel te gaan zitten en iets op papier te zetten? /…/ Of ik nu op de veerboot sta te wachten of me voor iets loop te haasten, ik schrijf.’ De schrijver in gesprek met de lezer.

De verhalenbundel bevat een uitgebreid nawoord van Murat Isik. Hij vertelt waarom hij Sait Faik Abasiyanik in zijn hart heeft gesloten. Door zijn verhalen, zo schrijft hij, krijg je het gevoel dat je Sait Faik persoonlijk kent. Hij komt naast je zitten in een koffiehuis in Istanbul en begint te vertellen over haar inwoners en over het soms harde dagelijkse leven.
In geuren en kleuren vertellen, dat is wat Sait Faik Abasiyanik kan als de beste.

Sait Faik is maar 48 jaar oud geworden. Een jaar voor zijn dood is hij benoemd tot erelid van de Mark Twain Society vanwege zijn betekenis voor de moderne literatuur. Hij is vooral bekend geworden door zijn korte verhalen. In 1959 is zijn huis op Burgazada, een eiland vlakbij Istanbul, ingericht als museum, het Sait Faik Abasıyanık Museum.

De Atheneum Boekhandel vroeg vertaalster Hanneke van der Heijden de eerste zinnen van haar vertaling toe te lichten. Ze legt uit dat het vertalen van Sait Faik is als het maken van een mobile, waarin alles los lijkt te zweven, waarin je zinnen alleen aan een stokje knoopt als het echt niet anders kan, en waarin de lezer pas na een tijdje ziet dat al die losse onderdelen toch met één koord aan het plafond verankerd zijn.

 

 

Verhalen uit Istanbul
Sait Faik Abasiyanik
Vertaling door: Hanneke van der Heijden
Nawoord door: Murat Isik
Verschenen bij: Podium b.v. Uitgeverij
ISBN: 9789057596575
256 pagina's
Prijs: € 19,50

Meer van Evert Woutersen:

24 augustus 2016

Uit bijzonder hout gesneden

Over 'Gevangen in Nepal. Hoe een droomreis een nachtmerrie werd' van Annemiek van Kessel
8 juni 2016

Hoe Prins Willem III van Oranje de Engelse kroon ‘veroverde’

Over 'De roofkoning' van Machiel Bosman

Recent

18 januari 2017

Streng en gewichtig

Over 'We hadden liefde, we hadden wapens' van Christine Otten
17 januari 2017

Ongrijpbare gedichten

Over 'Bladgrond' van Roland Jooris
16 januari 2017

Sprookjes hebben geen woorden nodig

Over 'Sprookjes van Grimm zonder woorden' van Frank Flöthmann
12 januari 2017

Een blik in de spiegel

11 januari 2017

Reis door het leven

Over 'De tere bloemen van het verstand' van Myrte Leffring

Verwant

28 augustus 2014

Oogst van de Week 21

28 augustus 2014

Subtiele stijl in verhalen over ontluistering

Over 'Het vogelalfabet' van Sait Faik Abasiyanik