23 mei 2016

Vergeten dichters

Door Stefan Ruiters

Als lezer trek ik springerige sporen door het landschap der boeken. Gister lag ik in bed met het laatste en een van de weinige interviews die de Duitse filosoof Martin Heidegger gaf aan Der Spiegel in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het ging over zijn flirt met het nationaal- socialisme in de jaren dertig waarvan hij nooit duidelijk afstand nam. Nu is de stijl van Heidegger vaak nogal ondoorgrondelijk, al zal hij dat waarschijnlijk als een bewijs zien van zijn theorie van het verlies van de grond van het leven – dat ik het contact met het Zijn kwijt ben.

Eergisteravond lag ik te lezen in de verzamelbundel van Arnon Grunbergs pseudoniem Marek van der Jagt. Grunbergs pseudoniem lag al lang op de leesstapel. De voetnoot van Grunberg in de Volkskrant is elke ochtend weer een kickstart van de geest en zijn stijl en pointe zijn vrijwel altijd scherp. Totaal anders dan Heidegger, maar wel altijd smakelijke maaltijden van geestelijk voedsel bereidend. Zo veel boeken die ik wil lezen, op de trap naar boven ligt nog De ingenieurs van de ziel van Frank Westerman, of de liefdesgedichten van Du Perron, Nietzsches De antichrist, enkele essaybundels van Piet Meeuse en van Rob Hartmans: Vaarwel dan! Intellectuelen en hun illusies.

Ook lonkt weer een ander boek uit 2003 over (bijna) vergeten dichters van de letterkundige A.L. Sötemann: Dichters die nog maar namen lijken. Over onder andere Richard Minne, P.C.Boutens, Jan van Nijlen, Henriëtte Roland-Holst en haar neef, Adriaan Roland Holst, de Prins der dichters: ‘Eens en dat vele jaren liep deze dichter hoog te schrijden door de Nederlandse literatuur’ (Kees Fens). Van de week kocht ik ook nog een tweede boek van Joris van Casteren over dit thema, In de schaduw van de Parnassus. Gesprekken met vergeten dichters. Ik verheug me ook op deze interviews, hopelijk net zo ‘vermakelijk’ als zijn bundel over vergeten schrijvers, hoe melancholisch de teneur meestal ook is.

Of misschien juist daarom wel. Ik houd me nooit zo bezig met bestsellers en net verschenen boeken. Zal vast door mijn beroepsdeformatie als antiquaar komen. Mijn begrip van tijd wordt meestal niet begrensd tot het hier en nu, maar gaat wel eens verder terug naar vroeger en soms ook wel eens in de vage dimensie van vergetelheid. In het land van een miljoen schrijvende mensen, is de zee van nietigheid een vol, warm bad van zwetende, tikkende lijven. ‘Toen hij eindelijk verkilde en zich neerlegde op het doodstil terras vlogen er meeuwen over zonder kreten. Zij vlogen over naar wat eenmaal was, naar lief en leed en naar voorgoed vergeten’ (A. Roland Holst, Voorlopig, 1976). Ik vergeet U niet hoor, Prins der Dichters.

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 mei 2007

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

Wie had ooit gedacht dat deze aanlokkende openingsalinea door ons eigen Peter Brusse werd opgeschreven? Brusse, bij het grote publiek voornamelijk bekend als voormalig buitenlands correspondent voor de Volkskrant en het NOS Journaal in Londen maakt met het vlindernet zijn debuut als romanschrijver.

Lees meer