6 februari 2017

Iets ter grootte van het universum – Jón Kalman Stefánsson

Vergeet niet naar de sterren te kijken

Recensie door Adri Altink

Er zijn boeken die je meteen het verhaal inslepen en je bij de strot grijpen. Er zijn er die je vanaf het begin een duidelijke verhaallijn in handen geven. Niets daarvan bij Iets ter grootte van het universum van de IJslander Jón Kalman Stefánsson. Dit is een boek dat je denkt te moeten veroveren, tot je het heft uit handen geeft en het ineens jou verovert.

Al snel is duidelijk dat de roman een IJslandse familiegeschiedenis over meerdere generaties is. Maar Stefánsson maakt het je niet gemakkelijk om grip te krijgen op de gebeurtenissen en zijn personages. Ja, er is een stamboom achterin die enig houvast geeft voor de dramatis personae, maar die zegt niets over de onderlinge relaties en verwikkelingen. Hij roept zelfs al de eerste vragen op: waarom hebben Ari’s biologische moeder en zijn stiefmoeder geen naam? Waarom staat Ari’s grootmoeder van moeders kant als n.n. aangegeven?

Stenmark
In de roman springt Stefánsson heen en weer door de 20ste eeuw, met als vaste aanlegplaatsen de ‘oude tijd’, de jaren ’60, de jaren ’80 en ‘nu’. Verhaallijnen worden ineens onderbroken door andere of zelfs voortgezet in een heel andere tijd, als wordt voortgeborduurd op een herinnering. Onooglijke feitjes krijgen later ineens een betekenis die je eerder niet had vermoed.

Stefánsson gebruikt daarnaast nauwelijks aanhalingstekens waardoor je af en toe niet meer goed weet wie er eigenlijk aan het woord is: lees ik hier wat de betrokkene zelf vertelt of is het de verteller die het verhaal doet over die eerste persoon? Die verteller…: hij staat dicht bij één van de hoofdpersonen en kent hem al dertig jaar, blijkt ergens. Maar we zien vrijwel niets van die ik-figuur. We weten zelfs niet of het een man of vrouw is.

En tenslotte zijn er de raadselachtige hoofdstuktitels als ‘God is een oude teddybeer’, ‘Hebben Ian Rush en Ingemar Stenmark de sterren bereikt?’en ‘Hij leest cognac, drinkt verhalen – nacht’.

Maar verdorie – wat is het een wondermooi boek!

Hoe de feiten en feitjes, waarin je lezersantenne aanvankelijk vastigheid zoekt, precies liggen, wordt steeds minder belangrijk. Stefánsson is geen schrijver van belevenissen, maar van belevingen. Hij tekent sferen, gedachten, innerlijke worstelingen, de pijn van een relatie tussen vader en zoon waarin vooral wordt gezwegen (en af en toe een ferme klap wordt uitgedeeld), de vervreemding tussen een visser en zijn vrouw die in het geheim gedichten schrijft en publiceert, het verdriet van een moeder die haar kind verliest, een man die zijn grote liefde, de visserij, niet kan overbrengen op zijn kinderen. En dat alles in prachtig poëtische zinnen en aangrijpende scènes.

Teddybeer
Zoals het bezoek van Ari aan zijn vader Jacob in het ziekenhuis. Vader en zoon hebben elkaar drie jaar niet gezien.

Ze hebben allebei behoorlijk lang geleefd, ze hebben het een en ander gelezen, Ari is redelijk goed thuis in Kierkegaard, heeft een enorme hoeveelheid romans gelezen, hij weet hoe ver het naar Pluto is, hoe een zwart gat ontstaat, en Jakob weet het zijne, hij heeft ruim zeventig jaar geleefd, heeft de wereld zien veranderen, mannen de maan zien veroveren, en toch staan ze daar, tegenover elkaar, en ze hebben geen idee wat ze moeten zeggen, hun valt niets in, alsof ze beiden experts in het zwijgen zijn, gekomen om elkaars boeken te vergelijken.

De herinnering van Ari gaat terug naar de tijd dat zijn (biologische) moeder stierf. Toen had hij, 5 jaar oud, met haar en zijn vader, nauwelijks 30, zij aan zij voor het ziekenhuisraam naar de maan staan kijken ‘twee maanden voordat Neil Armstrong en Buzz Aldrin op haar oppervlak hupten, alsof ze bang waren dat de maankorst zou barsten’. Een van de weinige dingen die Ari zich van zijn moeder herinnert is dat zij daar voor dat raam zei: ‘Nu gaat het universum door ons drieën heen en daarom zullen we altijd één zijn.’ Het zijn

de enige woorden van haar die hier op het aardoppervlak zijn achtergebleven, en vijfenvijftig jaar lang heeft hij ze op een veilig plekje in zijn geheugen bewaard, ze er ontelbare malen uit gehaald als kostbare robijnen of als een oude teddybeer om mee te slapen.

Deken
Er is veel kosmos aanwezig in deze roman – zie ook de titel. Dat biedt een ander prachtig tafereel waarin het dagelijkse leven op IJsland, vol van hard werken, gefnuikte idealen, liefde, eenzaamheid, dood, op een volkomen natuurlijke manier wordt doorgetrokken naar de bescheiden plek die we in het universum innemen.

De sterren vormen ontelbare sterrenbeelden en hun namen hebben hun wortels in de oude beschaving van de mensheid, in oude verhalen, en voor degene die de verhalen kent verandert de nachthemel in een reuzegroot boek. Daarom keek de moeder van Ari’s stiefmoeder vaak naar de sterren toen ze er nog de ogen voor had, toen ze beduidend meer van de hemel zag dan haar eigen vingers.

De moeder van Ari’s stiefmoeder deed haar leven lang haar werk. Maar als ze ’s avonds in de deuropening haar broodmagere armen over elkaar sloeg om naar de sterren te kijken, vergat ze alles om haar heen. Ze kwam pas weer bij zinnen als iemand haar een duw gaf. Maar soms werd ze zo door de sterrenhemel overweldigd dat ze het huis verliet en in de velden ging zitten kijken.

Ze vergat dat het koud was, dat de koude poolwind door haar heen ademde, zonder overjas, blootshoofds, zonder handschoenen, zo mager dat de kou niet veel tijd nodig had om haar te doorboren. Mama is buiten, zei iemand als haar afwezigheid werd ontdekt (…) en haar man, een gezette, zwijgzame man, mompelde dan iets wat klonk als ‘alweer dat stompzinnige gedoe’, en hij pakte een wollen deken, een muts, ging naar buiten om haar te zoeken, vond haar in de duisternis, onder de sterrenhemel, legde de deken over haar magere schouders, streek heel eventjes over haar hoofd, zo snel dat je het misschien verkeerd had gezien, voordat hij de muts over hoofd trok. Dan stond hij een ogenblik naast haar en keek ook. Vervolgens ging hij weer naar binnen.

Zachtjes
Iets ter grootte van het universum is een vervolg op Vissen hebben geen voeten (op Literair Nederland besproken door Vic Veldheer). Hoewel het op dat eerste deel aansluit is het zeer goed afzonderlijk te lezen.

In het Nederlands verscheen van Stefánsson eerder al de IJslandtrilogie bestaande uit Hemel en hel, Het verdriet van de engelen en Het hart van de mens (waarin de hoofdfiguur ook al naamloos blijft).

Menig lezer zal niet alle touwtjes aan elkaar kunnen knopen als hij Iets ter grootte van het universum dichtslaat, maar dat doet niets af aan de werking ervan – dichtslaat is trouwens niet het goede woord. Dit boek vouw je dicht. Zachtjes. Je strijkt nog eens over de kaft. En blijft even verwijlen in de dromerige poëzie van een groot schrijver.

Iets ter grootte van het universum
Jón Kalman Stefánsson
Vertaling door: Marcel Otten
een familiesaga
Verschenen bij: Ambo/Anthos Uitgevers
ISBN: 9789026334573
352 pagina's
Prijs: € 21,99

Meer van Adri Altink:

11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
27 september 2017

De mens moet geen god willen zijn

Over 'Aan een onbekende god' van John Steinbeck
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt

Verwant

6 februari 2017

Het leven is zware bagage

Over 'Vissen hebben geen voeten' van Jón Kalman Stefánsson
6 februari 2017

De man die iets miste

Over 'De goede minnaar' van Jón Kalman Stefánsson