6 juni 2014

Venus en Adonis – William Shakespeare

Een kooltje-vuur uit een plas bloed

Recensie door Adri Altink

Op een verlaten treinperron staat een mooi meisje, met haar rug naar de muur, tegenover een knappe jongen. Haar middel sterk naar hem toe gebogen haalt ze hem aan, smachtend naar een zoen. Maar hij staat er ongemakkelijk bij, preuts, met de handen in zijn zakken en zonder enige neiging in haar richting. 
De foto van het tafereel op het omslag van Venus en Adonis is een prachtige verbeelding van de zindering in dit lange verhalende gedicht van William Shakespeare.

Het thema stamt al uit de Griekse mythologie, maar is het meest bekend door de versie die de Romein Ovidius er van gaf in zijn Metamorphosen. Diens werk was in Shakespeare’s tijd zeer populair. Bij Ovidius is de beeldschone Adonis bezeten van de jacht op wilde zwijnen, zeer tot verdriet van liefdesgodin Venus. Zij is doodsbang dat de jongen, op wie ze heimelijk verliefd is, iets zal overkomen. Dat gebeurt inderdaad. Hij raakt dodelijk gewond door een zwijn en Venus rest niets dan bij zijn lijk neer te knielen. Daar ziet ze hoe uit zijn lichaamsbloed een rode bloem opbloeit.

Shakespeare zet het verhaal naar zijn hand. Bij hem is Venus niet afwachtend. Ze verleidt Adonis, die haar echter steeds afweert, vervuld als hij is van zijn verlangen om achter de zwijnen aan te gaan. Al haar kussen en vermaningen ketsen op hem af en haar liefdesspel is nutteloos, want uiteindelijk worstelt Adonis zich los van haar om op jacht te gaan. Met gelijke afloop als bij Ovidius. Hij sterft, verwond door een zwijn, zonder de liefde van Venus te hebben gesmaakt. En zonder zijn schoonheid aan nageslacht te hebben doorgegeven. Uit zijn bloed ‘daar op de grond verspild, / ontluikt een bloem van purper, wit gevlamd, / gelijkend op zijn bleke lichaam dat / met ronde, rode druppels was bespat.’ De bloem is een ‘adonis’, een ranonkelachtige, in het Nederlands wel aangeduid als ‘kooltje-vuur’, legt Peter Verstegen uit. Hij is de vertaler en commentator van deze nieuwe uitgave.

Shakespeare is verreweg het meest bekend door zijn nog altijd gespeelde stukken. Maar in zijn eigen tijd oogstte hij veel meer roem om zijn twee lange verhalende gedichten Venus and Adonis en The Rape of Lucrece, over de eveneens aan de mythologie ontleende aanranding van de schone Lucretia.
 Uitgeverij Van Oorschot grijpt de geboorte van Shakespeare, 450 jaar geleden, aan om in 2014 met een vertaling van het eerste gedicht te komen; in 2016, als het 400 jaar geleden is dat hij stierf, komt de vertaling van Lucretia.

Het is niet de eerste keer dat Venus en Adonis in het Nederlands verschijnt. In 1880 was er al een vertaling van A.S. Kok, maar die van L.A.J. Burgersdijk uit 1888 hield stand tot diep in de 20ste eeuw. Hij verscheen in het kader van het Verzameld Werk van Shakespeare en vanaf 1960 opnieuw in een bewerking door C. Buddingh’ voor de pockets van de Zwarte Beertjes.
 Nu is er de vertaling van de veelgeprezen (al in 1973 gelauwerd met de Martinus Nijhoffprijs voor zijn vertaling van Nabokov’s Pale Fire) Peter Verstegen. Bij Van Oorschot verschenen al eerder tweetalige edities van gedichten van Baudelaire, Verlaine, Emily Dickinson, Shakespeare (de Sonnetten) en Rilke, steeds in het Nederlands uit de pen van Verstegen. Die tweetaligheid verleent meteen al een aanzienlijke meerwaarde aan de nieuwste versie van Venus en Adonis, maar dat geldt zeker ook voor de uitvoerige annotaties van de vertaler die veel verduidelijken over verschillende interpretaties in de loop der eeuwen. Verstegen verhult daarin niet zijn eigen vertaalproblemen en licht zijn keuzes waar nodig toe. 
Maar bovenal is er zijn verfrissende, moderne taalgebruik, zonder dat hij populair wil doen. Zijn vertaling heeft een sensualiteit en, voor de aandachtige lezer, een humor, die de eerder edities van Kok en Burgersdijk / Buddingh’ niet bereikten. Verstegen houdt ritme en rijm (ababcc) van de oorspronkelijke tekst aan, maar blijft ook erg dicht bij de sfeer en kernachtigheid van het origineel. Vaak weet hij daarnaast nog een fraaie klankovereenkomst te bereiken, zoals in de laatste regels van strofe 194, met de i in het Nederlands waar Shakespeare een o heeft:

Sith in his prime Death doth my love destroy,
They that love best their loves shall not enjoy.

wordt bij Verstegen

De dood deed mijn ontluikend lief teniet,

Dus zorg ik dat wie liefheeft niet geniet

En mocht de lezer al ergens de kriebels krijgen van gesmokkel met rijm (Verstegen laat in strofe 199 bijvoorbeeld ‘zwingen’ – de vleugels van duiven – en ‘brengen’ op elkaar rijmen), dan is zelfs dat een te rechtvaardigen keuze omdat hij er al veel eerder op heeft gewezen dat Shakespeare evenmin star was (die laat in strofe 73 ‘move’ rijmen op ‘love’ en in strofe 90 ‘you’ op ‘adieu’).

Bij Verstegen krijgt het 1200 regels omvattende gedicht bovendien een kader. Volgens hem schreef Shakespeare het voor Henry Wriothesley, graaf van Southhampton, die zijn beschermheer was. Diens voogd had voor Henry een bruid gearrangeerd, maar die wees hij af. Verstegen: ‘Het lijkt erop dat hier schertsenderwijze een parallel werd getrokken met zijn jonge weldoener die niet wenste te trouwen en niet taalde naar vrouwen.’

De beste manier om duidelijk te maken wat de verschillen zijn tussen de versie van Verstegen en datgene waarmee we het tot nu moesten doen, is de vertalingen van Burgersdijk en hem vergelijken. 
Shakespeare schrijft in strofe 4:

And yet not cloy thy lips with loathed satiety,

But rather famish them amid their plenty,

Making them red and pale with fresh variety,

Ten kisses short as one, one long as twenty:

   A summer’s day will seem an hour but short,

   Being wasted in such time-beguiling sport.’

Bij Burgersdijk werd dat:
Maar ducht toch geen verzadiging, veeleer
Zijt ge in ’t genot om de’ eeuw’gen dorst verwonderd;
Gij gloeit, ik blusch, en daad’lijk gloeit gij weer;
Tien kussen zijn als éen, éen lang als honderd;
Een zomerdag schijnt u een korte stond,
   Bij zulk een spel en kortswijl mond aan mond.”

Verstegen vertaalt, uiteraard moderner, maar ook veel speelser en sensueler:

Zó dat je lippen nooit verzadigd raken
En gretigheid nog groeit bij overvloed,
Die ze afwisselend rood en bleek zal maken,
Tien kussen snel; één traag, tien maal zo zoet:
Een zomerdag lijkt tot een uur bekort,
Want je vergeet de tijd bij deze sport’
.

Dan gaat het bij Verstegen toch een stuk meer kriebelen en herinner je je eigen eerste verliefdheid. Met je eerste verlegenheid of eerste hartstocht.

 

Venus en Adonis
William Shakespeare
Verschenen bij: Uitgeverij G.A. Van Oorschot B.V.
ISBN: 9789028260597
463 pagina's
Prijs: € 15,00

Meer van Adri Altink:

11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
27 september 2017

De mens moet geen god willen zijn

Over 'Aan een onbekende god' van John Steinbeck
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong

Verwant

6 juni 2014

Recensies door: Machiel Jansen en Hilde van Vlaanderen

Over 'De sprekende slang ' van William Shakespeare
6 juni 2014

Verbeeldingskracht met een vleugje fantasie

Over 'Hier sneeuwt het nooit' van William Shakespeare
6 juni 2014

Schilder van de tinten van de menselijke ziel

Over 'Goudzand' van William Shakespeare