Atte Jongstra – Aan open zee

Vechten tegen een waanbeeld

Recensie door Michiel van Diggelen

Van Atte Jongstra is inmiddels wel bekend, dat hij geen ouderwetse verteller is die een verhaal schrijft met een kop en een staart. Bij hem vallen meteen literair-theoretische termen als autofictie, meta- en intertekstualiteit, die gangbaar zijn voor de zogenaamde postmoderne romanproductie.

Zijn nieuwste roman Aan open zee is daar geen uitzondering op. Jongstra schrijft over het schrijven, over de relatie tussen de schrijver en de personages in zijn roman. Hij gebruikt teksten van anderen, citeert met en zonder bronvermelding, laat zien dat een schrijver op de schouders van vroegere schrijvers staat. Een roman van Jongstra is een uitgeschreven kaartenbak, grappig of gewild grappig aan elkaar geschreven. Hij citeert niet alleen uit de ‘hoge’ literatuur, maar gebruikt net zo gemakkelijk een tekst uit Ja zuster, nee zuster: ‘Zwaaien met je onderbroek, zwaaien met je hemd’ of parafraseert de Bijbel: ‘God, ik weet niet wat ik doe.’

De roman
Het verhaal van deze roman is gauw verteld. De schrijver Borg komt aan op een eiland in de Oostzee en vestigt zich daar enige maanden, om te schrijven aan het nieuwe Werk, een roman die hem eindelijk het succes zal moeten brengen dat hij nooit heeft gekend. We leren door de schrijver allerlei mensen kennen die tijdelijk of permanent op het eiland wonen en het verhaal krijgt een thrillerachtige sfeer als er lichaamsdelen worden gevonden in de zee rondom de eilanden. In het tweede deel leert Borg Mette kennen, een verpleegster met wie hij een liefdevolle relatie onderhoudt, een vrouw uit één stuk die zijn humor en zijn levensgevoel deelt. Eindelijk vindt hij ‘de vrouw om in te verdwijnen’ naar wie hij altijd heeft verlangd.

Jongstra legt in zijn roman sterk de nadruk op de omstandigheid dat het boek een schepping van de auteur is die in het boek een hoofdrol speelt. De auteur is de schepper, de almachtige, degene die aan de touwtjes trekt van elk personage. Hij schrijft zelfs zijn eigen leven. Hij kan een personage ook huppakee de roman uitknikkeren, zoals dat ook gebeurt met een soapster die in het werkelijke leven op reis moet of zwanger is.

Het Werk dat Borg schrijft is de roman die de lezer op datzelfde moment aan het lezen is. De mensen die je in het boek tegenkomt zijn ook de mensen die de schrijver ontmoet. Geleefde en beschreven tijd zitten elkaar zo dicht op de huid dat ze samen vallen. Jongstra vertelt bij iedere scène waar de schrijver Borg zich bevindt, om aannemelijk te maken dat hij er zelf bij was en becommentarieert voortdurend de gang van zaken.

Strindberg
Daarnaast staat de roman vol verwijzingen naar romans van anderen. In de dialoog die voorafgaat aan de roman zegt Borg: ‘Een goede roman leunt altijd op eerdere boeken. Onzin om te denken dat alles helemaal nieuw is.’ Jongstra denkt zeker dat de lezer dit niet uit de roman zelf zou kunnen halen, omdat hij het zo nadrukkelijk vermeldt. Dat lijkt een gotspe, want de hoofdpersoon van Jongstra’s boek heet Axel Borg, dezelfde naam als de hoofdpersoon van Strindbergs roman, met dezelfde titel Aan open zee, die op dezelfde eilanden speelt waar Jongstra zijn roman heeft gesitueerd. Jongstra’s personage Borg leest Het ravijn van de Russische schrijver Gontsjarov en vraagt zich af of hij ook zo’n soort boek moet schrijven. Moet de lezer van Jongstra’s boek eerst Strindberg en Gontsjarov lezen om te achterhalen wat de meerwaarde van deze verwijzing is?

De kracht van een roman kan naast de inhoud van het verhaal dat verteld wordt liggen in de manier waarop dat gebeurt. Zeker aan het begin van de roman lijkt de schrijver sterk associatief te werk te gaan met veel klankrijm (ij-ij en ui-ui). Zijn beeldspraak is er in veel gevallen net of behoorlijk naast. Een voorbeeld? Axel Borg ziet op tegen de reis. Alles in hem verzet zich ertegen: ‘De dieseldampen aan boord van de veerboot, het zeewater dat zich straks in snotgroene walmen, algachtig aan hem zou meedelen, het dreigend grijs, een eilandgemeenschap waar hij zich in zou moeten vechten, de eenzaamheid van de komende maanden die hem toegrijnsden.’
Zoveel klankrijm bij elkaar in een zin is teveel. Zeewater dat zich ‘algachtig’ aan hem ‘zou meedelen’. Water kan praten! De eenzaamheid die hem toegrijnst. Hallo meneer Eenzaamheid, haal die grijns van uw gezicht!

Spook
Deze roman toont aan dat Jongstra vecht tegen een spook uit zijn jeugd. Het spook van de tekst als een door God ingeblazen tekst, die zonder tussenkomst van de mens als een blijde ware boodschap via een schrijver wordt neergelaten onder de mensen. Het lijkt wel alsof Jongstra nog steeds vecht tegen het beeld dat hij als kind van een tekst heeft meegekregen. Maar dat beeld bestaat al lang niet meer. Jongstra blijft echter maar doorgaan met de aanval op dat beeld, alsof hem voor de eerste keer is uitgelegd dat het niet klopt.

In het laatste hoofdstukje van de roman zegt Axel Borg tegen zijn geliefde Mette dat het hem niet gelukt is om een samenvatting van zijn roman te maken. Hij vraagt zich af of Mette misschien uit de ‘baaierd aan stukken en brokken’ kan opmaken wat hij ‘eigenlijk met het boek zou willen zeggen.’ Wil Jongstra nog eenmaal duidelijk maken dat Borg echt wel doorheeft dat zijn boek geen traditioneel verhaal is?

Aan de ene kant is de auteur volgens Borg almachtig, dat laat hij op bijna iedere pagina blijken en aan de andere kant weet Borg niet waar zijn roman over gaat. Dat is verwarrend. Weet Jongstra het zelf? Of doet hij maar wat, zo lang het maar lekker klinkt en literair aandoet. Verwarring stichten is wat mager voor een roman van 266 bladzijden. Mager ja, want het verhaal zelf is oninteressant en in een gekunstelde stijl geschreven. Verwijzingen naar andere teksten moeten er diepgang aan verlenen die er niet is.

Omslag Aan open zee - Atte Jongstra
Aan open zee
Atte Jongstra
Verschenen bij: Uitgeverij Arbeiderspers
ISBN: 9789029505130
272 pagina's

Meer van Michiel van Diggelen:

Recent

18 december 2017

Onvergetelijke hommage aan de Shakespeare van de lage landen

Over 'Ik, Vondel' van Hans Croiset
15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa