31 maart 2016

Brieven uit Genua – Ilja Leonard Pfeijffer

Van Saulus naar Paulus 

Recensie door Michiel van Diggelen

‘Zeg maar ja tegen het leven’

Ilja Leonard Pfeijffer heeft in Brieven uit Genua zijn brieven uit de jaren 2012-2015 bij elkaar gebracht, die gericht zijn aan werkelijk bestaande personen, onder meer zijn vroegere geliefde Gelya, zijn moeder en officiële instanties, waaronder zijn uitgever. De auteur heeft dit brievenboek geconstrueerd tot een roman van het echte leven van Ilja Leonard Pfeijffer. De lezer neemt aanvankelijk deze constructie voor lief, totdat er een wending plaatsvindt, die de geloofwaardigheid van het boek enigszins op losse schroeven zet.

Aanvankelijk is het lezen van dit brievenboek een spannend avontuur. In majestueuze brieven stelt de auteur allerlei zaken aan de orde die hij belangrijk vindt: zijn schrijverschap, zijn leven in Genua, zijn reizen, naar Nederland en naar Italiaanse steden, zijn liefdes en zijn vriendschappen. Verder becommentarieert hij belangrijke en minder belangrijke kwesties, zoals de Nederlandse politiek en het koningslied. In enkele, kort na elkaar geschreven brieven rond de kerstdagen van 2014, gericht aan zijn jongere ik, slaat hij een ronkende toon aan over zijn drankgebruik, zijn liefdesleven en zijn schrijverschap. Wie deze brieven als maatgevend neemt voor het geheel –zoals Volkskrantrecensent Arjan Peters doet – kan niet anders dan met afschuw over dit boek spreken. Maar het boek bestaat uit veel meer dan deze – vermoedelijk later toegevoegde – brieven aan zijn jongere ik.

Gegrepen door de stijl
Pfeijffers stijl is meeslepend en rijk, zijn taal versiert, betovert, omfloerst, stelt aan de kaak, ontwricht, snijdt, steekt, verfraait en spiegelt. De lezer die zich door hem laat meevoeren komt overal. Pfeijffer neemt de tijd om zichzelf en de wereld om zich heen, met name Genua, breedvoerig aan de orde te stellen, en hij lokt uit tot tegenspraak, instemming, overdenking, schouder ophalen. Hier is een schrijver aan het woord die de ruimte van het volledig leven tot uitdrukking wil brengen met alle literaire instrumenten waarover hij beschikt.

De achtbaan van zijn leven in deze brieven is geloofwaardig tot de grote wending, die wel aangekondigd wordt als literair-compositorisch middel, maar niet onvermijdelijk wordt gemaakt vanuit de ontwikkeling van de auteur die zich tot ons richt. Die omslag kan simpelweg worden weergegeven met de regel ‘Zeg maar ja tegen het leven’, verwijzend naar een liedje dat Wim Sonneveld in de jaren zestig zong. Na de omslag is de lezer niet meer onder de indruk van de prachtige zinnen, scherpe gedachten, ironische oprispingen en intellectuele opmerkingen uit de eerste 630 pagina’s van het boek, maar vraagt hij zich af of deze omslag wel geloofwaardig is.

Teleurgesteld door de constructie
De omslag houdt in, dat Ilja Leonard Pfeiffer, volgens een brief, gedateerd 31 maart 2015, helemaal gegrepen is door de liefde voor ene Stella (haar achternaam komen we niet te weten), waardoor hij eindelijk een echt mens wordt, in plaats van de geschreven, onechte persoonlijkheid die hij daarvoor was. Mede door haar uitdrukkelijke wens stopt hij met drinken, waardoor hij de gelukkigste mens ter wereld wordt omdat hij eindelijk ‘bij zijn gevoel kan’, zonder de deken der ironie die de drank hem verschafte. Stella is de nieuwe verslaving waardoor hij onaantastbaar wordt.

Deze wending is zo totaal dat het leven dat hij voordien leefde er eigenlijk niet meer toe doet. Die ‘oude mens’ kan hij en wil hij niet meer worden. Al is de cold turkey hem op sommige momenten te veel en wordt hij hierdoor meerdere malen tot een zielig hoopje mens. Hij zal echter niet terugkeren naar zijn oude ik, dat is voorbij, voorgoed voorbij, zoals alleen een bekeerling kan zeggen dat het verleden voorbij is. De wending komt voor de lezer als een verrassing omdat de lezer in de eerste 630 bladzijden nergens het idee heeft dat Pfeijffer niet verder kan met zijn oude leven. In de eerste 630 pagina’s van het boek is hij in literair-theoretische zin op zoek naar de liefde, maar dit verlangen is ingebed in een kathedraal van taal zodat je ver moet zoeken naar de pijn die er blijkbaar al die jaren onder heeft gelegen. Hij lijkt gelukkig en overtuigd van zijn bestaan. Daardoor lijkt de wending op de bekering van een boef in Arendsoog, een serie jongensboeken van de rooms-katholieke schrijver C.P. Nowee. De omkering gaat zover dat Pfeijffer de dronkaard Don die hij een paar jaar geleden opvoerde als een held in zijn met de Libris Literatuurprijs bekroonde roman La Superba nu afbeeldt als een loser, een aan lager wal geraakte man die eenzaam sterft op een ziekenhuisbed: ‘Op de dag van Dons dood heb ik beseft dat ik niet net als hij wil leven van de bijval voor mijn fictie, maar echt leven.’ Pfeijffer wil niet bekend blijven als de mythe die hij zelf heeft gecreëerd, maar als een echt mens. Hij zegt ja tegen het leven.

Het brievenboek is de tegenhanger van La Superba waarin hij het leven van de hoofdpersoon Ilja Leonard Pfeijffer in Genua benadert vanuit de fantasie. Nu is de werkelijkheid het uitgangspunt, maar dan wel de werkelijkheid van deze schrijver die de taal en de drank hanteert om de werkelijkheid draaglijk te maken. In een brief aan zijn vroegere geliefde en huidige vriendin Gelya zegt hij dat de ware schrijver het werk niet modelleert naar het leven, maar omgekeerd. En dat doet hij inderdaad: hij laat Stella in zijn leven komen, omdat zijn brievenroman haar nodig heeft. Doet het ertoe of Stella echt bestaat? Doet het ertoe of hij echt gestopt is met drinken? Uiteindelijk is dat onbelangrijk, zolang de constructie voor de lezer geloofwaardig is. En op dat punt schiet het tekort. Hoe verpletterend mooi het brievenboek ook begint, de wending lijkt een literaire constructie, beter gezegd een deus ex machina, zonder een gerede aanleiding. Pfeijffer krijgt de compositie niet goed rond en de lezer blijft zitten met de paradox dat de persoon die hij leerde kennen, niet meer bestaat. Pfeijffer is als romanfiguur niet geloofwaardig als het personage dat hij van zichzelf heeft gemaakt.

 

Brieven uit Genua
Ilja Leonard Pfeijffer
Verschenen bij: Uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN: 9789029588805
752 pagina's
Prijs: € 27,50

1 reactie

1 Trackback





 

Meer van Michiel van Diggelen:

16 juni 2016

Verblind door schaamte

Over 'Een onmogelijke liefde' van Christine Angot
23 mei 2016

Een boek om te proeven

Over 'Spel en tijdverdrijf' van James Salter
26 april 2016

Vechten tegen een waanbeeld

Over 'Aan open zee' van Atte Jongstra

Recent

25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam
22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Verwant

31 maart 2016

Herinneringen gedrenkt in vergaan geluk

Over 'Parijs is een feest' van Ilja Leonard Pfeijffer